CMB verhuist onafgewerkte nieuwbouwtankers naar Zuid-Korea

Rederij CMB heeft een oplossing voor twee olietankers die onafgewerkt op de failliete werf van Hanjin Heavy Industries (HHI) in de Filipijnen liggen. Als alles technisch rond is, verhuizen de schepen naar Busan in Zuid-Korea voor verdere afwerking.

De twee zogenaamde ‘large range 2’ (LR2)-olietankers waren in aanbouw op de werf van Hanjin Heavy Industries & Construction (HHIC) in de Filipijnen toen het filiaal van de Zuid-Koreaanse scheepsbouwer failliet ging. “De werf werd failliet verklaard en de twee schepen bleven onafgewerkt achter. Na een zoektocht van achttien maanden is er een oplossing in de maak. Als alles technisch rond is, zullen de schepen waterdicht gemaakt worden en verhuizen naar de Yeongdo-werf van Hanjin in het Zuid-Koreaanse Busan. Dat is de beste oplossing voor zowel de curator als voor ons en de werf”, legt Benoit Timmermans, CCO van CMB, uit.

Neusje van de zalm

De twee schepen zijn gecoate ‘aframax’-tankers van het type LR2 met een capaciteit van 114.000 ton. “Omdat ze gecoat zijn, kunnen ze edele olieproducten vervoeren. Maar ze kunnen eveneens ingezet worden in de zogenaamde ‘dirty trade’. Ze zijn ‘ice class’ en ‘high spec’ en dus werkelijk het neusje van de zalm”, benadrukt Timmermans.

Spotmarkt of time charter

Als alles volgens plan verloopt, zullen de schepen in het derde kwartaal van volgend jaar in de vaart genomen worden. “We hebben verschillende opties. Ofwel gaan de schepen op de spotmarkt opereren in een pool, ofwel worden ze in time charter gegeven. We hebben wel chemicaliëntankers en weten hoe we die schepen technisch operationeel moeten opvolgen en wat de vereisten van de ‘oil majors’ zijn, maar het commercieel exploiteren doen we niet zelf”, besluit Benoit Timmermans.

Koen Heinen