Gent en Zeeland Seaports willen betere spoorinfrastructuur

Gent en Zeeland Seaports willen af van de bottlenecks in de spoorinfrastructuur in het kanaalgebied tussen Gent en Terneuzen. Een onderzoek moet uitwijzen hoe dat het best gebeurt. Europa betaalt voor de helft mee.

De studie duurt drie jaar en kost in totaal ongeveer 1,3 miljoen euro. De Europese Commissie trekt via de Connecting Europe Facility (CEF) 650.000 euro uit voor dit onderzoek. Het Havenbedrijf Gent, Zeeland Seaports, de provincies Zeeland en Oost-Vlaanderen, Gent en Terneuzen betalen de andere helft.

Breed draagvlak

Het initiatief kan op een zeer breed draagvlak rekenen. Tal van instanties, verenigingen en bedrijven hebben bij de Commissie het belang van die studie bepleit, onderstrepen de twee havens. Bij de ondernemingen gaat het naast de Belgische netwerkbeheerder Infrabel en zijn Nederlandse tegenhanger ProRail vooral om Nederlandse spelers die op de rechteroever van het zeekanaal zitten, zoals Outokumpu, Yara, Vlaeynatie, Verbrugge en Ovet.

Verrassend is dat niet. Zij hebben het meest te winnen bij een verbetering van de spoorinfrastructuur in en – vooral – tussen de havengebieden van Terneuzen en Gent. “Bedrijven in de grensoverschrijdende regio ondervinden concurrentienadelen door langere reistijd en extra kosten die gemaakt moeten worden”, zeggen Gent en Zeeland Seaports daarover.

Oud zeer

De spoorverbinding tussen Gent en Terneuzen is dan ook een oud zeer. Een rechtstreekse spoorlijn op de rechteroever van het zeekanaal bestaat niet. Aan Belgische zijde stopt het spoor in Zelzate. Treinen die de terminals in de Zeeuwse haven bedienen, moeten in Sluiskil het kanaal kruisen om hun weg op de linkeroever voort te zetten. Willen ze in Gent opnieuw naar rechteroever, dan moet dat via de brug van de Wiedauwkaai, een ander kwetsbaar element in het netwerk.

Dat zijn niet de enige pijnpunten die Gent en Zeeland Seaports in kaart hebben gebracht. De spoorbundels in Sas van Gent en aan het Kluizendok dienen uitgebouwd, het vormingsstation Gent-Zeehaven heeft nood aan langere sporen.

Gezamenlijke spoorstrategie

Voor hun fusieplannen sleutelen Gent en Zeeland Seaports ook aan een gezamenlijke spoorstrategie. Zij zien dat als een bijkomende hefboom om hun concurrentiepositie te versterken en nieuwe investeerders aan te trekken.

De driejarige studie moet uitwijzen hoe zij de verbetering van de spoorinfrastructuur het best aanpakken. Een van de doelstellingen is de “risicogevoeligheid” van het netwerk in de hele kanaalzone te verminderen en de capaciteit te verhogen.

Zij streven een groter aandeel van het spoor in hun modal split na om de groei van hun bedrijvigheid en trafiekvolumes op te vangen. Dat moet ook hun duurzaamheid ten goede komen. Het is een boodschap waar Europa oren naar heeft.

Jean-Louis Vandevoorde