Zomer: Antwerpse familie Croenen, zeelui van vader op zoon

Deze week zoeken we in de zomerreeks naar verhalen over de erfelijkheid van ‘maritiem- of transportbloed’. Vandaag: Herman en Dieter Croenen over het leven als zeevarende. "Het zeemansbestaan is een roeping."

De familie Croenen heeft zeewater in het bloed. Naast vader Herman, die rivierloods is, zijn ook zonen Dieter en Jeroen op het water actief. De kleinkinderen zijn dan weer fan van boottochtjes met ‘bompie’.

Herman (64) studeerde aan de Antwerpse Hogere Zeevaartschool en was daarna tien jaar actief in de koopvaardij. Hij werkte onder andere voor CMB, Ahlers en Sealanes en voer met verschillende scheepstypes, van tankers tot bulkcarriers, en van general-cargoschepen tot containerschepen en koelschepen. 32 jaar geleden maakte hij de overstap naar het Loodswezen. Zoon Jeroen is bij Brabo vastmaker en sectieoverste. Sinds drie jaar is hij ook kapitein op de Waterbus in bijberoep. Zijn tweelingbroer Joris zit in de mode-industrie. Dieter (36) is actief in de zeesleepvaart: aan boord van de ‘Guardian’ van Multraship houden hij en zijn collega’s een oogje in het zeil in opdracht van de Nederlandse kustwacht. Sporadisch vaart hij ook met de CMB-waterstofcatamaran ‘Hydroville’.

Dieter: “We zijn voor periodes van vier weken aan boord: dan zijn we stand-by en lopen zeewachten. Vanaf 5 beaufort worden we door de kustwacht ‘naar buiten’ gestuurd om assistentie te verlenen. Zowel met kerst als met Pasen zijn we in actie gekomen. Met Pasen raakte de ‘Escape’, een containerfeeder van 140 meter, in de problemen in de vaarroute naar Duitsland: het roer was kapot en het schip dreef af richting Waddeneilanden. Met 8 beaufort, zes meter hoge golven en smeltende sneeuw hebben we het schip toch in veiligheid kunnen brengen. In rustigere wateren heeft een andere sleepboot het van ons overgenomen. Meteen daarna zijn we elders op de Waddenzee containers gaan onderscheppen die overboord waren gewaaid. Soms gaan ook handhavers mee aan boord, douane, politie en marechaussee, om op zee inspecties uit te voeren.”

Stond het in de sterren geschreven dat de kinderen in uw voetsporen zouden treden?

Herman: “Dat ik zelf vaar, speelt wellicht mee. De kinderen zijn ook allemaal bij de zeescouts geweest. Ook op die manier sijpelt de liefde voor het water door.”

Dieter: “De interesse was er zeker wel. Ik heb mijn middelbare studies ook afgestemd om klaar te zijn voor de opleiding op de zeevaartschool.”

Herman: “Ik heb het niet aan- of afgeraden. Dieter herinnert zich nog hoe hij als kleine jongen aan boord geweest is toen ik nog in de koopvaardij werkte (zie foto 2).  Hij zei ook al van toen hij klein was dat hij wou gaan varen en ooit loods zou willen worden. Ik heb nooit gezegd: je moet gaan varen. Het zeemansbestaan is een roeping. Beslissen dat je gaat varen, is erg ingrijpend. Want je bent echt wég van huis hé. Voor je echtgenote is het ook heftig, want die staat er alleen voor. Indertijd was de communicatie ook niet wat ze vandaag is. Een brief, een telex of als je geluk had een telefoongesprekje. Dat was het.”

Dieter: “De echtgenotes werken vaak in de zachte sector: het onderwijs, de zorg, als psycholoog enzovoort. Mijn echtgenote komt ook uit die sector en werkt nu bij de gemeente. Mijn moeder is ook verpleegster. Omgaan met mensen, het zorgende, flexibel zijn, misschien ligt daarin de link? Er zijn ook gezinnen waarin beide partners varen, maar dat zijn de uitzonderingen.”

Herman: “Mensen met een dergelijk profiel weten ook van aanpakken, ze weten hun plan te trekken. Ook belangrijk wanneer je echtgenoot op zee zit.”

Dieter: “Wij hebben nog het geluk dat we dicht bij de kust blijven en dat de meeste services zoals WhatsApp gewoon blijven werken. Maar toen ik nog koopvaardij deed en maanden van huis was, was dat wel anders. De kinderen herkenden me bij thuiskomst vooral aan mijn stem.”

Nog steeds ambitie om loods te worden?

Dieter: “Het is afwisselend werk en je sociale leven gaat erop vooruit: je bent meer thuis.”

Willen de kinderen gaan varen?

Dieter: “Op het bootje van ‘bompie’ varen ze alleszins graag mee. (lacht) Maar ze zijn natuurlijk nog heel jong. Als ze ooit in het beroep willen stappen, zal ik ze zeker steunen. Natuurlijk maken ze dingen mee die je niet zou meemaken in een ‘niet-maritiem’ gezin, zoals de ervaring om ook eens het bootje te besturen, of om mee te gaan naar de opening van bijvoorbeeld de Kieldrechtsluis. Niet elk kind kan vertellen dat het op de bodem van zo’n dok heeft gestaan.”

Herman, u hebt nooit gedacht het ze af te raden?

Herman: “Neen. Het maakt me ergens wel gelukkig dat de kinderen in mijn voetsporen stappen, maar in die keuze heb ik me neutraal opgesteld. Je moet zelf overtuigd zijn van die keuze en de consequenties, want evident is het niet: de studies zijn pittig, je gezinsleven ondervindt er impact van en het leven aan boord is ook niet altijd gemakkelijk.”

Dieter: “Mocht een van mijn zonen gaan varen, zou ik toch de kanttekening maken dat het vandaag als West-Europese officier niet evident is om te beginnen. Ook de grote namen uit de Belgische zeevaart nemen maar weinig Belgen aan. In mijn koopvaardijtijd hadden zeevarenden bovendien ook geen recht op vaderschapsverlof. Ik heb toenmalig minister van werk Monica De Coninck in die tijd aangeschreven en vlak voordat mijn oudste zoon geboren werd, was er toch een regeling. Op een half jaar kregen we voor elkaar waar ‘Brussel’ al zes jaar aan knutselde. Bleek dat enkele grote spelers uit de Belgische zeevaart er tegen waren geweest.”

Nooit gedacht aan een ander beroep?

Dieter: “Als ik het beu ben om zeeziek te worden. Raar maar waar, daar heb ik nog altijd last van. Ik niet alleen hoor. Tijdens de paasstorm zat de kapitein alleen aan de eettafel, de anderen hadden niet zoveel trek.”

Herman, hebt u daar geen trucje tegen?

Herman: “Zo veel mogelijk vast voedsel eten en zo min mogelijk drinken. Maar zeeziekte wordt vooral veroorzaakt door je evenwichtsorgaan. Daar kun je weinig aan doen.”

Is het op familiebijeenkomsten 'al scheepvaart wat de klok slaat'?

Herman: “Nee hoor. We hebben genoeg verhaalstof buiten het werk. Vooral met de kleinkinderen. Soms maken we met het gezin een tochtje met mijn plezierboot.”

Komen jullie elkaar ooit tegen onderweg?

Herman: “Jeroen zie ik in Antwerpen weleens varen met de Waterbus of met een vaartuig van Brabo.”

Dieter: “Onlangs, toen we met de ‘Guardian’ in Vlissingen het droogdok in gingen, zagen we pa op de loodsboot voorbijvaren. Maar meestal verschilt ons werkterrein nogal.”

Michiel Leen