Havenarbeiders hadden drukker jaar in 2015

Het totale aantal havenarbeiders in de vier Vlaamse zeehavens is vorig jaar heel licht gedaald, maar ze kregen gemiddeld wel meer werk voorgeschoteld. Samen presteerden ze ruim 1,6 miljoen taken. Een record was er voor Zeebrugge.

De Vlaamse Havencommissie wijdt in haar jaaroverzicht opnieuw een hoofdstuk over havenarbeid. Daaruit vallen twee grote conclusies te trekken over 2015: het aantal havenarbeiders van het algemeen contingent bleef nagenoeg stabiel, maar de vraag naar hun diensten nam wel toe.

8.150 havenarbeiders

In Antwerpen, Gent, Oostende en Zeebrugge waren vorig jaar 8.151 havenarbeiders van het algemeen contingent actief. Dat waren er amper 18 minder dan in 2014. Procentueel stelt dat weinig voor: tegenover de 8.169 havenarbeiders die de Vlaamse Havencommissie in 2014 telde, ligt dat aantal slechts 0,2% lager.

De daling in Antwerpen (-50 naar 6.131) en Oostende (-9 naar 13) werd deels gecompenseerd door aanwervingen in Gent (+14 naar 439) en Zeebrugge (+27 naar 1.568).

De variaties blijven in Antwerpen en Gent al jaren binnen een relatief beperkte bandbreedte. Anders is het gesteld in Oostende en Zeebrugge: in de ene kusthavens zijn sinds het wegvallen van de rorotrafiek steeds minder havenarbeiders aan de slag, in de andere zijn er in de voorbije twee jaar opnieuw 110 bijgekomen (maar is de piek van 1.645 havenarbeiders van het algemeen contingent in 2008 nog niet geëvenaard).

Samen presteerden al die havenarbeiders meer dan 1,632 miljoen taken, ofwel 56.000 taken (3,5%) meer dan de 1,576 miljoen van het jaar voordien. Alle havens boekten in dit vlak een vooruitgang. Wanneer de vier havens samengenomen worden, steeg het gemiddeld aantal taken dat elke havenarbeider verrichtte, van 193 naar 200.

Havenarbeid vs. maritieme trafiek

Op zich hoeft de toename van het aantal taken niet te verbazen. De totale maritieme overslag in de vier Vlaamse havens ging er vorig jaar met 2,1% op vooruit naar 274,39 miljoen ton.

Maar de door de VHC verzamelde statistieken bewijzen nog maar eens dat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen die globale trafiekcijfers en de tewerkstelling van havenarbeiders. Het aantal taken steeg het sterkst in de twee havens die vorig jaar hun totale overslag zagen teruglopen.

In Zeebrugge presteerden de dokwerkers bijna 22.000 taken meer om uit te komen op iets minder dan 356.000 taken, een nieuw record. Die stijging met 6,6% staat in schril contrast met de terugval van circa 10% die de kusthaven in zijn volumes noteerden, maar heeft alles te maken met de groei die Zeebrugge toch wist te halen in de arbeidsintensieve autobehandeling en rorosector.

In Oostende zijn de schommelingen door de geringe aantallen nog meer uitgesproken. Daar was sprake van een bijna verdubbeling van het aantal taken (+77,5% naar 2.474), terwijl er 40% minder havenarbeiders op de lijst stonden en de trafiek verder terugliep.

De groei van de havenarbeid lag dan weer een pak lager in de twee havens waar de overslag wel in stijgende lijn ging: +2,7% in Antwerpen (van 1,162 naar 1,194 miljoen taken) en +1,8% in Gent (van 79.220 naar 90.670 taken).