WEEKENDPORTRET: Freddy Aerts over Deurganckdok en Scheldeverdieping

In deze rubriek brengt journalist Paul Verbraeken een portret van een maritieme persoonlijkheid. Vandaag is dat van Freddy Aerts, afdelingshoofd Maritieme Toegang bij de Vlaamse overheid en een topspeler in het project extra containercapaciteit.

“Ik ben vooral fier dat ik eigenlijk tachtig procent van de huidige containercapaciteit in de Antwerpse haven heb gebouwd”, blikt Freddy Aerts, net 60 en sinds 2002 afdelingshoofd Maritieme Toegang, terug. Meteen eist hij ook een grotere historische rol op voor zijn dienst.

De bio van Freddy Aerts illustreert hoezeer Vlaanderen in amper een halve eeuw veranderde. Maar ook hoe minderbegoede, veelbelovende jongeren in ons sociaal systeem kansen krijgen. Als ze die grijpen.

Want Freddy Aerts – getogen in Stekene – maakt er geen geheim van dat zijn ouders het absoluut niet breed hadden. Vader was aanvankelijk vlasbewerker, een industrietak die in het Waasland inmiddels volledig is verdwenen. Als vlasbewerker in loondienst ging vader Aerts jaarlijks als seizoenarbeider wekenlang 'vlas snijden en in stuiken zetten' in het verre, Nederlandse Flevoland. Toen Freddy decennia later eens tijdens de bouw van ‘zijn’ Kieldrechtsluis met zijn vader daar rondtoerde en het verhaal vertelde van de daar ingeschakelde Roemeense bouwvakkers, reageerde zijn oude vader snedig: “In feite waren wij toen wat die Roemenen vandaag zijn.” Toch allemaal niet zo lang geleden …

Toen de vlasteelt ten einde liep, schoolde vader Aerts zich begin jaren zeventig om tot metser. In die jaren liep Freddy humaniora bij 'de Broeders' in Sint-Niklaas. En de zoon hielp zijn vader bij het opmaken van diens bouwkundige tekeningen, gewoonweg omdat Freddy toen al het nodige ruimtelijk inzicht had.

Militair ingenieur

In 1976 koos Freddy voor een loopbaan als officier bij het leger. Dat betekende een loodzwaar ingangsexamen aan de Koninklijke Militaire School (KMS). Om dat te duiden: in mijn toenmalige wiskundehandboeken in de humaniora stonden vraagstukken soms aangeduid met de vermelding ‘examenvraag Koninklijke Militaire School’ ...  “Waarom ik hiervoor koos? In mijn wijde familie was er geen enkele militaire traditie. Ik had gewoon het inzicht dat ik nood had aan structuur en die krijg je daar wel ... Heel sportief was ik niet maar bij de Chiro was ik wel een goeie loper. Toen ik dan in september 1976 aan de KMS begon, was ik nog niet eens voluit 18 jaar. Dat werd ik pas op 3 oktober.”

Omdat men in die jaren pas op 21 jaar volwassen werd, werden KMS-studenten formeel van hun ouders ontvoogd en onder de voogdij van het leger geplaatst met domicilie in Brussel! “De militaire school en Brussel waren voor mij een echte cultuurschok. Weet je dat ik daar voor het eerst regelmatig een douche leerde gebruiken! Thuis was het wassen aan de pomp met water uit de eigen waterput. Ook een auto hadden wij niet. Naar Brussel ging het met de trein.”

“Uit meer dan tweeduizend kandidaten begon mijn lichting met 31 Belgische en 12 Afrikaanse kandidaten. Voor mij stond van meetaf vast dat ik naar de Genie wou.” Aan de KMS had (en heb) je twee grote studierichtingen: 'alle wapens' en 'polytechnieker'. Dat laatste is een bikkelharde, vijfeneenhalf jaar durende universitaire ingenieursopleiding. “Ik koos sowieso voor burgerlijk ingenieur want ik was goed in wiskunde en wou bouwen.”

