I-Motion Shipping lanceert dubbele containerlijn tussen Gent en VK

Gent krijgt vanaf eind deze maand een dubbele shortsea containerlijn naar het Verenigd Koninkrijk. De nieuwe dienst gaat meteen met een hoge frequentie van start en bedient twee havens in het VK op basis van een ‘quay to quay’-concept.

Op maandag 28 mei komen de ‘BF Cartagena’ en de ‘Marus’ voor de eerste maal laden bij Interface Terminal Gent aan het Kluizendok in Gent. Die schepen hebben een nominale capaciteit van respectievelijk 508 en 340 teu en een draagvermogen van 5.220 en 3.950 ton.

De twee containerschepen zijn gecharterd door I-Motion Shipping. De pas onlangs opgerichte rederij is een 50/50 joint venture tussen M-Source en de Gentse goederenbehandelaar Stukwerkers.

M-Source is de holding van Filip Slock, die langs die weg ook eigenaar is van transportbedrijf Masterbulk. Masterbulk en Stukwerkers werken al nauw samen binnen Interface Terminal Gent (ITG).

Hull en Thamesport

Vanuit Gent zullen de schepen de havens van London Thamesport en Hull bedienen. Via die twee maritieme toegangspoorten liggen zowat alle grote economische centra in Engeland binnen handbereik.

I-Motion Shipping kiest bovendien meteen voor een hoge regelmaat. Vanuit ITG zullen de schepen driemaal per week van Gent naar Hull en Thamesport en terug pendelen. In de haven aan de Humber gaan ze bij Associated British Ports (ABP) laden en lossen, in die aan de Theems bij Hutchison Ports.

“We hebben resoluut gekozen voor twee havens en een hoge frequentie omdat dat voor onze klanten nodig is. Hun trafiek is doorgaans lang niet alleen op een deel van Engeland gericht en het gaat vaak om dag A/dag C-stromen die om meer dan één afvaart per week vragen”, legt Filip Slock uit.

Quay-to-quay

Opmerkelijk: I-Motion Shipping houdt het bij een ‘quay-to-quay’ concept en biedt geen door-to-door diensten aan. “Wij mikken in de eerste plaats op containeroperatoren die met hun eigen containers werken en aan verladers hun eigen geïntegreerde intermodale diensten aanbieden. Wij reiken hen voor het maritieme luik een volledig neutraal alternatief aan dat hun lane management tussen het VK en het continent kan verbeteren”, benadrukt Slock. “Wij zijn wellicht de enige shortseaspeler die het zo aanpakt, maar we zien dat daar vanuit de markt duidelijk vraag naar is.”

“Gent is daarvoor bijzonder goed gelegen, ligt dichter bij vele markten – van het Ruhrgebied tot Noord-Frankrijk – en heeft niet te lijden onder structurele congestie, wat in tijden van chauffeurstekorten het plaatje nog aantrekkelijker maakt. Bij Interface Terminal Gent duurt de turn-round van een vrachtwagen minder dan een half uur. Met een truck kan je met Gent en ITG doorgaans meer rotaties op een dag uitvoeren dan wanneer je naar een andere haven moet rijden.”

Ontwikkeling ITG

Johan De Raeve, managing director van Stukwerkers, kadert het initiatief eveneens in de verdere ontwikkeling van Interface Terminal Gent.

“De treinverbinding naar Noord-Italië ging onlangs van vijf naar zes vertrekken per week. De Chinatreinen van Changjiu Logistics doen de terminal nu aan en er zitten bijkomende spoorverbindingen in de pijplijn. De containerlichters naar Antwerpen en Rotterdam draaien steeds harder en onze rol als draaischijf richting Noord-Frankrijk zorgt voor meer trafiek. Voor het wegvervoer zijn we zeer vlot bereikbaar. Het ontbrak ITG enkel nog aan een ontsluiting via shortsea. Die is met I-Motion Shipping nu verzekerd.”

Hij rekent net als Filip Slock op de interactie tussen die vier modi om de volumes nog te doen stijgen. “We versterken de doorvoermogelijkheden en de hubfunctie die ITG kan spelen. Het zal de bedrijvigheid op onze terminal verder aanzwengelen.”

De reserveterreinen van ITG moeten niet onmiddellijk aangesproken worden, maar Stukwerkers plant wel een versterking van zijn behandelingscapaciteit. “We zullen bijkomende reachstackers inzetten en er komt een tweede kraan.”

Eerste stap

Zowel voor M-Source als voor Stukwerkers gaat het om de eerste stap in het shortseagebeuren, maar de twee partners zijn niet over één nacht ijs gegaan, onderstreept Filip Slock.

“Het is een zeer competitieve markt en dus een gewaagde zet”, geeft Johan De Raeve grif toe. “Maar we merkten hoe langer hoe meer dat de markt hier klaar voor is en we kunnen alvast voortbouwen op een bestaand cliënteel. Wij beschouwen ons product als een nicheproduct en willen niet onmiddellijk in het vaarwater komen van huidige shortseaoperatoren. Maar met de brexit zijn veel verladers en operatoren op zoek naar alternatieven die douanetechnisch eenvoudiger zijn dan wanneer je truck per truck werkt. We zien in die context een verschuiving van trailer naar container.”

De Raeve en Slock sluiten niet uit dat op termijn ook andere bestemmingen via shortsea aan bod zullen komen. “We hebben daar al naar gekeken”, is het enige wat Filip Slock daar nu al over kwijt wil.

Jean-Louis Vandevoorde