Exmar knokt tegen 'force majeure' Argentijnse klant

Het Argentijnse bedrijf YPF dat de drijvende lng-fabriek ‘Tango FLNG’ van rederij Exmar op lange termijn huurt, kan zijn betalingsverplichtingen door COVID-19 niet meer nakomen. YPF roept 'force majeure' in, maar dat wordt door Exmar niet aanvaard.

Na een zoektocht van twee jaar vond Exmar eindelijk een huurder voor de ‘Tango FLNG’. In november 2018 sloot de Antwerpse gastankerrederij een tienjarig contract af met de energiegroep YPF, die de liquefactie-eenheid zou inzetten voor de productie en export van Argentijns schaliegas. 

In een schriftelijke kennisgeving aan Exmar geeft YPF nu aan dat het zijn contractuele verplichtingen niet meer kan nakomen en de facturen voor de geleverde diensten sinds midden maart 2020 niet meer kan of wil betalen. 

Koersval

De eerste kwartaalresultaten van 2020 van Exmar toonden aan dat de ‘Tango FLNG’ 'boven verwachting' presteerde en van groot belang is in de omzetcijfers. De gegenereerde inkomsten maken voor 36 procent deel uit van de totale brutobedrijfswinst (ebitda) en brachten 43 miljoen euro op. 

Dat YPF nu overmacht, of 'force majeure' inroept, beschouwt Exmar als onwettig. In een persbericht laat de rederij weten dat het zich alle rechten voorbehoudt en de beste opties bekijkt om zijn belangen te verdedigen. 

Ongeacht de uitkomst van de betwisting, bekijkt Exmar nu verschillende maatregelen om zijn liquiditeitspositie te handhaven. Met de huidige vooruitzichten zou die niet in gevaar zijn tot eind 2020, meldt Exmar. 

Met het verlies van deze grote klant is het aandeel van Exmar op een uur tijd gekelderd met 38% naar 2,46 euro. Dat is zijn laagste koers ooit. 

Julie Desmet