WEEKENDPORTRET Roger Roels: "Behalve Alfaport verliep alles vrij goed"

Roger Roels is officieel met pensioen maar is na een internationale carrière nog altijd bijzonder actief, zowel in de Antwerpse haven als in de sport- en ziekenhuiswereld. We belichten hem hier in onze reeks weekendportretten. 

“Mijn ouders hebben als kleine ondernemers veel meer risico’s durven nemen dan ik”, steekt Roger Roels van wal. Zijn ouders kwamen allebei uit kroostrijke landbouwersgezinnen in het Wase Belsele en begonnen, pas gehuwd, zonder enige ervaring een kruidenierszaak in Merksem. “Met succes. Pas op zijn 55e ging mijn vader het wat kalmer aan doen en werd hij nachtwaker bij Hessenatie.” Toch was dat niet de link die Roger in ‘de maritiem’ bracht.

Stoere basketter

Roger is in Merksem geboren in 1950. Hij volgde zowel de lagere school als de humaniora (Wetenschappelijke A) aan Sint-Eduardus in Merksem. Al op zijn 13e mat hij 1,80 meter en woog hij 78 kilo. Sterk genoeg om in de winkel te helpen en zakjes kolen naar klanten te zeulen. Met zijn ‘carrure’ was het geen wonder dat men hem bij de scouts de totem ‘Trouwe Buffel’ gaf. “Ik deed intussen ook veel aan sport. Net door die grootte vroeg men mij bij de basketploeg in Merksem. Zo kwam ik bij een ploeg die Antwerp Giants heette.”

Zoekend

“Na mijn humaniora wou ik in Leuven voor ingenieur gaan studeren. Ik was goed in wiskunde. Maar mijn ouders hadden liever dat hun enige kind in Antwerpen bleef. Daar was geen richting ingenieur. Dus koos ik voor wiskunde. Dat lag me totaal niet. Midden in mijn bisjaar ben ik gestopt en moest ik wachten op mijn legerdienst.” 

“Ik koos louter opportunistisch voor de Marine al was dat vijftien maanden dienst: Antwerp Giants had het gefikst dat ik in de basketploeg van de Marine zou spelen en in het weekend bij hen. Ik zat in Oostende, deed er de vergunningen, kwam nooit op een boot maar speelde elke dag basket. Elk weekend was ik thuis.”

“In afwachting van de Marine had ik bij de CMB-agentuur AMI een interimjob bij Dart Container Line, een consortium waartoe ook CMB behoorde. Ik moest daar een studie uittypen over de toekomst van de container en wist niet eens wat dat was. Een merkwaardig toeval als je bedenkt waar ik later belandde.”

“Tijdens mijn diensttijd in '70-'71 dacht ik na over mijn toekomst. Ik vond mezelf mislukt al was ik in de humaniora een goede student: steeds de tweede, en de eerste in wiskunde. Ik wilde terug gaan studeren. Toen ik afzwaaide was het volgende academiejaar nog veraf en … dat zou mijn leven bepalen.”

Toeval

“In afwachting vond ik een interim bij Sea-Land, de eerste containerrederij ter wereld. Sea-Land was, na een start in Rotterdam, in Antwerpen op Kaai 468 begonnen en had daar vier man die containers uit Rotterdam verdeelden. De zaak boomde. Als hulpje werkte ik er dag en nacht en merkte … dat er iets niet pluis was: twee mensen hadden een circuit opgezet met dubbele facturen. Ik heb er nachten van wakker gelegen en besloot uiteindelijk de zaak op tafel te leggen. De twee werden op staande voet ontslagen en – wat nooit mijn bedoeling was – ik, amper 26, werd gevraagd de Antwerpse zaak te leiden. Al snel had ik tien medewerkers. De omzet verdubbelde om de drie maanden. Sea-Land was de internationale nummer één.” 

“Ik was intussen ook gehuwd. Mijn eerste zoon werd geboren in 1975, de tweede in 1977. Basketten ging niet meer want als ik iets doe, wil ik het goed doen. En van het plan om te gaan studeren kwam ook niets meer in huis.”

