WEEKENDPORTRET: Philip De Prest zet Flandria terug op de kaart

Philip De Prest, sinds anderhalf jaar eigenaar van rederij Flandria, is nu aan de beurt in onze reeks weekendportretten. In die reeks bezoekt journalist Paul Verbraeken elke week een maritieme of logistieke ‘BV’.

Amper veertien jaar geleden deed Philip De Prest (55) zijn intrede in de toeristische coulissen van het maritieme gebeuren. Philip nam in 2005 de bootpendel over tussen Mechelen en ZOO Planckendael, en kocht begin 2006 ‘uit woede’ de rondvaartboot 'Festina Lente'. Later volgde het drama met de Antwerpse Badboot. Vandaag werkt hij aan de heropstanding van de oer-Antwerpse havenrederij Flandria. Toch had zijn carrière jarenlang niets met ‘het water’ te maken. Wel met … spuitwater.

Vader agent

Aan boord van de netjes ogende ‘Flandria 24’ vertelt Philip ons zijn levensverhaal. “Ik ben in 1963 als de oudste van twee zonen geboren. Wij woonden op de grens van Antwerpen en Ekeren. Moeder was naaister en kassierster. Vader heb ik altijd gekend als politieman ‘op den Oudaan’: eerst als gewone agent, later als eerstaanwezend inspecteur. Een imposante figuur in uniform en met dienstwapen. Veelal bleef hij discreet over wat hij meemaakte. Maar ik weet nog goed dat hij eens de kranten heeft gehaald met een echte heldendaad omdat hij zeven mensen heeft gered uit een brandende woning. Hij is daarvoor onderscheiden. Iedereen zei hem naderhand dat wat hij had gedaan veel te gevaarlijk was maar – dat heb ik allicht van hem – het lag in zijn aard om eerst snel te handelen en dan na te denken.” 

Handelsgeest

“Na mijn lagere school in Ekeren, heb ik Economische gevolgd op St-Michiels in Schoten. Die handelsgeest zat toen al in mij. Bovendien had mijn oom een superette in Ekeren. Daar ging ik elk weekend werken: producten aanvullen, bestellingen rondbrengen enzovoort.”

“Bovenal deed ik veel aan sport: tennis, badminton en héél veel voetbal. Ik speelde uiteindelijk in bevordering voor SK Merksem. Vanuit die voetbalclub heb ik een vriendenkring voor het leven behouden.”

“Wat misschien ook in mijn aard lag: op het college was ik begonnen met een gestencild studentenblaadje. Daarin kloeg ik aan wat er verkeerd ging. De rekening voor die vrankheid kreeg ik gepresenteerd: hoewel ik een goede student was, werd ik gebuisd in mijn maturiteitsexamen, dé voorwaarde om naar de unief te mogen. De commentaar was dat ik niet capabel was voor zo’n studies. Dat motiveerde me extra zodat ik in de herkansing slaagde en aan de UFSIA mijn studies TEW begon. Al snel zat ik in de overkoepelende sportraad van de Antwerpse universiteiten als UFSIA-afgevaardigde. Ik leerde er overigens mijn vrouw kennen: een topatlete in minivoetbal en tevens sportpraeses van de Germaanse. We zouden drie zonen krijgen.”

“Net voor mijn afstuderen vroeg men mij voorzitter te worden van de sportkoepel. ‘Doe er dan nog een jaartje bij’, drong de sportcoördinator aan. Dat werd mijn motivering om – met onderscheiding – een MBA te halen.”

Heibelthesis

“Mijn TEW-thesis ging over 'De klant is koning maar ook dief': winkeldiefstallen en de samenwerking met de politie. Daarna volgde mijn MBA. Behoorlijk zwaar. Alles in het Engels maar heel boeiend in een internationaal gezelschap. Mijn proefschrift daar kende een merkwaardig verloop. We kregen met vier de opdracht om, op vraag van Hewlett Packard in Brussel, te onderzoeken of het zinvol was hun bedrijfsrestaurant te behouden of out te sourcen. Als jonge gasten vlogen we erin, vlooiden de facturen uit, checkten bij leveranciers en … ontdekten rare zaken. De offertes van de vleeshandelaars bleken tot 25% goedkoper dan wat HP betaalde. Kortom: fraude. Toen de betrokkene begon te beseffen dat die studentjes écht hun werk deden, kwam het in de bedrijfskeuken bijna tot een vechtpartij. Er werd ons toen gevraagd onze ‘dissertatie sober te houden’. Ik heb nooit geweten hoe het afgelopen is.”

