FOD Economie: “Te weinig concurrentie in zee-, spoor- en luchtvervoer”

Uit een marktscreening van de FOD Economie blijkt dat er in de sectoren zee- en kustvaart, bij het spoor en in het luchtvervoer te weinig concurrentie speelt. Zowel de Antwerpse Scheepvaartvereniging als Air Cargo Belgium reageren verbaasd.

Het Prijzenobservatorium van de FOD Economie maakt elk jaar een screening van alle sectoren in België. “Die screening gebeurt om na te gaan of er signalen zijn dat er in bepaalde sectoren een gebrek is aan concurrentie”, zegt Peter Van Herreweghe van het Prijzenobservatorium.

De screening is volgens het observatorium geen eindoordeel. De lijst van kandidaatsectoren waar een mogelijke verstoring van de markwerking aanwezig is, wordt gebruikt voor verdere, uitgebreide analyses.

“Voor de screening hanteren we een negental indicatoren zoals de concentratie van ondernemingen op de markt en het aantal ondernemingen. Verder zijn er onder meer nog de kapitaalintensiteit, de winstmarge, het ondernemingsverloop, de volatiliteit van marktaandelen en de aanwezigheid van buitenlandse bedrijven op de markt. Uit al die indicatoren wordt een samengestelde indicator opgemaakt waaruit dan blijkt of er al dan niet problemen met de marktwerking zijn”, zegt Van Herreweghe.

Uit de recentste screening kwamen zee- en kustvaart, goederenvervoer per spoor en luchtvervoer van goederen naar voor als mogelijke probleemsectoren op het vlak van marktwerking. Voor het spoor en de luchtvracht was het niet de eerste keer. Ook bij de vorige screenings werden beide sectoren eruit gelicht.

ASV

Bij de Antwerpse Scheepvaartvereniging (ASV) reageert voorzitter Philippe Oyen zeer verbaasd. “Ik heb die studie niet gezien, maar als men alleen de containersector bekijkt, daar concurreert men elkaar kapot. Dat is uiteraard goed voor de klanten, maar dat er geen concurrentie is in de sector, dat is nonsens. Als ik bij collega’s tenders opvraag, dan zie ik dat de prijzen erbarmelijk laag zijn. Wanneer men zich voor de screening beperkt heeft tot de haven van Antwerpen en het containersegment waar een speler als MSC een dominante positie heeft, dan kan dat wel kloppen ”, benadrukt Oyen.

Air Cargo Belgium

Ook Steven Polmans, voorzitter van Air Cargo Belgium wil niet gezegd hebben dat er in de luchtvrachtmarkt in België geen concurrentie aanwezig is. “In de luchtvrachtsector in Europa is er geen enkele maatschappij die een marktaandeel heeft van meer dan 2%. Op bepaalde routes waarop weinig maatschappijen vliegen is er mogelijk minder concurrentie, maar op de meeste routes is dat niet het geval. Met de liberalisering van de luchtvrachtmarkt in Europa, kan men niet zeggen dat er geen concurrentie is”, benadrukt ook hij.

Spoor

Het spoor in België beschikt niet over een overkoepelende organisatie zodat we bij enkele operatoren te rade gingen. Spooroperator Crossrail kan zich vinden in de resultaten van de screening wat het spoorvervoer betreft. “De spoormarkt in België is klein met een beperkt aantal spelers”, luidt het.

Bij spooroperator DB Cargo Nederland, die in België actief is, zegt woordvoerder Jelle Rebbers een aantal factoren te zien die het door de screening geschetste beeld voor het spoorvervoer beamen. “Het Belgische spoorgoederenvervoer heeft een overwegend internationaal karakter. Omdat het vooral concurrerend is op afstanden van circa 250 à 300 kilometer is het vanuit het oogpunt van zowel kwaliteit als kosten zaak om door te kunnen rijden aan de landsgrenzen. Daar zie ik al snel een paar drempels zoals de taaleisen voor de treinbestuurders die de Duitse, Franse en Nederlandse taal machtig moeten zijn. Daarnaast is er het veiligheidssysteem ERTMS dan nog niet overal in Europa operationeel is waardoor locomotieven over de verschillende nationale systemen moeten beschikken. Tot slot is er de Belgische arbeidsmarkt voor treinbestuurders die niet functioneert zoals in andere sectoren. In combinatie met de schaarste aan nieuwe treinbestuurders beperkt dit de nieuwe toetreders op de markt in hun groeiplannen”, zo besluit Rebbers.

Spooroperator Lineas vindt het moeilijk om als operator zelf een reactie te geven en verwijst naar federaal minister van Mobiliteit Bellot (MR). Zijn reactie moet we evenwel ook verschuldigd blijven.

Koen Heinen