Buitenland

“In 1980 telde ons bureau al 45 man. Toen kwam de typische vraag in een Amerikaans bedrijf: wil je in het buitenland gaan werken? Met een jong gezin! Nadat ze twee jaar hadden aangedrongen, leek het Spaanse Algeciras ons een tussenoplossing. Mijn vrouw ging Spaans leren en ik ging ter plaatse een school voor mijn zonen zoeken toen de operationeel verantwoordelijke voor Sea-Land Europe, mijnheer Middleton, me naar Rotterdam riep. Hij had ‘iets anders’: vanuit Rotterdam de nieuwe dienst Intra Europe Services uitbouwen, in feite een commerciële functie. Het werd dus ‘buitenland’ in Rotterdam.”

“De nieuwe job liep redelijk maar na anderhalf jaar werd ik in 1986 aangeduid voor een topjob in Dubai: verantwoordelijk voor alles tussen Suez en Singapore. Het was voor het eerst dat Sea-Land die job aan een niet-Amerikaan aanbood. Ik weigerde! Op dat ogenblik was de oorlog tussen Iran en Irak bezig en met een jong gezin naar oorlogsgebied? Middleton schokschouderde en stelde me voor op kosten van het bedrijf enkele dagen naar Dubai te reizen met mijn vrouw. Na één dag daar zegden we ‘ja’. Het was een fantastische opportuniteit in een totaal andere wereld. Ik heb dat tot eind 1990 gedaan.”

Golfoorlog

“Toen werd ik naar het hoofdkwartier in de States geroepen als directeur operaties, verantwoordelijk voor strategische planning voor de Atlantic Division: alles ten oosten van Amerika tot Singapore. Kort nadien brak de oorlog met Irak uit. Je moet weten dat Sea-Land enorm veel transporteerde voor het VS-leger. Plotseling bleek ik, net terug uit de Golf, dé Midden-Oostenspecialist van Sea-Land. Ik, pacifist, werd naar het Pentagon afgevaardigd en zat daar als Belg bij het Amerikaanse militair commando. Wat me opviel: ze kenden weinig van het Midden-Oosten, hadden weinig benul van aardrijkskunde en logistiek, hadden zelfs geen goede kaarten.”

Toch studies

“Intussen had men mij duidelijk gemaakt dat om verder op te klimmen een academische graad nodig was. Naast mijn voltijdse job heb ik gedurende twee jaar aan de Columbia University gestudeerd en een MBA gehaald.”

“Direct nadien vroeg men mij in de zomer van 1992 om mijn zelfde job verder te zetten vanuit … Rotterdam. Dat kwam goed uit want de oudste zou naar de unief gaan en wij wilden geen situatie met een gezin in drie continenten. We zijn dus teruggekeerd en gingen in Kapellen wonen.”

“Intussen was de positie van Sea-Land internationaal relatief verzwakt. In de kering van 1999/2000 vroeg men mij na herhaalde besparingen algemeen directeur te worden van de Atlantic Divison en de ondersteunende diensten om fiscale redenen naar Ierland te verhuizen. Daar geloofde ik totaal niet in. Ik gaf mijn ontslag zonder uitzicht op wat anders. Laat me nog vermelden dat ik in die Sea-Landperiode nog iets realiseerde waar ik echt fier op ben: de bouw van de haven van Salalah in Oman.”

Het dubbeltje rolt 

“Na twee maanden ‘sabbatical’ werd ik zenuwachtig. Ik kreeg aanbiedingen van onder meer P&O Ports. Dat bedrijf vroeg me als consultant een acquisitie te doen in Antwerpen. Ik ging praten met Hessenatie, Noord Natie en Seaports en vroeg me tegelijk af of dat wel een goede zaak zou zijn voor Antwerpen omdat ik besefte dat overal lokale stuwadoors werden weggeveegd. Uiteindelijk bereikten we een principeovereenkomst met Seaports Terminal en met ACT. P&O Ports vroeg me toen om dat bedrijf te leiden, inclusief de nieuwe terminal aan het Deurganckdok. Tegelijk vroeg men me een joint venture in Frankrijk te starten met CMA, met terminals in Le Havre en Marseille. Daar kwam nog snel Constanza in Roemenië bij, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Rotterdam … In plaats van méér thuis te zijn – ik was al 50 – zat ik meer dan ooit in het vliegtuig.” 