Studenten-bvba

“Maar ik vertelde u over die handelsgeest. Met twee medestudenten, héél goede vrienden uit mijn voetbalclub – Rudy Braes en Peter Crols, later kwam ook Geert Noels daar nog bij – hebben we onze eigen NV ‘BCD International’ opgericht, naar de eerste letters van onze familienamen. Tussen studies en sport door kochten we kinderjeans in en verkochten die door aan marktkramers. Binnen het jaar haalden wij een omzet van 1 miljoen Belgische frank. Later hebben we de zaak verdeeld en opgedoekt.”

“Na mijn MBA kwam in 1987 mijn legerdienst. Ik had uitdrukkelijk gevraagd om als Nederlandstalige in een Franstalige eenheid in Duitsland dienst te doen. Kwestie van mijn Frans te verbeteren. Zo kwam ik terecht in een Franstalig bataljon in Spich. Binnen de maand was ‘le Flamand’ er sectieverantwoordelijke. Mijn Frans verbeterde met de dag. Elke vrije minuut, ook tijdens manoeuvres, zat ik woordjes te leren. Ook daar zijn mijn ogen opengegaan: van de veertig miliciens bleken er vier niet te kunnen lezen of schrijven. Ik heb hen nog lessen gegeven. Wat me ook deugd deed: ik speelde er in de voetbalcompetitie tegen de Vlamingen. Kortom, mijn acht maanden legerdienst waren geen verloren tijd.”

“Na mijn legerdienst begon ik aan mijn eerste, echte job: junior product manager bij Duracell in Zaventem. Ik ben er drie jaar gebleven en opgeklommen tot senior product manager Benelux en heb er ontzettend veel geleerd.”

Vanden Stock 

“Na drie jaar kreeg ik de kans aan de slag te gaan bij Interbrew. Of beter: bij Belle-Vue in Molenbeek, dat Interbrew toen aan het overnemen was. De deal was nog niet helemaal rond maar ik kreeg opdracht een marketingafdeling op te starten om Belle-Vue, dat naar adem hapte, er bovenop te helpen. Ik heb toen samengewerkt met Constant Vanden Stock en rapporteerde aan zijn zoon Roger en Philippe Collin.” 

“Een anekdote. Bij Belle-Vue begon men al om 7.00 uur op het kantoor. Ik ook dus, komende van Reet waar ik woon. Zeven uur ’s ochtends betekende voor mij koffie. Ze keken me aan alsof ik van een andere planeet kwam. Koffie? Om 7.00 uur dronken ze daar hun eerste geuze! Ik heb er de eerste koffiezetmachine geïntroduceerd. Ik leerde er ook wat ‘sales’ daar betekende: mee op ronde gaan in de cafés. Enkele keren ben ik stomdronken naar huis gereden! Maar het werd bijzonder gewaardeerd dat ik na drie jaar de zaken positief kreeg. Toen werd ik teruggeroepen naar Leuven om er de marketing van de ‘amberkleurige bieren’ zoals Vieux Temps te gaan doen. Ik haalde toen de top 5-nominatie van de Belgische 'marketeer van het jaar'.

“In een telefoontje in 1992 vroeg men mij de sales/marketing te gaan doen voor de ciders van Stassen in Aubel bij Luik. Dat was net overgenomen door de Britse groep Bulmers, de grootste ciderfabrikant ter wereld. Mijn taak was hun cider Strongbow te introduceren op de Europese markt. Ik had ook vooral veel succes met de introductie van de kinderchampagne Kidibul. Onze verkoopcijfers gingen door het dak: + 40% in twee jaar. Ik kreeg de Oscar voor de Export en prins Filip kwam op bezoek.” 

Spuitwaters

“Na drie jaar daar belde Interbrew me om terug te komen. Interbrew had beslist zich nog alleen toe te leggen op bieren en wou zijn verlieslatende afdeling Chaudfontaine kwijt. Ik kreeg opdracht die terug rendabel te maken zodat men het in de etalage kon zetten voor verkoop. Ik kreeg drie jaar. Met een kleine ploeg uit Leuven kregen we het bedrijf binnen het anderhalf jaar weer rendabel. Toen kocht Abbas Bayat, de man uit de voetbalwereld, Chaudfontaine.”

“Mijn taak zat er in feite op maar Bayat maakte me Group Marketing Director. Ik kreeg onder meer de opdracht in Engeland en Frankrijk acquisities te doen met de ambitie marktleider te worden. Het viel me daarbij op dat we in ons aanbod geen cola hadden. En net op dat openblik had Richard Branson van Virgin zijn Virgin Cola gelanceerd. Ik stelde Bayat daarom voor Branson te vragen om zijn cola in de Benelux te verdelen. Dat werd een enorm succes: in zes weken (mede door de ‘Coca-Cola crisis') hadden we ons beoogde jaarcijfer gerealiseerd.” 