Schaffen

De eerste weken begonnen met een militaire basisopleiding bij de para’s in Schaffen. Voor een jonge, krachtige kerel was dat veeleer een avontuur dan een probleem. Pas na drie weken mocht de jonge student voor het eerst naar huis. En hoe! “Ik ging met een berg geld naar huis!”. ‘Te velde’ kreeg hij immers na twee weken cash een voorschot op zijn wedde uitbetaald: 2.500 frank terwijl hij tot dan van zijn ouders 50 frank zakgeld per week kreeg. KMS-leerlingen zijn vanaf de eerste dag in loondienst terwijl miliciens toen zo’n 20 frank kregen. Per dag.

Aan de KMS waren het lange dagen keihard studeren. En ’s nachts een bed in een zaal met veertien kandidaten. ‘Vakantie’ betekende militaire kampen en – zoals ook nu nog – als leerling in het 21 julidéfilé opstappen met de typische pluimenbos. Enfin, Freddy studeerde eind 1982 af en had zich inmiddels gespecialiseerd in bouwkunde en elektromechanica. “Ik dacht toen even: 'oef, nooit meer studeren'”. Waarna hij meteen zeven maanden mocht verder studeren aan de ‘wapenschool’ van de Genie in Jambes (bij Namen) met opleidingen in mijnen leggen, baileybruggen bouwen, met springstoffen omgaan.

Genie Burcht

Pas nadien begon voor de jonge onderluitenant Freddy Aerts het échte militaire leven bij dé eenheid van zijn keuze: het Elfde Genie in Burcht. Het échte leger? “Men maakte me direct smalend duidelijk dat een eenheid in België niet ‘het echte leger’ was. Dat lag in Duitsland. Dat bleek overigens ook uit het materieel dat in Burcht veel ouder was dan dat van de eenheden in Duitsland. Vanuit Burcht ging ik onder meer betonbanen aanleggen in Leopoldsburg en stond ik in voor de verhuizing van de militaire vakantiebasis op Corsica. Na twee jaar in Burcht werd ik voor vier jaar afgedeeld bij de dienst ‘Militaire Bouwwerken’ in Evere. Waar ik verantwoordelijk was voor allerlei militaire bouwwerken in de toenmalige provincie Brabant, zo onder meer gebouwen in Melsbroek en Peutie en de nieuwbouw voor het selectiecentrum, de opvolger van het Klein Kasteeltje. Als militair leidde je zo’n project maar werkte je met burgerfirma’s. Al met al dus een zeer interessante leerschool in het leiden van overheidsopdrachten …”

Willekeur

“Maar in het leger beslis je niet zelf. Plotseling kreeg ik als kapitein mijn overplaatsing om anderhalf jaar lang compagniecommandant te worden bij het 68ste Genie in Westhoven in Duitsland. Wat ik absoluut niet graag deed. Nadien kon ik gelukkig terugkeren om nog eens bijna twee jaar in te staan voor de bouw van de Bemilcomtorens en de pompinstallaties van ons NAVO-pijpleidingennet.”

“Je hoort het al: die willekeur in overplaatsingen lag me niet echt. En toen daar dan ook de buitenlandse opdrachten begonnen bij te komen, zag ik het als bouwingenieur niet meer zitten. Kortom, ik begon uit te kijken. Ik dacht onder meer aan de brandweer. Ik nam ook deel aan een examen voor Mobiliteit en Openbare Werken in Oost-Vlaanderen. Nadat de Scheldebrug in Melle was ingestort, zocht men daar snel inspecteurs. Enfin ik werd aangeworven en zou – voorlopig met verlof zonder wedde – per 1 maart 1993 het leger verlaten.”

“Onverwacht dreigde nog een kink in de kabel. In de administratie had iemand ondanks mijn examen ontdekt dat mijn diploma van de Militaire School strikt genomen niet voldeed aan de vereiste specificaties bouwkunde en mechanica. Na veel getelefoneer – alles met vijffrankstukken vanuit telefooncellen – kon ik aantonen dat er een fout zat in de officiële vergelijkingstabel. Uiteindelijk heeft men in het Staatsblad een rechtzetting moeten publiceren om als geslaagde de geklasseerde plaats 'twee bis' te kunnen aannemen.”

