Europese binnenvaarders eisen oplossing voor congestie in Rotterdam

De Europese Binnenvaart Unie vraagt dat het Havenbedrijf Rotterdam en de Nederlandse overheid het dossier van de congestie in Rotterdam naar zich toe trekken. EBU eist “een gelijkwaardige behandeling” van binnenvaart en zeevaart aan de terminals.

EBU toont zich in een mededeling ongemeen scherp voor de situatie in de Nederlandse mainport. De organisatie spreekt “niet aflatende problemen” die zich “sinds meerdere jaren” voordoen en voor de containerbinnenvaart leiden tot “enorme financiële verliezen”.

Het gevolg is dat de betrouwbaarheid van de binnenvaart zwaar onder druk staat en er “een negatieve modal shift van de binnenvaart naar de weg” op gang komt. Zo komt de doelstelling om 45% van de containers in de haven via binnenschepen te vervoeren steeds meer op de helling te staan.

Imagoschade

“De structurele aard van deze congestie vraagt thans om structurele aanpak. Niet alleen het imago van de binnenvaart staat op het spel maar ook het imago van Nederland en de Rotterdamse haven”, oordeelt EBU. “De ontwikkelingen in de mondiale scheepvaart zullen in de toekomst tot steeds grotere pieken leiden en daarmee tot een toename van congestie.”

Het Havenbedrijf Rotterdam en het ministerie van Infrastructuur en Milieu moeten ervoor zorgen dat ook in piektijden voldoende behandelingscapaciteit beschikbaar is voor de containerbinnenvaart, vindt de Europese federatie. Want de oplossingen die tot dusver in overleg met de terminals uit de bus kwamen, bleken telkens maar een tijdelijk effect te hebben.

Op gelijke voet

EBU ziet maar één mogelijk fundament voor een structurele oplossing: “Alleen door een gelijkwaardige behandeling van binnenvaart en zeevaart zal het vervoer naar het hinterland worden gewaarborgd.”

Anders gezegd: het moet gedaan zijn met de systematische voorrang die zeeschepen op binnenschepen krijgen als het op ligplaatsbezetting en inzet van laad- en loscapaciteit aankomt.

Jean-Louis Vandevoorde