WEEKENDPORTRET - Pit De Jonge: "Water-rAnt geen verworven recht"

Pit De Jonge organiseerde onlangs de elfde editie van het Antwerpse watererfgoed-event Water-rAnt. We belichten hem hier in onze reeks weekendportretten. Daarin bezoekt journalist Paul Verbraeken elke week een maritieme of logistieke ‘BV’.

Iedereen kent hem als ‘Pit’, hét gezicht van Water-rAnt. Op zijn identiteitskaart staat nochtans ‘Edward-Eric’. Zelf weet hij niet vanwaar die roepnaam ‘Pit’ komt. “Nog voor ik goed en wel kon praten, zou ik als klein ukje steeds mezelf in de derde persoon aangeduid hebben als ‘Pit’. Iedereen is dat dan maar blijven gebruiken.”

V-bommen

Maritieme roots heeft de straks 65-jarige Pit De Jonge niet echt. Hoewel. Zijn ouders leerden elkaar begin jaren vijftig kennen in de Antwerpse Billard Palace. Moeder was een Antwerpse uit een kunstzinnige familie. Vader was van Hingene maar was met zijn ouders tijdens de oorlog naar Antwerpen verhuisd. Grootvader had toen een job gevonden bij de ‘petrol’ op ‘het Zuid’.

Als jongeman had vader Mike De Jonge zich meteen na de bevrijding voor het avontuur als ‘volunteer’ gemeld bij de Britse marine. Toen sloeg het noodlot dubbel toe. “Hij werd op 16 december zwaar gewond vanonder het puin gehaald van cinema Rex, waar een V2 567 mensen doodde. Een Britse dokter heeft zijn arm gered. Eerst wou men amputeren. Gelukkig voor hem heeft die zware verwonding verhinderd dat hij nog verder in het leger werd ingezet. Maar op 19 januari 1945 sterft zijn vader, mijn grootvader dus, onder de zoveelste V2. Die viel deze keer op de Kielse Standard American Petroleum Company. Daarmee waren de ambities om te gaan varen helemaal van de baan want hij moest als kostwinner verder.” 

Vaders passie

“Als kersverse Antwerpenaar was mijn vader direct geïnteresseerd in alles wat met de zee te maken had. Hij wou overigens naar de Zeevaartschool maar mocht niet van zijn moeder. Hij zou voor de rest van zijn carrière werken bij het expeditiebedrijf John P. Best. Tegelijk was hij heel cultureel aangelegd. Hij volgde avondlessen tekenen en schilderen. Daar legde hij zich vooral toe op zee- en havenzichten.”

“Kort nadat hij in 1953 getrouwd was, kocht hij een roeisloep en sloot aan bij de watersportverenigingen op Linkeroever. Toen hij kort nadien werd opgeroepen voor zijn legerdienst van 24 maanden, koos hij de Marine. Hij werd radaroperator op het bevoorradingsschip Kamina. Onverwacht moest die Kamina voor een snelle herstelling naar Antwerpen. Daardoor was vader onverwacht thuis. Ik ben negen maanden later op 15 april 1955 geboren in de Prinsstraat. Ik ben dus een echt Marineproduct.”

“Ik werd als klein manneke in vaders passie meegetrokken. Vader begon begin jaren '60 met het zeiljacht 'Bonaventura II' mee te doen aan internationale zeilwedstrijden. Hij nam zelfs drie keer deel aan de beroemde Fastnet-zeilrace.” 

“Overigens werd ik al in 1961 – amper zes – toegelaten tot de zeescouts. Zo trok ook ik elk weekend naar Linkeroever. Intussen waren we in Klapdorp gaan wonen waar mijn moeder een boekhandel begon. Heel het schipperskwartier was dus mijn speeltuin. Ik werd wakker met het geluid van scheepshoorns. In onze boekhandel passeerde scheepsvolk van alle nationaliteiten. Op mijn 15e gaf pa mij een jolletje cadeau: de 'Troll'. Als in 1971 de gezinszeilboot 'Sentinel' naar het Veerse Meer verkast, gaat de jol mee. Een wereld gaat open, zeilen en schepen worden een tweede natuur." (Pit is inmiddels al aan zijn elfde familieboot, red.).

Fotografie

“Na mijn middelbare school in de Pijlstraat wou ik iets creatief gaan leren: tekenen, schilderen en boetseren aan het Technicum. Vlak erna schakelde ik over naar de fotografieafdeling van de Cadixstraat. Ik werd echter smoorverliefd en volgde een vriendin naar Brussel om er tot 1978 aan het RITCS te gaan studeren.” 

“Na mijn afstuderen lag het in de lijn van de verwachtingen dat ik voor mijn legerdienst de marine zou kiezen. Maar de toekomstige schoonvader zou voor de nodige ‘piston’ zorgen zodat de legerdienst comfortabel zou worden. Alleen, die piston pakte niet. Ik werd vrachtwagenschauffeur in Duitsland. Acht maanden tijdverlies. Het gaf me wel de tijd na te denken over mijn verdere leven.” 

