Zomer - Vakbondsman van vader op zoon: Marc en Nick Loridan

Deze week zoeken we in de zomerreeks naar verhalen over de erfelijkheid van ‘maritiem- of transportbloed’. Vandaag Marc en Nick Loridan bij vakbond BTB-ABVV.

De naam Loridan doet in de havengemeenschap een belletje rinkelen. Marc Loridan (60) is sinds jaren voorzitter van de socialistische vakbond BTB-ABVV voor de Antwerpse haven. Hij krijgt nu het gezelschap van zijn zoon Nick (29), die samen met Kevin Verrept en Kevin Verhaegen recent aan de slag ging als bestendig afgevaardigde. Of in schoon Antwerps: delegee.

“In de eerste maanden loop ik mee met de collega’s om de knepen van het vak te leren kennen”, zegt Nick. “De corebusiness is het klassieke delegeewerk, gecombineerd met andere commissies en stuurgroepen. Ik wil me ook toeleggen op de jeugdwerking, naast mijn mandaten in de Europese en Internationale Transportfederatie, die ik al langer uitoefen. Tot nu toe waren dat vrijwillige engagementen."

Wat deed je tevoren?

Nick: “Tijdens mijn studies begon ik als ‘pasman’ aan de haven te werken. Na een tijdje haalde ik mijn ‘boek’ (erkenning als havenarbeider) en werd ik markeur. Ik ben ook lang ‘pleinman’ geweest op de MPET-terminal, en vessel dispatcher. Daarna ben ik bij de vakbond gaan werken. Ik was niet voorbestemd om aan de haven te gaan werken: ik studeerde grafische en digitale media. Je moet een kat een kat noemen: als je bereid bent om hard te werken, kun je aan de haven een goede boterham verdienen, met meer stabiliteit dan het freelancestatuut dat in de grafische sector gangbaar is, ooit kan bieden. Toen het me duidelijk werd dat ik voor langere tijd aan de haven zou gaan werken, leek het me evident om me ook in de vakbond te engageren. Een overtuigd socialist was ik al, ook door mijn engagement in de lokale politiek. Bovendien is havenarbeid vaak een beroep dat van vader op zoon wordt gedaan, dus ik kende wel wat volk aan de haven. Ook de vrijheid die je hebt sprak me aan. Je hoort weleens dat “de dok een fabriek geworden is”, maar dat moet je met een korrel zout nemen.”

“Het vakbondsengagement kregen we thuis met de paplepel mee. Als kleuter liep ik al mee in de 1-mei-optochten (zie foto 2), die toen nog wat grootser waren dan nu.  Ik herinner me dat het toen nog toegelaten was een 25-tons-containerstacker mee te nemen in de optocht van het justitiepaleis naar de Grote Markt.”

Wat doet dat met u, Marc, dat Nick in uw voetsporen treedt?

Marc: “Goh, hij is nog maar een paar weken bezig hé (lacht). Ik ben benieuwd naar wat onze generatie kan leren van die nieuwkomers en omgekeerd.”

U gaat intussen al een tijdje mee?

Marc:  “Ik ben in 1980 begonnen bij de BTB. De problemen die de havenarbeiders toen hadden, kun je niet vergelijken met die van nu: vragen over de ziekteverzekering, arbeidsongevallen, Cepa … Na een aantal jaren werd ik bestendigd afgevaardigde. In 1998 werd ik secretaris voor de haven van Antwerpen, in 2004 federaal secretaris voor de Belgische havens en voorzitter in Antwerpen."

Nick, krijgt u de jongeren geïnteresseerd voor de vakbond?

Nick: “Ja en neen. Het hangt af van de onderwerpen. De liefdadigheidsacties voor onder andere ‘De Mick’ en inzamelingen, hebben de interesse van geëngageerde jongeren, omdat ze een laagdrempelige vorm van concreet engagement belichamen. Onderwerpen die de solidariteit en gemeenschapszin aanwakkeren. Wanneer het wat politieker of abstracter wordt, is de interesse wat minder. Ergens begrijpelijk, want bijvoorbeeld op het Europese niveau worden de zaken al snel theoretisch. Al hebben die besluiten wel concrete gevolgen voor het werk en loon van de mensen op de kade.”

Was er ruimte voor debat in een geëngageerd gezin?

Dat de kinderen het socialistische gedachtegoed met de paplepel meekregen, hoeft niet te verbazen, maar van opdringen was geen sprake. Marc: “Thuis aan tafel heerst een open debatcultuur: na het eten werd er stevig en open gediscussieerd.” Nick: “Vroeger was ik eerder extreem-links. Gaandeweg leer je dat de zaken ingewikkelder en genuanceerder in elkaar zitten.”

