WEEKENDPORTRET - Peter Van de Putte (MLSO) ziet Waaslandhaven bloeien

Peter Van de Putte is tien jaar directeur van Maatschappij Linkerscheldeoever (MLSO). We belichten hem hier in de reeks weekendportretten met maritieme en logistieke 'BV's' van journalist Paul Verbraeken.

Voor de immer jong ogende Peter Van de Putte (51) is dit najaar belangrijk. De Vlaamse regering zal normaliter deze maand een besluit nemen inzake de extra containercapaciteit voor de haven van Antwerpen. 

Peter werd in 1968 in Sint-Gillis-Waas geboren. Moeder zorgde voor dochter en zoon. Van vader erfde hij de belangstelling voor industrie. Vader had leidinggevende functies in de airco-industrie. Daarnaast gaf vader in het kader van middenstandsopleidingen in Sint-Niklaas, Brussel en Antwerpen les in airco en koeltechniek. 

Sportief

Na de kleuterklasjes en het eerste schooljaar in Sint-Pauwels zou Peter de rest van de lagere school en zijn humaniora (Economische) volgen bij ‘de Broeders’ in Sint-Niklaas. Dagelijks pendelde hij met de fiets tussen Sint-Pauwels en Sint-Niklaas.  

“Ik ben altijd heel sportief geweest. Ik voetbal al meer dan veertig jaar. Vandaag voetbal ik nog in drie ploegen. Ik speel veldvoetbal bij de veteranen, zaalvoetbal en minivoetbal. Ook heb ik enorm veel getennist, maar in 2006 viel dat niet meer te combineren met mijn job en een schepenambt.” 

“Naast al dat sportief geweld ben ik tot mijn 25e bij de scouts van Sint-Pauwels geweest. Ik heb er zelfs zeven jaar in de leiding gestaan.” 

Van 1987 tot 1992 studeerde Peter Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Ufsia. “Liever dan naar de les te gaan, zat ik op café. Ik leerde sneller van de nota’s die de meisjesstudenten maakten dan van mijn eerder summiere notities. Dus kon ik beter op café zitten en er schaken en manillen. ’t Injaske was mijn stamcafé. Ik was ook bij twee studentenclubs. Maar tegelijk was ik bezig met voetbal en squash.”

Diplomaat

“Mijn thesis in 1992 ging over ‘de politiek-economische betekenis van het hedendaagse socialisme’, met Frank Vandenbroucke als een van de te lezen auteurs. Die keuze was me deels ingegeven omdat ik in de diplomatie hoopte te gaan.”

“Vanuit die betrachting om diplomaat te worden én mijn Frans te verbeteren, heb ik nog een jaar internationale politiek gevolgd in Louvain-la-Neuve. Ook daar zat ik in de voetbalploeg. Door mijn bijkomend jaar behoorde ik tot de allereersten die geen legerdienst meer hoefden te doen.” 

Leenkas

“Na dat extra jaar hoopte ik zo snel mogelijk deel te nemen aan een examen diplomatie maar jarenlang werd er geen meer uitgeschreven. Ik viel ondertussen op een vacature bij de Leenkas in Gent: een kleine instelling voor ambachtskredieten, later opgegaan in het Beroepskrediet. De Leenkas was in 1905 opgericht om de aankoop van industriële machines te financieren. Men zocht een directeur. Op mijn 26ste werd ik die. Ik had drie medewerkers. Hoe klein ook, de Leenkas zat op een aanzienlijk vermogen. Daarmee stelden we leningen ter beschikking van onder meer horeca- en droogkuiszaken. Ik ging daarvoor heel vaak op pad.” 

“Mijn raad van bestuur bestond uit Gentse notabelen. De stafhouder van de balie was voorzitter. Maar ook Tony Van Parys maakte er deel van uit. Een van de eerste dingen die ik daar heb gedaan, is het binnenbrengen van IT.”

“Een van de pijnlijkste gebeurtenissen heb ik bij de Leenkas meegemaakt toen ik – nog geen dertig – bij een slechte betaler moest aandringen op een betere aflossing. Naderhand vernam ik dat hij zelfmoord had gepleegd. Het was een samenloop van problemen bij de klant, maar ik kan je verzekeren dat dit er blijvend heeft ingehakt.” 

“Tot maart 1997 ben ik daar gebleven. Die maand ben ik getrouwd en op huwelijksreis getrokken. We kregen twee zonen. De jongste, 16, heeft de sportmicrobe van zijn vader.”