Noordzeeterminal

“Ik zou dus beginnen in Gent als inspecteur Bruggen. Dat stond vast, dat vertelde ik iedereen. Tot ik in die laatste legerweken gecontacteerd werd door hoofdingenieur Leo Meyvis van de Antwerpse Zeehavendiensten. Die vroeg me gezien mijn tien jaar ervaring met onder meer betonwerken, de … Noordzeeterminal te gaan bouwen, te beginnen met het bestek! Echt bouwen, een échte overheidsopdracht! Uiteraard zinde me dat, maar Gent dan? Niets van, beval Leo, schrijf de directeur-generaal van AWZ dat je mijn opdracht liever zou doen! Om een lang verhaal kort te maken: op 1 maart begon ik niet in Gent maar wel in Antwerpen. Met als opdracht tegen mei het bestek voor de Noordzeeterminal te maken. Vandaag zouden we daar twee jaar over doen. Ik kreeg het toch klaar, onder meer omdat we in het leger al een begin van informatisering hadden en bij Openbare Werken nog niet. Ik maakte daar dus het eerste digitale bestek. Ik heb van mijn beslissing nooit één seconde spijt gehad maar ik zeg meteen ook dat ik in het leger een goeie tijd heb gehad en ik er bovenal een steengoede opleiding heb gekregen.”

Met een lichte grijns vervolgt Freddy Aerts: “Na de werken aan de Noordzeeterminal kreeg ik in 1996 een nieuwe opdracht: de renovatie van de Royerssluis. Ik heb daar het volledige bestek voor gemaakt. Toen zei het kabinet: “even wachten”. Men ging er eerst de Lange Wapper leggen. We zijn nu meer dan twintig jaar verder.”

Deurganckdok

Intussen werden de diensten voortdurend geherstructureerd. Als leek vliegen de opsplitsingen, afsplitsingen, samenvoegingen, fusies – alles uiteraard gericht op een betere werking – me om de oren: een portie nomenclatuur-archeologie die we u besparen. Onthouden we in dit verhaal dat er per 1 januari 2002 een Dienst Maritieme Toegang werd opgericht en Freddy Aerts daar afdelingshoofd van werd.

Het werk ging overigens verder. “Na twee jaar voorbereiding Royerssluis kreeg ik in 1998 de voorbereiding voor het  Deurganckdok toegewezen. Een project vier keer groter dan de Noordzeeterminal. En een enorme leerschool. Denk maar aan het feit dat we elf maanden hebben stilgelegen toen de bouwvergunning werd geschorst en we heel veel moeite moesten doen om nadien met het Nooddecreet terug op te starten. Die stillegging was een drama. Wij hebben tal van maatregelen moeten nemen om de werken oordeelkundig stil te leggen in het vooruitzicht van een doorstart. Hadden we echt alles gewoon stilgelegd, dus ook de pompen, dan was alles weggespoeld. Met de stillegging erbij heeft het dok uiteindelijk 670 miljoen euro gekost. Het moeilijkste was om tegelijk het nodige materiaal en de nodige specialisten te houden en intussen de discussies aan te gaan met de actiegroepen én dan nog eens in Brussel in het parlement voortdurend toelichting te gaan geven. Dat heb ik zes keer moeten doen. Ik geloof echt dat ik mag zeggen dat ik daar mijn strepen heb verdiend met het werk te blijven leiden en niet te plooien voor de zware externe druk.”

Niet Eddy alleen!

“Sta me toe daar toch ook een kanttekening bij te plaatsen. Als mijn team en ik bij het afscheid van Eddy Bruyninckx en onlangs nog eens in een interview met Rob Harrison (DP World) steeds weer moeten horen dat Eddy het Deurganckdok en de uitdieping van de Schelde heeft gerealiseerd, dan doet dat vele mensen tekort. Sorry, dat was teamwork waarin wij een cruciale rol speelden. Wat de uitdieping betreft, waren het onze diensten die steeds hebben gepleit om te blijven praten met de Nederlanders terwijl het Havenbedrijf dit samenwerkingsmodel wou verlaten en absoluut naar de rechtbank wou gaan. Het is Vlaanderen dat, tegen de intentie van het Havenbedrijf in, is blijven praten met Nederland. Werken zoals de Noordzeeterminal, het Deurganckdok, de Kieldrechtsluis, de Scheldeverdieping zijn werken van een ganse ploeg en ik had de eer en het genoegen die ploeg ambtelijk te leiden. Dus alle pluimen aan Eddy Bruyninckx geven vergt op zijn minst een correctie. Het zijn vele anderen die dit alles mee hebben mogelijk gemaakt.”