Marc: “De vakbondsacties rond de opeenvolgende Europese port-packages maakte hij  als jonge gast bewust mee. Dat kon moeilijk anders, want vader stond mee in voor de massale mobilisatie van havenarbeiders voor de grote betogingen in Brussel en Straatsburg. Vijftig bussen zetten we destijds in. Dat signaal kon Europa niet negeren. Daar is de basis gelegd van onze huidige internationale werking. De aanvallen van Europa op het statuut van de havenarbeider hebben onze internationale solidariteit en samenwerking versterkt.”

Nick: “Het was geweldig om als jong gastje die acties en voorbereidingen mee te maken, die solidariteit te zien tussen generaties op de werkvloer, maar ook te leren hoe je met overleg, zonder geweld, oplossingen kunt bereiken.”

Werken vader en zoon dagelijks samen?

Marc: “We hebben allebei een bureau op de tweede verdieping van het secretariaat aan de Paardenmarkt. Van dagdagelijkse samenwerking is nog niet meteen sprake: in de eerste maanden zal Nick zich vooral inwerken in de materie. Samen met Nick komen er twee andere jonge afgevaardigden aan boord met het oog op de verjonging van de ploeg.”

Wordt Nick vaak aangesproken als ‘zoon van?’

Nick: “De dok is de dok, dus je kunt je wel aan – meestal ludieke – opmerkingen verwachten. Wanneer je engagement duidelijk is, krijg je respect terug.”

Marc, u staat al enkele decennia op de barricaden voor de havenarbeiders. Neemt u dat werk mee naar huis?

Marc: “Bij grote acties kan dat niet anders. Op het moment zelf sta je er niet bij stil, je leeft op adrenaline. De vermoeidheid kwam pas later. De voorbereidingen voor zo’n grote vakbondsactie zijn niet mis: probeer maar eens aan vijftig bussen te raken, een voorraad ‘schoofzakken’ voor onderweg. Nick heeft als kind nog mee envelopjes met stakingsvergoedingen samengesteld en uitgedeeld. Het waren andere tijden.”

Nick: “Er wordt met een zekere nostalgie op teruggekeken, maar voor leeftijdgenoten die er toen bij waren heeft het een onuitwisbare indruk gemaakt. De verhalen worden natuurlijk elke keer een beetje straffer!”

Gaat het thuis aan de barbecue ook over de vakbond en de haven?

Marc: “Af en toe moet ik hem afremmen. (lacht) Het moet niet altijd over het werk gaan.”

Nick: “Stuur tien dokwerkers op vakantie naar het strand en het gaat nog de helft van de dag over het werk. Daaruit blijkt toch de fierheid van de dokwerkers op hun werk. Die internationale kameraadschap mocht ik al ervaren in verschillende jongerenwerkingen. Je hebt als havenarbeider ook veel internationale aanknopingspunten: schepen die verschillende wereldhavens aandoen, vergelijkbaar materieel op de kaaien. In andere sectoren is die klik minder evident.”

Nick, ziet u uzelf al op een zeepkist staan met een megafoon?

Nick: “Die rol moet worden opgenomen door iemand met een zekere anciënniteit en autoriteit. Als ik ooit die rol kan opnemen, zal ik het zeker doen. Maar momenteel zijn er binnen de centrale voldoende mensen met meer ervaring en anciënniteit die dat op zich zullen nemen. Ik zal hen bijstaan waar ik kan.”

Marc: “Ik werd secretaris in oktober 1998 en in januari 1999 leidde ik mijn eerste staking. Toen heb ik voor het eerst de stakers toegesproken vanop een machine. Ik was zenuwachtig, maar je leert dat gaandeweg.”

Nick: “Misschien zal ik minder zenuwachtig zijn, ik spreek graag voor een groep. Maar eerst moet je een positie verwerven waardoor je op die kist kunt kruipen zonder dat ze je er meteen weer af trekken. Je moet toch ‘iemand’ zijn om die rol te kunnen opnemen.”

Welke zaak zou u op de agenda willen zetten, Nick?

Nick: “Als ik vanuit mijn ervaring van markeur spreek, houden vooral digitalisering, automatisering en robotisering me bezig. Die fenomenen hebben wel degelijk een invloed op de tewerkstelling. Die zaken zou ik graag in detail onderzoeken. De technologie wordt alsmaar geavanceerder, maar mensen hebben ook kwalitatieve arbeid nodig om in de samenleving en economie hun rol te kunnen blijven spelen.”

Marc: “Van de jongeren bewonder ik dan weer de dadendrang. En hun vanzelfsprekende digitale kennis. Onze generatie heeft dat al doende moeten leren. Een beetje vaderlijke raad geef ik. Aan alle drie de nieuwe afgevaardigden, overigens. Of ze willen luisteren is een andere vraag." (lacht)

Michiel Leen