“In volle expansie werd P&O Ports overgenomen door Dubai Ports World. De CFO en COO van DP World waren oude bekenden; ze hadden nog voor mij in Dubai gewerkt bij Sea-Land. Ik werd vicepresident voor de regio Europa-Afrika en werd lid van de executive board in Dubai.” 

“Het werd allemaal wat veel. Op mijn 56e besliste ik stilaan af te bouwen. Op mijn 62e ben ik gestopt. Jammer genoeg heeft men toen het hoofdkwartier van de Europees-Afrikaanse activiteiten van Antwerpen naar Londen overgeheveld.” 

Alfaport

“In 2006 was ik overigens terug in het basketbal gerold. Men vroeg me voorzitter te worden van de basketbalploeg RBA, ontstaan uit een fusie van Racing Mechelen en Antwerpse. Antwerpse had zelf ooit Antwerp Giants overgenomen. In een marketingstudie, besteld om de club een nieuw elan te geven, kwamen voorstellen voor een nieuwe naam, ‘Antwerp Pistols’ of ‘Antwerp Giants’. Gek genoeg en zonder dat ik er voor iets tussen zat, was ik terug ‘Antwerp Giants’. Vandaag ben ik nog steeds dagelijks uren bezig met die voorzittersjob.”

“Intussen was ik ook voorzitter geworden van Alfaport: de grootste ontgoocheling in mijn carrière. Ik combineerde dat voorzitterschap met mijn activiteiten bij DP World én bij Antwerp Giants. Positief was dat de samenwerking met het Havenbedrijf vrij goed liep en we hebben samen het Routeplan 2020 uitgestippeld. Ook positief: de basis werd gelegd voor de samenwerking met Voka. Maar negatief: de onmogelijkheid van de privé-havengemeenschap om tot oplossingen te komen voor een aantal belangrijke problemen. Ik raakte gefrustreerd en mijn vrouw heeft me toen voor het eerst gezegd: stop ermee!”

“Ik was enthousiast gestart maar bereikte uiteindelijk heel weinig. De mensen die daar zetelden, waren van goede wil. Maar telkens ze met de uitgewerkte plannen naar hun achterban gingen, konden we weer naar af.” 

“Ik vind het ook triest dat we niet vlugger opschieten met, in mijn ogen, echt ernstige problemen zoals het marktaandeel van de trein, loodsen, binnenvaart, IJzeren Rijn, imago van de sector enzovoort.” 

“Laat ons duidelijk zijn: ik heb daar zelf gefaald hoor. Ik ben er niet in geslaagd de neuzen in dezelfde richting te krijgen.” 

Stilgevallen?

“Drie jaar geleden was ik heel blij met de beslissing om de raad van bestuur van de haven open te stellen voor onafhankelijke bestuurders uit de privé-sector. Ik was uiteraard ook vereerd toen men mij daarvoor vroeg. De huidige raad van bestuur werkt erg goed. Er is een goede balans tussen de leiding door Jacques Vandermeiren en wat de politiek en de onafhankelijke bestuurders inbrengen.” 

"Stilgevallen ben ik dus zeker niet. Ik ben inmiddels in de raad van bestuur van de haven het lid met de maritieme ervaring en wellicht daarom ondervoorzitter en voorzitter van Port of Antwerp International.”

“Tevens ben ik ondervoorzitter van ZNA (Ziekenhuis Netwerk Antwerpen). Verrassend maar uiteindelijk eenvoudig: men wou, naast medici en politici, iemand met bedrijfservaring. Ik doe dit inmiddels al vier jaar. Iets totaal anders en dus intellectueel en sociaal geweldig interessant.”

Imago

“Wat me momenteel inzake de haven het meest bekommert, is het imago van onze haven bij het groot publiek. Wij zijn de motor van onze economie maar toch worden wij voortdurend aangewezen als de luchtvervuilers, de fileveroorzakers, de megalomanen en wat weet ik nog. Dit is en blijft een belangrijk aandachtspunt voor het Havenbedrijf en voor iedereen die iets in en met de haven wil bereiken.”

Paul Verbraeken