“Ik besliste me als freelancejournalist-persfotograaf te lanceren met handelsregister in Brussel. Ik woonde uiteindelijk achttien jaar in Schaarbeek. Ik kreeg veel opdrachten – onder meer van de BRT en Photonews - maar zag toch ook soms zwarte sneeuw.” 

Erfgoed

“Het zeilen viel zowat stil toen ik in het leger ging. Nadien begon ik te werken. Naast tal van opdrachten voor alle mogelijke media begon ik in de jaren tachtig – hoewel ik nog weinig aan pleziervaart deed – als freelancer aandacht te hebben voor het watererfgoed. Ik ging toen ook voor het ledenblad Varen van de Vlaamse Vereniging voor Watersport (VVW) werken. Dat bracht me ook bij de bladen van de toenmalige VAB-VTB met Uit Magazine, Auto Magazine en Snippers, maar vooral bij het gecommercialiseerde Varen. Ik was daar op de duur bijna zo goed als vast in dienst.”

“Vanuit die functie ging ik mee met internationale zeilwedstrijden, onder meer met Staf Versluys. Ik werd ook freelance-correspondent ‘zeilen’. Ik kreeg zelfs een aanbod voor de Whitbread Round the World Race, de Himalaya in de zeilwereld. (grijnst) Door protest op het thuisfront zag ik daar van af.” 

Enkhuizen ...

“Als correspondent en als medewerker van Varen kon ik heel veel meevaren en persreizen maken. Een van de meest blijvende ervaringen was een bezoek aan de ‘bruine vloot’ van Enkhuizen: daar slaagde men erin een vloot van traditionele, zeilende vrachtschepen – tjalken, klippers en noem maar op – met succes te herbestemmen door ze om te bouwen tot passagiersschepen.” 

“Een soortgelijke ervaring had ik bij een bezoek aan het Festival van Brest. De visserij lag er toen op apegapen maar de Bretoenen staan enorm op hun eigenheid en hebben van daaruit een boontje voor hun erfgoed. Ik viel er van de ene verbazing in de andere en liep bijna in trance door de totaalbeleving die ze daar gaven met herlevende houtbouw en ambachten, scheepsmuziek, sfeer én een enthousiast publiek.”

“Tegelijk bleef er de invloed van mijn vader. Die was depressief. Dat uitte zich in donkere tekeningen over de verloedering van het Bonapartedok en kwijnende traditionele schepen. In het buitenland had ik geleerd dat alternatieven mogelijk waren. Ik had meegevaren met de 'Libertad', met de Hollandse en Deense schoeners, zelfs met de replica van James Cooks expeditieschip: de Endeavour. Terwijl ik dus meer en meer voor alle Europese magazines over pleziervaart en traditionele schepen ging schrijven, wou ik stilaan met mijn ervaringen rond de maritiem-erfgoedwerking iets gaan doen.” 

Verloedering

“Intussen woonde ik nog altijd in Schaarbeek. Privé maakte ik een moeilijke periode door en wou terugkeren naar Antwerpen. Ik kon een goedkoop appartement overnemen in Borgerhout en hoopte de oude sfeer van mijn jeugd terug te vinden.”

“Was dat een vergissing! Het Falconplein was ingenomen door Albanezen en Russen. In heel de Sint-Paulus- en schippersbuurt heerste een grimmige sfeer. Ik voelde me vervreemd. Dat sympathieke, joviale Antwerpse was weg.”

“Wat me het pijnlijkst trof was de totale verloedering rond het Bonapartedok, mijn geboorteplek. Met Enkhuizen en Brest in het achterhoofd zouden er toch alternatieven mogelijk zijn. Bij VCM, het Forum voor Erfgoedverenigingen, had men daar wel oren naar.”

“De kabinetschef van toenmalig havenschepen Leo Delwaide, Ludo Van Campenhout, reageerde enthousiast toen ik hem eens ging spreken over Enkhuizen en Brest, en hoe er daarmee terug leven in de brouwerij komt. Zowel bij hem als het ontwikkelingsbureau Antwerpen klonk het: doe maar. Iedereen zei ‘doe maar’. Maar er was geen budget. Ik wou een reünie in een totaalsfeer van muziek, scheepsbouw, pleziervaart, maquettes enzovoort. Dat idee viel toen – het jaar 2000 – net samen met de creatie van een jachthaven in het Willemdok. Maar net dan viel ik acht maanden buiten strijd door een pancreasontsteking.”

WaterKant

“Nog in het ziekenhuis bracht mijn vriendin – later mijn vrouw – me een folder met de opmerking: ‘ze zijn met uw idee gaan lopen’. In Oostende begon ‘Oostende voor Anker’. Ik nam zo snel mogelijk contact en begon hen als freelancer te steunen. Maar uiteraard bleef ik aan Antwerpen denken.”