“Als je me vraagt waarop ik het meest trots ben, moet ik niet nadenken: als projectingenieur van het Deurganckdok. Ik ben vooral fier dat ik eigenlijk tachtig procent van de huidige containercapaciteit in de Antwerpse haven heb meegebouwd.”

Complexe projecten

Intussen werd de gewezen mijnenexpert van de Genie als ervaren rot op 15 juli 2016 een politiek mijnenveld ingestuurd: een oplossing zoeken via het “complexe projecten-decreet” voor de extra containercapaciteit in Antwerpen. Aerts laat zich in dat debat uiteraard niet door een journalist vastrijden. Wel wijst hij erop dat “wij altijd hebben gezegd dat die voorziene ingang van een Saeftinghedok zeer veel slib zou aantrekken én ook een impact zou hebben op de rivier. Wij hebben altijd gewaarschuwd dat dit grondig bekeken diende te worden gezien de zeer grote baggervolumes, maar het Havenbedrijf wou een dok dat nog eens zo groot was als het Deurganckdok. Nu kijk, dankzij het Havendecreet is het bouwen van de kaaimuren niet meer onze taak. Ik ben eigenlijk de laatste die kaaimuren in havens heeft gebouwd voor Vlaanderen want alles wat commerciële exploitatie betreft, is nu een zaak voor de havenbedrijven. Wij als Maritieme Toegang zorgen voor ... de maritieme toegankelijkheid. Bijvoorbeeld door te baggeren en sluizen te bouwen.”

“Het complexe projecten-opzet is er op gericht alle actoren bij elkaar te brengen en alternatieven te onderzoeken en af te wegen. Het opstarten zelf is gebeurd buiten mij om, maar op een bepaald ogenblik is mij gevraagd – en beslist door de Vlaamse regering – om de task force te starten die actiegroepen en politici zou samenbrengen. En alles zit nu in de aanloop naar een voorkeursbesluit in mei 2019 en het is dan aan de volgende regering om eind 2019 na nog inspraakrondes te beslissen zodat eind 2020/begin 2021 de werken kunnen starten.”

Zeebrugge

Freddy Aerts vat samen: “Je evolueert in een loopbaan. Met het debacle van het Deurganckdok heb ik in vele opzichten ervaringen opgedaan. Zo ken ik onderhand de meeste vogels in het Waasland. Maar ik heb ook leren spreken met actiegroepen. En wat de extra containercapaciteit betreft: wij als Maritieme Toegang zullen allicht de baggerwerken voor onze rekening nemen. En intussen is de sluis van Terneuzen een zeer grote klus. Alles laat ook vermoeden dat we in 2020 bezig zullen zijn met de renovatie van de Royerssluis. Na bijna 25 jaar. Tegelijk zijn we ook in Zeebrugge bezig met een ‘complex project’ voor een nieuwe zeesluis.”

Vrijwillig brandweerman

Freddy Aerts wandelt graag en leest graag over geschiedenis. Je zou dus denken dat dit voor zo’n topman volstaat als uitlaatklep. Niets is minder waar. Freddy, die op de grens tussen Elversele (Temse) en Waasmunster woont, werd immers begin november gehuldigd voor zijn 25 jaar als dienstchef van de vrijwillige brandweer van Waasmunster.

Sinds 1 november 1993 is hij daar de hoogste spuitgast. “Ik zei je toch dat ik op een bepaald moment belangstelling had voor een loopbaan bij de Brandweer. Ik behoorde overigens al sinds 1989 tot dat korps”. En ja, het gebeurde al dat Freddy Aerts het kabinet van de minister moest laten weten dat hij niet kon komen omdat hij een echte brand te blussen had …

Paul Verbraeken