Havens vissen vaak achter Europees subsidienet

De Connecting Europe Facility (CEF) is duidelijk niet op maat van havens gesneden. Zij haalden de voorbije jaren amper 4% van de toegekende projectkredieten op. De grote slokop was het spoor.

De European Sea Ports Organisation (ESPO) maakt in zijn pas verschenen rapport over de financieringsnoden van de Europese zeehavens voor de komende tien jaar ook de balans op voor hun EU-steunaanvragen van de afgelopen jaren.

CEF

Het richt daarbij de blik in de eerste plaats op de Connecting Europe Facility. Die is bedoeld om trans-Europese netwerken sneller af te werken. De klemtoon ligt bij transport onder meer op het invullen van missing links in het ‘kernnetwerk’ dat Europa uittekende en dat rond grensoverschrijdende corridors is opgebouwd.

Het resultaat oogt karig. Voor transport was 24 miljard euro beschikbaar en Europa zet vaak de belangrijke rol van zijn zeehavens in de verf. Maar dossiers die uitgingen van havenbesturen zelf, kregen in de zwaar overbevraagde ‘calls’ van 2014 tot en met 2017 slechts 4% van het totale CEF-budget voor transportprojecten toebedeeld.

Slechts een derde van de ingediende dossiers – 62 op een totaal van 168 – kon rekenen op financiering. De havenbesturen hadden langs die weg wel toegang tot 860,5 miljoen euro aan subsidies (waarvan 699 miljoen voor maritieme projecten). Zij hadden evenwel op 2,47 miljard euro gehoopt.

Spoor

Havens plukten daarnaast ook de vruchten van maritieme projecten die uitgingen van andere instanties. Een voorbeeld daarvan zijn de Motorways of the Sea (MoS) die rederijen met (heel wat) EU-geld konden opzetten. Maritiem vervoer moest in totaal vrede nemen met 973,15 miljoen euro. Ook dat stemt overeen met 4% van het totale budget.

Het contrast is groot met wat andere modi in de wacht sleepten. De grootste slokop was het spoor, met maar liefst 16,74 miljard euro. Multimodaal transport mocht daar bovenop op 1,27 miljard rekenen, de binnenvaart op 1,66 miljard.

Opvallend: zelfs het wegvervoer (1,68 miljard) en de luchtvaart (1,05 miljard) kregen dikkere enveloppes toegeschoven dan het maritiem transport. Alle officiële bekommernissen over de nood aan een modal shift, het stimuleren van shortsea, duurzaamheid en het vermijden van congestie op het wegennet vertalen zich niet in meer geld voor het zeetransport, dat het kleinste bedrag uit de subsidiepot kreeg.

België

Te oordelen naar de cijfers uit de studie vielen de Belgische havenbesturen zo goed als volledig uit de Europese subsidieboot.

Van de 860 miljoen euro CEF-subsidies voor havenbesturen ging amper 0,04%, een luttele 321.000 euro hun richting uit. België bengelt daarmee samen met Litouwen helemaal onderaan een landenlijstje dat wordt aangevoerd door Frankrijk (156,30 miljoen) en Polen (152,34 miljoen), die met ruim een derde van het totaal gingen lopen.

Het rapport waarschuwt er evenwel voor dat dit een vertekend beeld geeft. Vele projecten die de Belgische – lees: Vlaamse – zeehavens aanbelangen, gaan uit van andere beleidsniveaus. Het Vlaamse Gewest kreeg bijvoorbeeld tientallen miljoenen voor de opwaardering van het Albertkanaal en voor de aanleg van de nieuwe zeesluis in Terneuzen die Gent broodnodig heeft. Infrabel bouwde de spoorinfrastructuur in Zeebrugge deels met Europese subsidies uit.

Jean-Louis Vandevoorde