“In november 1999 vroeg Virgin Drinks me bij hen te komen werken om een internationale strategie te ontwikkelen in Noord-Afrika. Dat bood kansen want het ging om niet-alcoholische dranken, geleverd door een niet-Amerikaanse groep. En als Belg was ik Franstalig. Ik ben daar toen ingestapt als zelfstandige en zat bijna elke week ergens in Noord-Afrika.”

“Intussen kreeg ik bij Virgin Drinks steeds meer verantwoordelijkheden: België, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Nigeria, Zweden, Denemarken, USA, Bangladesh en zelfs de Filipijnen waar ik zowat om de twee maanden zat. Op hetzelfde moment poogde Virgin Drinks absoluut voet aan de grond te krijgen in China: een totale flop die heel de afdeling in de rode cijfers bracht. In die sfeer werd ik in 2008 naar Londen geroepen, allicht om de bons te krijgen dacht ik. In plaats daarvan bood men me aan CEO van Virgin Drinks te worden met de opdracht in twee en een half jaar de drankafdeling af te bouwen. Ik kreeg een uur bedenktijd. Wel eiste ik dat ik mijn ploeg zou mogen behouden én dat die mensen niet de Britse afvloeiingsregeling zouden krijgen – one week a year – maar wel de Belgische ‘Wet Claeys’. Na fors tegenstribbelen hebben ze dat aanvaard. Het afscheidsfeestje in 2010 was een van de meest emotionele momenten van mijn leven!” 

“In die jaren leerde ik uiteraard ook Branson zelf kennen. Eén anekdote. Op het De Brouckèreplein in Brussel deden we een van zijn stunts over: onder een spandoek van Coca-Cola hadden we een muur van Colablikjes gebouwd en Branson kwam er met een pletwals doorgereden. Even later dook de politie op. Ik werd met de handboeien weggevoerd! Ik ben uiteindelijk na 2010 nog anderhalf jaar als consultant voor hem blijven werken om heel de zaak af te ronden. Na de ‘winding down’ van Virgin Drinks ben ik dan in 2012 definitief bij Virgin gestopt.” 

Woede

“Intussen was mijn vrouw – die zowel in Mechelen als Antwerpen als in de haven gids is – in Antwerpen begonnen met culinaire wandelingen. Ik hielp daarbij. Op een zeker ogenblik kregen we van de UA een telefoontje of we die wandeling met alles erop en eraan konden organiseren voor tachtig internationale thesisstudenten, met als afsluiter een galadiner in het Hilton Hotel en vooraf een 'aperitiefrondvaart' met de Flandria in Antwerpen. Dat werd een beschamende afknapper: drie van de vier toiletten werkten niet, de dienstverlening trok op niets enzovoort.”

“Ik was écht kwaad en riep dat ik dat beter zou kunnen. Ik hield woord. Zes maanden later – ik werkte nog voor Virgin – kocht ik in februari 2006 een Nederlandse partyboot, de 'Festina Lente', voor B2B-rondvaarten. Ik kende van die sector geen fluit maar wou het opnemen 'tegen die knoeiers van de Flandria'. Dat ik er echt niets van kende bleek al vijf minuten nadat de 'Festina' afgemeerd lag. Havenkapitein Jan Ronse riep me op het matje en vroeg me mijn vergunning. Vergunningen? Al doende heb ik geleerd maar binnen de twee jaar was ik hier in Antwerpen markleider met b2b-rondvaarten. Echt: ik ben met deze business begonnen uit pure frustratie omwille van die Flandria-ervaring.”

“Eigenlijk was ik al het jaar daarvoor in de sector gestapt. Dat zat zo. De Gentse rederij De Gentenaar deed vanuit Mechelen met vier bootjes de pendeldienst naar Planckendael en wou daarmee stoppen. Ik ging zonder veel interesse eens praten. Na één koffie was de zaak beklonken en nam ik de vier bootjes over. We vervoerden tot 50.000 à 60.000 mensen per jaar. Uiteindelijk moesten we daarmee stoppen: niet omdat we niet meer wilden maar door de wetgeving.” 

“Nog begin 2006 contacteerde Mechelen me. De stad had het plan opgevat én al aangekondigd dat ze een bootje zou restaureren en daarmee zou rondvaren. Maar dat bootje bleek wrakhout. Dus kwamen ze bij mij. Ik vroeg 24 uur en trok naar een Nederlandse werf. Die vroeg negen maanden bouwtijd. Ik eiste tegen 1 mei. Ik bespaar u het verhaal maar op 2 mei startte onze dienst. Het is nog steeds een succesnummer. Er is nu al een tweede bootje en ook dat is soms te weinig.”

