Exit van Hanjin maakt geen einde aan overcapaciteit

Een eventueel faillissement van Hanjin lost het probleem van de overcapaciteit in de lijnvaart niet op. Volgens het Franse Alphaliner is er zelfs geen vervangingscapaciteit tussen de Far East en Noord-Europa nodig.

Al snel nadat bekend werd dat de Zuid-Koreaanse rederij Hanjin Shipping bescherming tegen schuldeisers vroeg, kondigde landgenoot Hyundai Merchant Marine (HMM) aan om negen schepen extra te gaan inzetten tussen het Verre Oosten en Noord-Europa.

Dat is echter nog steeds niet gebeurd en volgens de Franse databank Alphaliner zal het wellicht ook bij een enkele trip van één schip blijven omdat de capaciteit van de andere diensten op het vaargebied toereikend is. Tussen Azië en Zuid-Europa hebben Hanjins partners Evergreen, “K” Line en Yang Ming intussen ook scheepsruimte gekregen op een loop van Ocean Three.

Trans-Pacific

Op de trans-Pacific waar Hanjin een marktaandeel van 7,3% had, is HMM wel al van start gegaan met een extra verbinding vanuit de Koreaanse havens Kwangyang en Busan naar Los Angeles. Een eerste afvaart werd geboden met de ‘Hyundai Forward’ van 4.728 teu en de komende weken zullen de ‘Hanjin Platinum’ (5.023 teu), de ‘Hyundai Busan’ (6.765 teu) en de gehuurde ‘Kaethe’ (5.060 teu) volgen.

Ook Maersk en MSC kondigden een extra dienst tussen de Far East en de Canadese haven Prince Rupert aan, die voorlopig ook Long Beach zal bedienen voor klanten die lading bij Hanjin hadden geboekt. Maersk kondigde aan schepen van 4.000 teu te zullen inzetten en MSC had het over 5.000 teu, maar de eerste afvaarten van deze nieuwe TP1/Maple Service blijken die van de veel grotere ‘E.R. Vancouver’ (7.849 teu) en de nieuwbouw ‘MSC Michela’ (9.411 teu) te zijn.

Ook Cosco, CMA CGM en Yang Ming hebben al een extra rondreis van één schip gepland om het gat op te vullen dat op de Stille Oceaan is ontstaan door het stilvallen van de lijndiensten van Hanjin. Dat andere carriers snel de volumes van de Koreaanse rederij inpikken, is mogelijk omdat er voldoende schepen op de chartermarkt beschikbaar zijn.

Overcapaciteit

Dat is ook de reden waarom een eventueel faillissement van Hanjin het probleem van de overcapaciteit niet zal oplossen. De cijfers spreken voor zich: de vloot van Hanjin (97 schepen, waarvan er nog 20 varen) was goed voor 3% van de wereldvloot, terwijl de werkloze containerschepen 5,3% van het totaal uitmaken. Voorts is er nog de instroom van nieuwe tonnage, wat ook nog eens goed is voor 2,4%.

Door een verwacht faillissement verdwijnen de schepen van Hanjin ook niet van de markt. Vier zusterschepen van 13.102 teu die de Zuid-Koreaanse rederij huurt van Gansey Bay en die beheerd worden door het Duitse Peter Döhle, zullen wellicht al snel weer op de chartermarkt aan relatief lage huurprijzen worden aangeboden, wat HMM of één van Hanjins vroegere partners kan interesseren.