“Een nieuwe gelegenheid deed zich voor in 2003 toen de Mercator voor een grondige herstelbeurt naar Antwerpen kwam en een tijdlang in het Bonapartedok zou liggen. Met een reclame- en eventbureau besloten we een totaalgebeuren op te zetten met watererfgoed, een roeiregatta en de Antwerp Race. Dat werd WaterKant. Om de twee jaar poogden we dat tot 2009 te herhalen en te koppelen met een ‘in water boat show’.”

“We wilden ons daarbij doelbewust onderscheiden door te focussen op Antwerps erfgoed. Met stoomschepen, de Graanzuiger, dokwerkersgerief en de actie rond de Doelse Kogge.”

Water-rAnt

“In 2009 ging het reclamebureau een heel andere richting uit. Omdat de naam WaterKant beschermd was, besloten we een eigen vzw Water-rAnt op te richten om nog meer te kunnen focussen op de belangen van het Watererfgoed. Intussen was onder impuls van VCM en door het boek van prof. Van Hooydonk over de ‘Zachte waarden van de haven van Antwerpen’ Watererfgoed Vlaanderen opgericht. Van Hooydonk bracht daar met zijn prestige direct de nodige dynamiek in. Dat is zijn grote verdienste.”

“In die sfeer herbegonnen we Water-rAnt als een specifiek Antwerps evenement dat zou focussen op het watererfgoed van Antwerpen. Neen: van heel de Scheldedelta. (lachend) Voor een Antwerpenaar begint de Scheldedelta bij Cadiz in het zuiden en eindigt bij Moermansk in het noorden. Water en scheepvaart zijn zo bepalend geweest voor Antwerpen. Het is bijna schandalig hoe dat uit het stadsbeeld is verdwenen!”

“Als non-profitorganisatie gingen we vanaf 2011 op eigen kracht met Water-rAnt verder in en rond het Kattendijkdok. Dat bleef aanslaan. Eind september was onze elfde editie. Ondanks het barslechte weer werd het opnieuw een succes.”

Signaal

“Water-rAnt is inmiddels een merknaam die geassocieerd wordt met het nautische Antwerpen. We zijn er bovendien in geslaagd belangrijke erfgoedaspecten, zoals de graanzuiger, in de belangstelling te krijgen.”

“Maar we blijven nog altijd scheepvaartwaarden verliezen. Bij de opening van Water-rAnt dit jaar heb ik onderstreept dat “hier talloze vrijwilligers klaarstaan om het watererfgoed van de stad te onderhouden en toegankelijk te maken.” 

“Met Water-rAnt geven we duidelijke signalen, namelijk dat watererfgoed populair is. En dat bekend bemind is, het omgekeerde van de boutade. Maar het is vijf voor twaalf. De meerwaarde van dit erfgoed zorgt voor veel return. Dat bewijzen bezoekerscentra in Portsmouth, Enkhuizen, Rotterdam en Brest.”

Watersportjournalist

Intussen is Pit nog voor 80% freelancer in de pleziervaart en werkt hij voor allerlei organisaties van de watersport. “Zo organiseer ik mee de Belgian Boat Show in Gent en in Nieuwpoort, en lever ik teksten en foto’s ook voor de websites en sociale media. Ik zorg voor de promotie en opvolging van de Open Noordzeekampioenschappen. Zo volg ik de ‘Draken’ en het Open Belgisch Kampioenschap Zeilen.”

Toch nog hobby’s

Pit – die in 2003 huwde en een “fantastische plusdochter en een fantastische pluskleinzoon” heeft – heeft dus van zijn hobby zijn beroep gemaakt. Veel hobby’s daarnaast zal hij dus wel niet meer hebben? “Toch wel. Ik kook elke dag. Heerlijk. Ik lees veel. Niet alleen vakliteratuur. Net nog de 'Roberts biografie van Churchill', 'De grote Verkilling' van Geert van Istendael en 'Wil' van Olyslagers gelezen. Allemaal toppers. Ik heb de indruk dat hoe groter de televisieschermen worden, hoe dommer de programma’s. Wat niet belet dat ik de schitterende BBC-reeksen ‘Saving Lives at Sea’ en ‘Coast’ heb gesmaakt.”

Waarschuwing 

“Dat ik volgend jaar 65 word, zal niet veel verschil maken. Maar laat me terugkomen op Water-rAnt. Dat is geen verworven recht! De voorwaarden worden steeds strenger. Het wordt om de twee jaar zwaarder. Eerlijk, ik weet niet of we daaraan kunnen blijven voldoen. We zullen met heel het team evalueren en de mogelijkheden aftoetsen. Een belangrijke kaap die zelfs na twintig jaar gerond moet worden is de nautische wereld ervan overtuigen dat Water-rAnt iedereen eraan herinnert dat we allemaal een nautische DNA hebben.” 

Paul Verbraeken