Badboot

“In 2011 lanceerde de stad Antwerpen het idee van een ‘badboot’. Ik had intussen de veerboot 'Antoon Van Dyck' voor een appel en een ei gekocht en had daar enige ideeën rond maar toen kwam die Badbootoproep. Mijn schoonmoeder bracht een architect aan en bij de koffie tekende die man op een bierkaartje – ik heb het nog – het idee hoe wij dat konden combineren met de 'Antoon Van Dyck'. We dienden ons dossier in. Toen ik maanden later op de Mont Ventoux aan het fietsen was, belde de stad me: ik had gewonnen én of ik die namiddag op de persconferentie kon zijn? Natuurlijk niet. De architect heeft het woord gevoerd.” 

“Ik had dan wel gewonnen maar de financiering sputterde, ondanks voorafgaande mondelinge toezeggingen. En het kabinet Janssens eiste dat de boot er zou liggen voor de verkiezingen van 2012. Nu, het kwam in orde. De stad hielp enorm. Ludo Van Campenhout loodste ons met zijn ervaring door de administratieve molen en in februari begon de bouw. De boot is in augustus 2012 in gebruik genomen. Het was direct een overdonderend succes: tot duizend mensen per dag. Tegelijk had ik in 2013 al de nabijgelegen Cadixevenementenhal overgenomen. Na een eerste winter met onze 'Badboot', legden we daar onze ijsbaan, want in weer en wind op de Badboot was niet zo evident.”

Spaarcenten kwijt 

“In ons bedrijfsplan wisten we dat we de eerste twee jaar verlieslatend zouden zijn en dat we vanaf 2015 uit de rode cijfers zouden komen. 2015 liep inderdaad uitstekend. We zaten heel het jaar volgeboekt. Tot ik die 18e september rond 10.30 uur thuis in Reet een paniektelefoontje kreeg: de boot was aan het zinken. Even later stond ik hier op de kade. Er zat niets anders meer op dan de 'Antoon Van Dyck' los te kappen. De 'Badboot' ging direct de dieperik in.” 

“Veel kan en mag ik verder niet zeggen want de zaak is nog altijd niet afgehandeld. Het is nog wachten op de definitieve rapporten van de gerechtsexpert. De economische schade voor mijn vennootschap V-Zit, waarmee ik in de BVBA Badboot Vastgoed participeerde voor de exploitatie, was uiteraard enorm. In enkele minuten tijd ben ik toen al mijn spaarcenten verloren. Ik heb toen moeilijke maanden gehad maar als zelfstandige moet je verder. In zo’n ravageperiode leer je wel echte vrienden kennen. Man, ik heb toestanden meegemaakt. (aarzelend). Ach, laat het. Ik zag paraplu’s opengaan bij mensen van wie ik dacht dat ze vrienden waren.”

Flandria

“We hebben toen alles gezet op de Cadixijspiste  – die we naderhand toch van de hand hebben gedaan – en op de 'Festina Lente'. Mijn vrouw – zij verdient een standbeeld – bezwoer me nooit nog een schip te kopen. Tot het Flandriaverhaal opdook. Vier jaar daarvoor had ik al eens meegedaan toen Brabo de uitbating van de Flandriaboten wou overlaten. Ik zat toen in poolpositie maar Studio 100 won. Maar ook Studio 100 kreeg de uitbating niet vlot. Brabo wou er toen helemaal van af. In de pers circuleerden allerlei plannen en namen. De dag voor Kerstmis 2016 deed ik, behoorlijk impulsief, mijn bod op de 'Flandria 24', op voorwaarde dat ik het handelsfonds én de naam van Studio 100 zou verwerven. Want ‘Flandria’ is en blijft een ijzersterk merk.”

“(Kijkt ietwat schuldig) Mijn vrouw wist van niets. De week tussen Kerstmis en Nieuwjaar stond mijn valies bijna aan de deur. Maar al vrij vlug konden we een deal met Brabo bereiken. In feite geloofde niemand in mijn plannen. Ook schepen van Toerisme Koen Kennis niet. Voor mij was al die tegenwind extra motiverend.” 

“Mijn standpunt is dat Flandria kan, mits je een proper schip aanbiedt mét goede service. In juni 2018 waren we klaar. En op 1 juli begon de ticketverkoop en verklaarde ik: geef me 18 maanden om de zaak weer op de rails te krijgen. Wel, Flandria staat er weer. De Flandria 24 loopt en ik heb nog plannen. We moeten met Flandria nu echt de 21e eeuw instappen en vergeet niet: in 2022 zal Flandria honderd jaar bestaan. (glimlacht raadselachtig)

Paul Verbraeken