Havenarbeid: Raad van State sluit dossier nog niet volledig af

In de match rond havenarbeid heeft Kris Peeters een doelpunt gescoord tegen Fernand Huts. Maar de baas van Katoen Natie krijgt misschien nog de kans om in de extra tijd een tegentreffer te maken. De Raad van State “heropent het debat” op één punt.

De Raad van State sprak zich vorige week uit in de zaak die Katoen Natie via twee van zijn dochterbedrijven aanspande tegen de Belgische Staat omtrent de regeling voor havenarbeid. De zaak draait rond het akkoord dat vakbonden en werkgevers twee jaar geleden onder het toeziend oog van federaal minister van Werk Kris Peeters overeenkwamen om te ontkomen aan de Europese ingebrekestelling die ons land in dit dossier boven het hoofd hing. Aan dat akkoord gingen lange en moeizame onderhandelingen vooraf.

De groep van Fernand Huts vroeg de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 10 juli 2016 dat dit akkoord een wettelijke grond gaf en dat overigens toen groen licht kreeg van de Raad van State.

Federale bevoegdheid

Kris Peeters haalt alvast één belangrijke slag thuis. De Raad van State heeft geen oren naar de redenering van de advocaten van Katoen Natie dat de betrokken materie sinds de zesde staatshervorming van 2014 uitsluitend aan de gewesten toekomt.

“De havenarbeid behoort tot het gemene arbeidsrecht waarvoor de federale overheid exclusief bevoegd is”, oordeelt de Raad. Ook de regeling voor de erkenning van havenarbeiders valt onder die bevoegdheid. De klacht van de ‘verzoekende partijen’ wordt op dat punt als ongegrond verworpen, omdat geen sprake is van een schending van de “bevoegdheidsverdelende bepalingen”.

Opvallend: de Raad van State gaat in tegen het advies van zijn eigen auditoraat, dat wel van die mening was. Dat is op zich al uitzonderlijk. Over de specifieke inhoud van het KB spreekt de Raad zich evenmin uit.

Debat heropend

De Raad van State doet wel nog geen uitspraak over de stelling dat de gewesten “in de uitoefening van hun relevante bevoegdheden inzake de vestigingsvoorwaarden, de havens, de arbeidsbemiddeling, onderwijs en vorming niet langer beschikken over de beleidsvrijheid die hen redelijkerwijze dient toe te komen” en de federale overheid hen voor “voldongen feiten” heeft gesteld, zoals de advocaten van Fernand Huts betogen.

De Raad van State vraagt zijn auditoraat hierover een “aanvullend verslag” uit te brengen. “De Raad van State heropent het debat”, is één van de conclusies van het arrest.

Reacties

In ‘Gazet van Antwerpen’ reageerde Kris Peeters al tevreden op het feit dat de Raad van State hem op het belangrijkste punt in het gelijk stelt. Hij verwacht dat het rechtsorgaan die lijn ook in de volgende stap doortrekt.

Marc Loridan, de kopman voor de Antwerpse haven van vakbond ABVV-BTB, spreekt bij onze collega’s de hoop uit dat niet opnieuw onrust en onzekerheid gezaaid wordt. Hij verwijst daarbij naar “de honderden havenarbeiders die intussen op grond van het kb zijn aangeworven”.

Volgens maritiem jurist Eric Van Hooydonk is het nu afwachten. “Hoe dan ook zal het auditoraat nu advies moeten geven over de andere middelen tot vernietiging die de verschillende bedrijven tegen de hervorming hebben aangevoerd. Daarna zullen de partijen op hun beurt een laatste maal hun argumenten uitwerken. Vervolgens zal de Raad van State een bijkomend arrest vellen”, zegt hij.

Fernand Huts zit op dezelfde golflengte. "De zaak is nu opnieuw in handen van de auditeur, die zijn werk verder moet uitdiepen. Wij wachten af wat dit aan nieuwe feiten zal opleveren."

Status quo

Van Hooydonk blijft scherp voor de regeling die in 2016 uit de bus kwam. “De realiteit op het terrein is ondertussen dat de hervorming van de havenarbeid voor de havenbedrijven niet de minste verbetering van hun concurrentiekracht heeft opgeleverd en dat de arbeidsmarkt in de haven nog steeds een erg gesloten karakter vertoont. Er heerst een volkomen status quo.”

Het is in zijn ogen wel te hopen dat de procedure voor de Raad van State “alsnog de mogelijkheid opent om de hervorming over te doen”.

Jean-Louis Vandevoorde