Antoon Van Coillie: "Coronacrisis doet mensen naar alternatief kijken"

In ons magazine 'Het jaar nul na corona' zorgt director Antoon Van Coillie van Blue Line Logistics voor de positieve noot. Hij ervaart meer interesse voor duurzame binnenvaart. “Mensen zien dat het anders kan en bekijken alternatieven”, stelt hij.

Binnenvaartoperator Blue Line Logistics (BLL) blijft, ondanks de coronacrisis, op volle toeren draaien en werft nog aan. Het bedrijf krijgt zelfs veel vragen voor nieuwe trafieken. “Mensen beginnen meer over duurzaamheid na te denken, zien in dat het anders kan en bekijken alternatieven”, zegt director Antoon Van Coillie. 

Heel wat bedrijven hebben zwaar te lijden onder de coronacrisis. Dat geldt niet voor Blue Line Logistics dat een viertal zogenaamde ‘pallet shuttle barges’ uitbaat, de ‘Zulu’s’ 1 tot 4. “Wij draaien op volle toeren. Dankzij het mooie weer konden we voor een van onze klanten zelfs meer trafieken doen. Daarnaast krijgen we vragen voor nieuwe trafieken. Wij zien geen vertraging in onze activiteit en zijn zelfs volop bezig mensen aan te werven, nieuwe schippers. We bouwen ook twee nieuwe schepen, die aan het eind van het jaar in de vaart komen. Ze hebben Euro6-motoren en zullen groter zijn, met een laadvermogen van 450 ton en een afmeting van 54 meter op 8 meter. Daardoor kunnen we grotere afzetcontainers meenemen. Er zijn ook een aantal trafieken die grotere schepen vragen. De ‘Zulu 4’ gaat autonoom varen vanaf volgend jaar”, blikt Antoon Van Coillie al vooruit. 

Gemakkelijker 

De ‘Zulu’-schepen zijn zo ontworpen dat ze door een bemanningslid bediend kunnen worden. Ze hebben een eigen kraan en een vlak laadvlak voor paletten, big bags en grote stukken. “Het grote voordeel is, zeker voor ons, dat we maar met één opvarende werken en geen socialdistanceprobleem hebben. Aan boord is dat moeilijk. We hebben wel een aantal dingen georganiseerd zoals handgel, mondmaskers en handschoenen, maar fundamenteel verandert er weinig. Bovendien krijgen de klanten in een beweging één schip binnen tegenover anders tien vrachtwagens in tien bewegingen. Dat zijn een aantal zaken die het gemakkelijker maken. We krijgen ook veel vragen over duurzaamheid. De modal shift enerzijds en de duurzaamheid anderzijds vormen steeds meer een ernstig punt voor potentiële klanten”, legt Van Coillie uit. 

Modal shift  

De toenemende vraag naar binnenvaartvervoer heeft volgens hem wel iets te maken met de coronacrisis. “Wij zien meer vraag, dus er zal wel een push zijn naar een modal shift door de crisis. Naast de traditionele bouwmaterialen zien wij ook partijen met andere goederen naar ons komen. Er is toch ergens een drive om het anders te doen”, zegt hij.  

Vervoer per vrachtwagen is volgens hem relatief fragiel. “Er is maar weinig nodig om het stil te laten liggen. De binnenvaart is daarvoor een alternatief. Anderzijds stellen klanten op vlak van duurzaamheid in vraag dat er nog met oude schepen wordt gevaren. Wij hebben daar geen last van. Sommige scheepseigenaren installeren nog Euro Stage II-motoren in hun schepen, maar dat is een verloren investering. Grote bedrijven vergelijken zo’n Euro Stage II-binnenschip met een vrachtwagen met Euro6. Ik geloof niet in het vergroenen van bestaande binnenschepen. Wat is vergroenen? Een betere motorisering, maar die schepen zullen nog altijd veel verbruiken omdat ze gemaakt zijn om veel te verbruiken. Retrofitting van schepen van vijftig of zestig jaar oud is geen goede politiek”, benadrukt Van Coillie. 