Politiek

“In die vier jaar bij de Leenkas was ik in Sint-Gillis-Waas politiek actief geworden. Al voor mijn huwelijk was ik er voorzitter van de plaatselijke CVP-afdeling.” 

“Het was vanuit dat engagement dat ik geen minuut aarzelde toen de CVP-fractie in het federale parlement een parlementaire medewerker zocht voor de Commissie Financiën en Begroting. In april 1997 kon ik beginnen: dagelijks met de trein vanuit Belsele naar Brussel.”

“Ook dat was uiteraard een boeiende tijd. Ik ging mee in de commissievergaderingen met CVP-kopstukken zoals Herman Van Rompuy en Mark Eyskens. Ik schreef mee aan voorstellen over fiscaliteit, btw-regelingen en voorstellen om fiscale discriminaties weg te werken. Ik schreef toespraken. Je zat daar echt bij het centrum van de macht. Kortom, een ongelooflijk interessant netwerk dat me tot vandaag nog van pas komt. Het was ook daar dat ik voor het eerst in contact kwam met de haven van Antwerpen. Eddy Bruyninckx en Dirk De Kort kwamen ons opzoeken in verband met het ‘btw-entrepot’ waarmee Antwerpen benadeeld werd tegenover Rotterdam.” 

“Ik heb dat exact vijf jaar gedaan. Stilaan besefte ik dat mijn kansen om als parlementair medewerker door te groeien gering waren. Het was ook de periode dat de CVP na de dioxinecrisis naar de oppositie was verwezen. Marc Van Peel was fractieleider. Voor de oude rotten was die oppositie frustrerend. Tegelijk kregen jonge krachten de kans voluit te gaan want zij mochten vrijuit hun mening geven vanuit de oppositie. Denk maar aan Yves Leterme.” 

Haven

“Terwijl ik plaatselijk actief bleef, kon ik beginnen bij Confreight in de Antwerpse haven. Ik ging er in 2002 als ‘financial controller & auditor’ aan de slag. Bij die controles van de diverse vestigingen heb ik veel gereisd, vooral naar Nederland maar ook naar Italië, Hongarije en Duitsland.” 

“In oktober 2004 werd echter als een donderslag bij heldere hemel een herstructurering aangekondigd. De twee controllers vlogen aan de deur. Ik was 36, zat met een lening, had jonge kinderen. Zo’n ontslag raakt je. Toen ik naderhand zelf mensen moest ontslaan, hield ik steeds met die eigen ervaring rekening.”

“Ik ben van nature een optimist. Na twee dagen doorslikken ging ik zoeken. Reeds de volgende maand begon ik bij Ahrend kantoormeubilair. Opnieuw was ik belast met het toezicht op de financiën. De facto kreeg ik er ook IT en hr bij en was ik opnieuw veel op de baan. Ook daar bleef ik exact vijf jaar tot oktober 2009.” 

MLSO

Intussen was er bij MLSO een vacature nadat directeur Daan Schalck overgestapt was naar het Gentse havenbedrijf. “Dat leek me dé droomjob, want ik had ervaring in de politiek en ik kende intussen de haven én, vanuit mijn lokaal engagement, de Waaslandhaven.”

“Op politiek vlak was ik, na enkele jaren gemeenteraadslid, in 2006 één jaar schepen van financiën, ruimtelijke ordening en stedenbouw. Een schitterende ervaring maar niet te combineren met mijn job. Direct na de volgende verkiezingen verkoos ik heel bewust voorzitter te worden van de gemeenteraad. Vanuit Sint-Gillis zat ik in Interwaas en leerde ik de Waaslandhaven kennen met ook de discussies over Doel.”

“Er werd een heel zwaar examen uitgeschreven voor die functie van MLSO-directeur. Er waren meer dan honderd kandidaten. Op 19 oktober 2009 kon ik beginnen in een appartement op de markt van Beveren. De verhuizing naar de pastorij van Kallo was al in uitvoering. Een voorwaarde was wel dat ik stopte met lokale politiek.”

Tweede Getijdendok

De MLSO heeft vanuit de wet Chabert van 1978 drie opdrachten. Zo onder meer het grondbeleid, het (niet-watergebonden) industrialisatiebeleid en het subregionaal beleid. “Ik ben directeur, geen gedelegeerd bestuurder en neem dus niet de strategische beslissingen. Samen met de collega’s bereid ik wel de raad van bestuur voor en geef toelichting. De raad is het uitgelezen forum waar de stakeholders elkaar ontmoeten.”

