Haven Antwerpen wil rol als Europese maritieme hub voor e-commerce

De haven van Antwerpen wil zich profileren als dé Europese maritieme hub voor e-commerce. Aan die positie wordt doordacht gewerkt in overleg met tal van spelers. De douane krijgt een hoofdrol.

Al meer dan een jaar werkt een multidisciplinair team van het Havenbedrijf Antwerpen achter de schermen aan de positionering van de Antwerpse haven rond e-commerce. Het Havenbedrijf verwacht een grote groei voor maritiem transport dat gelinkt is aan de e-commerce. Verwacht wordt dat grotere aankopen en volumes, waar snelheid niet de eerste vereiste is, via maritieme weg naar Europa zullen komen. Met een doordachte positionering moeten die stromen naar Antwerpen aangetrokken worden.

Corridors

“We kozen van bij het begin om hier niet soloslim te spelen”, vertelt Dries Van Gheluwe. Samen met collega Ingrid Vanstreels hoort hij bij het team dat werkt rond e-commerce. “Wij zien voor de toekomst van e-commerce zeer interessante ontwikkelingen in België. Ons land is ideaal gelegen om vanuit de Antwerpse haven efficiënt en snel beleverd te worden via alle transportmodi. Die ontwikkelingen ontstaan in het Antwerpse havengebied. Maar ook in Gent worden volop distributiecentra gebouwd, gericht op e-commerce. Twee corridors zijn bijzonder interessant: enerzijds de corridor Antwerpen - Luik en anderzijds de corridor Antwerpen - Brussel. Niet toevallig de lijnen tussen de zeehaven en de twee belangrijkste cargoluchthavens. Luik is al de Europese hub voor Alibaba. Dus is het belangrijk dat we hen mee in het verhaal betrekken.”

Ruimte

Volgens Ingrid Vanstreels heeft een Antwerpse positionering op de markt van e-commerce duidelijk potentieel. “Er is voldoende ruimte om nog grote stromen aan te trekken en locaties te vinden voor de behandeling van die goederen. Daarbij denken we niet alleen aan een aantal terreinen binnen de haven, maar zeker ook daarbuiten. We zijn hier ook op zoek naar partnerships, onder andere met  steden en gemeenten op die assen. Met heel goed resultaat.”

Multimodaal

Andere sterktes waardoor de grote e-commercebedrijven gecharmeerd raken, zijn de sterke multimodale mogelijkheden in de buurt. Zowel voor wegtransport, spoor als binnenvaart zijn er sterke opties. “Daarnaast is er nog de nabijheid van een zeer grote consumentenmarkt”, zegt Ingrid Vanstreels. “Met grote concentratie aan consumenten in Zuid-Nederland, Noord-Frankrijk en West-Duitsland naast België zelf."

Douane

“Cruciaal wordt de rol van de douane”, weet Dries Van Gheluwe. “In Luik is er al een succesvol project met een ‘e-commerce customs procedure’. Daarin worden aangepaste processen voor e-commerce aanvaard. Ook hier loopt nu een proefproject met zo’n ‘e-commerce customs procedure’. We hopen dat dit goed wordt geëvalueerd, zodat we dit begin 2019 kunnen openstellen voor alle spelers. Als wij garanderen dat de doorstroming van e-commercegoederen vlot en transparant kan, biedt dat een zeer groot concurrentieel voordeel. Wij geloven dat dit zal lukken.”

Platform

“Grootste hindernis wordt mogelijk nog de Belgische bescheidenheid”, zegt Ingrid Verstreels. “Wij moeten ons als land verkopen aan de Amazons van deze wereld. Daarom zetten wij ook in op een breder platform dat niet alleen naar de haven van Antwerpen kijkt. Een speler als Amazon zet je niet aan tafel met een haven of luchthaven apart, of met een stadsbestuur apart, of met welke partij dan ook. Als wij ons als land met de verschillende elementen en troeven in zijn geheel niet verkopen, kunnen wij de grote spelers nooit overtuigen.

Werkgroepen

Na een jaar van vooral interne analyses wil het Havenbedrijf nu actief inzetten op intensieve samenwerking. “We hebben het voorbije jaar intensief met veel spelers gesproken”, beklemtoont Dries Van Gheluwe. “Er zijn veelbelovende contacten en opties. Maar we staan graag open voor anderen en hun suggesties. Wij willen nu in werkgroepen de zaken nog verder uitdiepen en concretiseren. Iedereen die wil meewerken, is welkom. We zitten in de goede flow en zien graag zoveel mogelijk partners daarop meedrijven.”

Bart Timperman