Zomer: met containerchauffeur David Kennis (Transmeer) onderweg

In onze zomerreeks gaat de redactie mee op pad met de verschillende vervoersmodi. Vandaag vertelt David Kennis (Transmeer) over zijn werk als chauffeur in het containertransport. Hij heeft meer dan dertig jaar ervaring op de teller.

David Kennis rijdt al meer dan drie decennia met de vrachtwagen, waarvan de afgelopen elf jaar bij Transmeer. Zijn werkterrein: de grote containerkaaien van de Antwerpse haven en de bedrijven in België, Nederland en Frankrijk die de containers gebruiken. Na al die jaren doet David het werk nog altijd met hetzelfde plezier, al is er in de tussentijd veel veranderd.  

Beroep: "aanschuiver"

Vast staat dat je een beetje een ochtendmens moet zijn om deze job te doen. Beginnen om vier uur ‘s ochtends is geen uitzondering. Op een goede dag kun je dan vier à vijf containers vervoeren van en naar de kade. “Al zijn er ook dagen waarop je ternauwernood één container kunt afwerken. Controles bij de scanner van de douane of het FAVV kunnen gemakkelijk twee uur in beslag nemen. Het is momenteel ook rustig op de weg. Als het druk is op de kade, is het een ander verhaal. Als mensen me vragen wat mijn beroep is, durf ik wel eens ‘aanschuiver’ antwoorden.”  

Een werkdag mag maximaal 15 uur omvatten, met een maximum van 9 uren rijtijd. “Die rijtijd maak je zelden vol door het frequente wachten”, weet David. “We nemen onze pauzes vaak wanneer we ‘tussen de blokken’ staan, de parkeervakken op de terminal waar we wachten op ‘onze’ container. Het is wel belangrijk dat de dispatching rekening houdt met die cijfers. Als je al dertien uur op de klok hebt staan, moeten ze je niet 'nog rap efkes' heen en weer naar Antwerpen sturen. 'Nog rap efkes' bestaat niet met een vrachtwagen. Ik heb geen enkel belang bij gepruts aan die rij- en rusttijden. Uiteindelijk ben ik het die aan het stuur zit en verantwoordelijk ben.”  

Impact pauzes Antwerpen

Op zijn tiende wist David al dat hij vrachtwagenchauffeur wilde worden, net als zijn vader. “Je kunt de situatie van toen niet vergelijken met die van nu. Alles mocht nog. Ik mocht als kind met mijn vader mee de haven in, chauffeurs zouden dag en nacht gereden hebben. Vandaag zijn er veel meer restricties. Het verkeer is ook drukker. En de collegialiteit is weg. Een collega die stopt om je te helpen als je met pech aan de kant staat, dat gebeurt niet meer. In de ‘trechter’ bij de aanmelding op Kaai 913 zouden ze je spiegels eraf rijden om toch maar voor jou in die wachtrij te staan. Maar desondanks doe ik het werk nog heel graag. Je hebt nog een zekere vrijheid onderweg, en onze werkgever laat ons het werk ook enigszins zelf plannen. Ik weet bijvoorbeeld wanneer het ongeveer druk zal zijn op bepaalde kaaien en stel mijn schema daarop af. Ook de pauzes van de medewerkers op de kade kunnen onze wachttijden beïnvloeden, dus daar hou je rekening mee. Al vind ik het voor een zelfverklaarde wereldhaven als Antwerpen wel raar dat die pauzes zo’n impact hebben. In Rotterdam gaat de show gewoon 24/7 verder.” 

Snoepreisje

David rijdt vooral binnen België, Nederland en Frankrijk. “Heel af en toe zit er nog eens een ‘snoepreisje’ tussen. Maar door de beperkte rijtijden is er niet zo veel verdiend aan zo’n grote Europese reis. De lonen zijn wat gestagneerd door de moordende concurrentie. Er wordt nog veel gefoefeld in de sector, ook met bijvoorbeeld de overuren. Bij mijn werkgever is dat gelukkig allemaal netjes geregeld." 

“Veel mensen denken dat we niet zo veel te doen hebben, buiten wat aan dat stuur draaien. Het klopt dat ik meestal geen fysieke vermoeidheid voel na een dag in de cabine, maar mentaal word je moe in het drukke verkeer. Een ongeluk zit in een klein hoekje, zeker als je met een zestien meter lange truck op pad bent. Ik rij met de truck zoals met mijn auto: kalm en beheerst. Er zijn collega’s die rijden alsof ze per container betaald worden. Het Hollands knooppunt in de Waaslandhaven lijkt soms wel Francorchamps.” 

Congestie

Ook David ontkomt niet aan de congestie op de kaaien, het zwarte beest van zowat alle containervervoerders. “Het is heel simpel: wanneer een boot langer dan gepland tegen de kade moet blijven liggen, kost dat de terminal en de rederij veel geld, dus willen ze dat te allen prijzen vermijden. De transporteurs hebben het maar te ondergaan, ook al staan we er soms drie uur aan te schuiven voor één container. Ik vraag me soms af hoe sommige zelfstandige collega’s daar nog iets aan kunnen verdienen.” 

Schrijnend

De accommodatie onderweg is ook een werkpunt, vindt David. “We komen in de problemen met rij- en rusttijden omdat we geen parking vinden. In discussies met de politie haal ik er dan altijd de wetgeving bij. Ik heb het hele boek in de cabine liggen. Veel stadsbesturen verbieden je ook te parkeren op hun gebied. Terwijl rust heel belangrijk is, al is het maar een powernapke van vijftien minuten. Je lichaam gaat bij extreme vermoeidheid in ‘microslaap’. In een oogwenk ben je weg. Als je een ongeval ziet met een wagen die op een rechte baan het decor is ingereden, is dat vaak de oorzaak.” 

“De infrastructuur onderweg is vaak schrijnend. Ook zijn er veel bedrijven waar we zelfs niet meer naar het toilet mogen gaan. Ze hebben soms slechte ervaringen gehad met vandalisme en dan gaat de deur op slot.”  

Buitenlanders

David gaat niet mee in het 'platkoppen'-discours dat je soms opvangt onder Belgische chauffeurs. “In hun situatie zou ik ook naar het buitenland gaan op zoek naar werk. In eigen land zouden ze 350 euro per maand verdienen. Ze worden naar hier gelokt met de belofte dat het hier drie keer meer is. Maar dat is nog altijd fors minder dan een Belg, want die kan op een drukke maand zo’n 2.700 tot 3.000 euro verdienen. Het is wel een feit dat de sfeer op de baan veranderd is sinds zij massaal tot het beroep zijn toegetreden.”  

Maar ondanks die werkpunten overheerst voor David nog altijd het plezier van het beroep. “Ik kan me niet voorstellen dat we daar allemaal dik tegen onze goesting op de kade staan”, klinkt het. “Je moet toch ergens de motivatie vandaan halen om zo vroeg op te staan. (lacht) Nee, ik rij doodgraag. Met de vrachtwagen en met de auto. Op vakantie rij ik ook graag met de auto, helemaal naar Zuid-Frankrijk of Spanje. Vliegen vind ik minder leuk. Ik ben gewoon graag op de baan.”  

Michiel Leen