Engine Deck Repair overweegt nieuwe klacht tegen mijnenjagerscontract

De Antwerpse scheepswerf EDR beraadt zich over een nieuwe klacht tegen het mijnenjagerscontract voor een concurrent. Een spoedprocedure voor de Raad van State ketste af omdat EDR’s verzoek niet mee werd ingediend door haar consortiumpartners.

De Antwerpse scheepswerf Engine Deck Repair (EDR) ging begin april in beroep tegen de regeringsbeslissing om twaalf nieuwe mijnenjagers en bijhorende apparatuur te laten bouwen door het Frans-Belgische consortium Belgium Naval & Robotics (foto). Voor dat gezamenlijke contract voor de Belgische en Nederlandse marine waren er drie kandidaten. EDR dong mee naar de opdracht als onderdeel van het eveneens Frans-Belgische consortium Sea Naval Solutions. De derde speler was een Nederlands-Belgische combinatie rond Damen.

Op 15 maart kende de regering het contract toe aan Belgium Naval & Robotics voor een investeringsbedrag van 2,6 miljard euro. Dat consortium beloofde heel wat economische activiteit naar België te halen, onder meer een nieuwe dronefabriek en twee onderzoekscentra in Zeebrugge.

Geen uitspraak ten gronde

EDR vocht die beslissing aan met een spoedprocedure voor de Raad van State. De aanleiding is te lezen in de tekst van het arrest: “De verzoekende partij merkt op dat het neergelegd administratief dossier onvolledig is en dat van de neergelegde stukken een aantal door de verwerende partij ten onrechte – geheel of volledig – vertrouwelijk zijn verklaard. Zij vraagt de volledige neerlegging van het administratief dossier en ‘opheldering’ over de vertrouwelijkheid.”

De Raad van State verklaarde op dinsdag 30 april het verzoekschrift onontvankelijk om vormelijke reden, zonder zich over de grond van de zaak uit te spreken. “De vordering tot schorsing is onontvankelijk omdat ze slechts door één lid van de combinatie Sea Naval Group, die de offerte indiende, werd ingesteld”, luidt de droge persmededeling.

Nog niet definitief

Volgens persmagistraat Wilfried Van Vaerenbergh betekent dit niet noodzakelijk definitief groen licht voor de uitvoering van het toegekende contract. “Het ging om een schorsingsprocedure die als een kortgeding behandeld werd. Een verdere uitspraak ten gronde komt er evenwel niet automatisch. Het is nu aan de klager om voortzetting te vragen.”

Advocate Kathleen De hornois wil zich nog niet uitspreken of haar cliënt EDR het hierbij zal laten of niet. “Dit ging om een eenmalige spoedprocedure. Er kunnen nog andere vorderingen ingesteld worden maar ik kan nog geen informatie verstrekken over het standpunt van mijn cliënt inzake verdere stappen.”

Roel Jacobus