Doel

“Het zal u niet verwonderen dat al die jaren het Scheldedorp Doel als een rode draad door alles liep. Laat er mij op wijzen dat al bij mijn aantreden, Doel grotendeels ontvolkt was en minder dan vijftig inwoners telde. Doel als volwaardige dorpsgemeenschap bestond niet meer. De moeilijke beslissingen waren al gevallen.” 

Peter bevestigt dat normaliter deze maand de Vlaamse regering haar voorkeurbesluit zal nemen inzake de aanleg van een ‘Tweede Getijdendok’. 

Doel is formeel terug woonzone. Zal het ooit terug bewoond worden? “De toekomst zal alles uitwijzen”, reageert Peter behoedzaam. 

“Door het wegvallen van het GRUP is het oude havenuitbreidingsgebied terug van kracht, in theorie althans, want de havenuitbreiding vraagt ook heel wat natuurcompensaties. Met het complex project ECA (extra containerbehandelingscapaciteit in het havengebied Antwerpen, red.) – dat de haven van Antwerpen capaciteit zal geven tot pakweg 2030 –  zal alles ruimtelijk opnieuw duidelijker worden.” 

Groei en steentijd

Liefst wijst Peter op de enorme realisaties. “Ik zat in de schitterende positie om de vooruitgang te zien. Om te zien hoe de Waaslandhaven leeft en bloeit. Om te zien hoe er nieuwe infrastructuur kwam. En hoe de MLSO zelf kan bogen op een heel gezonde financiële structuur. In al die jaren denk ik dat we toch zowat 200 hectare voor logistieke en industriële activiteiten hebben uitgegeven.” 

“Een bijzondere ervaring was dat we voor de fase West van het Logistiek Park Waasland eerst een archeologisch onderzoek moesten bekostigen. Dat heeft ons meer dan zes miljoen euro gekost. Meer dan we aan de boeren hebben betaald voor de gronden. Het heeft ons voor dat deel twee jaar achteruit geslagen. (Onverstoorbaar). Maar het leverde 95 kilogram aan vuurstenen op uit het mesolithicum plus een handvat van een Romeinse wijnzeef. En een pijlpunt uit de steentijd.”

Intussen zijn de meeste industrieel-logistieke gronden uitgegeven. “Er zijn vrijwel geen beschikbare gronden meer. Dat betekent dat het de jongste jaren steeds moeilijker werd om kandidaten te kiezen.” 

Jobs

“Ik zou zeker willen wijzen op de enorme toename van de werkgelegenheid. Bij mijn aantreden was de Waaslandhaven goed voor 13.000 à 14.000 directe jobs. Vandaag, tien jaar later, zijn er dat 20.000 op een totaal van 60.000 directe jobs in heel de haven.” 

Inzake mobiliteit herinnert Peter er aan dat zijn raad van bestuur het ECA-project steeds heeft gebonden aan de realisatie van de westelijke ontsluiting van de Waaslandhaven naar de E34. “Die aansluiting moest er eigenlijk al zijn maar heeft vertraging opgelopen.” 

“Als Waaslandhaven hebben we de voorbije jaren ook sterk ingezet op duurzame en alternatieve energie. Denk maar aan de windmolens en het stoomproject Ecluse. Nu al staan er 21 enorme windmolens van Wind aan de Stroom, goed voor 63 MW. Met de private molens erbij staan er 28. Ik ben ervan overtuigd dat er in de Waaslandhaven nog plaats is voor een bijkomende 25. Ook op het vlak van zonnepanelen is er een zeer grote inspanning gedaan en zijn er nog projecten in aanvraag.” 

Gezinsleven

“Sinds ik enkel nog directeur ben van MLSO, heb ik wat meer tijd voor een gezinsleven. Mijn vrouw en ik gaan graag skiën, veelal in Oostenrijk. Ik heb mijn vrouw overigens op de skilatten leren kennen. In de zomer zijn de reizen gevarieerder. Boeken lezen reserveer ik voor de vakanties. Dan lees ik vrijwel uitsluitend op mijn e-reader Engelstalige romans.” 

Wat Peter allicht meest blijft typeren, is zijn scoutstotem ‘Sportieve Vos’.

Paul Verbraeken