Eens bedrijven de stap naar de binnenvaart gezet hebben, zullen ze volgens Van Coillie ook blijven. “Met logistiekers is het altijd hetzelfde. Als ze eenmaal een andere weg gevonden hebben, dan blijven ze die gemakkelijker gebruiken. Je moet ze wel eerst zover krijgen”. 

Globalisering 

Naast een modal shift verwacht hij ook een ander effect van de coronacrisis. “De globalisering zal aangepakt worden en er zal terug meer in Europa geproduceerd worden. Dit zal als resultaat meer intra-Europese stromen geven, in plaats van alleen maar grote schepen die in de grote havens toekomen. Onze globalisering is een kwetsbaar systeem. De logistieke ketens met ‘just in time’, waarbij alles in elkaar moet passen, zijn in feite kwetsbare ketens. Volgens mij zal er meer dan één modus gebruikt worden en meer naar intermodale locaties gekeken worden. Iemand die zich op een kruispunt van twee snelwegen vestigt met zijn logistiek centrum, zal gepasseerd worden door iemand die daar ook spoor en eventueel binnenvaart bijneemt”, legt Van Coillie uit. 

Nieuw normaal 

De crisis heeft volgens hem ook aangetoond dat we over bepaalde robuuste ketens beschikken. “Ondanks de crisis hebben we bijvoorbeeld geen voedseltekort gehad. Dat zijn enorm stevige ketens. Moeten we nog groenten eten uit Kenia? Dat is dubbel. We laten ze overvliegen, maar anderzijds, als die mensen produceren, verdienen ze meer geld en kan de maatschappij ginder beter worden. Dat zijn zaken waarmee je rekening moet houden. Dit zal enorm veel in vraag stellen, maar we beseffen het nog niet. Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Buiten de horeca en de luchtvaart zijn mensen, ondanks de lockdown, blijven consumeren. Er zal een nieuw normaal komen. Zoals Alexander De Croo heeft gezegd: de infrastructuur en de werkmiddelen zijn blijven bestaan, er zijn geen vrachtwagens of treinen stuk in vergelijking met een oorlogssituatie. Een aantal bedrijven hebben stilgelegen. De kaarten worden door elkaar geschud en herverdeeld. Er zijn niet minder vrachtwagens vandaag dan er voor de coronacrisis waren. Er zullen misschien een aantal restaurants sluiten, maar er zullen ook nieuwe opstarten.” 

Digitalisering 

Nog een aspect dat als gevolg van de coronacrisis in een stroomversnelling zal geraken, is volgens Van Coillie digitalisering. “Logistiek moet herdacht worden. Digitaal kunnen we veel meer. Er zijn heel wat bedrijven bezig met digitale technologie, hoe informatie doorgeven, hoe goederenflows combineren enzovoort. Dat zijn allemaal zaken die nu in een versnelling geraken. Dat is een belangrijke evolutie. De volledige logistieke sector zal anders en belangrijker worden. In veel bedrijven is er maar een ding dat telt: het mag zo weinig mogelijk kosten. We moeten daarover nadenken en het anders aanpakken. Heel die keten moet herzien worden. Een tweede element is duurzaamheid. Ook het blijven opvolgen van goederen is zeer belangrijk. Weten hoe het loopt, of de goederen zijn toegekomen, overgeladen of via crossdocking. De modus is niet belangrijk, maar de keten kunnen volgen, dat is belangrijk. Informatie doorgeven, kost niks. Al onze schepen hebben track & trace aan boord. Dat kost 15 euro per maand per schip voor alle informatie de we krijgen en die we kunnen gebruiken om analyses te maken. Vroeger gebeurde dat manueel en nu allemaal digitaal. Daardoor kunnen we betere beslissingen nemen”, besluit Van Coillie. 

Koen Heinen

U wilt dit artikel (en veel andere) in printversie lezen? U krijgt ons magazine 'Het jaar nul na corona' gratis toegestuurd op eenvoudig verzoek. Mail naar marketing@flows.be en we doen het nodige.