WEEKENDPORTRET - Eric Van Hooydonk, maritiem advocaat én wetenschapper

Eric Van Hooydonk heeft zowel in ons land als internationaal als advocaat en academicus een reputatie opgebouwd om u tegen te zeggen. We belichten hem hier in onze reeks weekendportretten.

'De strijd om de Stroom', 'WHaMM!', 'The Ports Portable': het zijn maar enkele van de boeken die ikzelf in mijn boekenkast heb van professor Eric Van Hooydonk. Tijd dus om ook deze Bekende Antwerpenaar voor te stellen. 

Eric ontvangt ons in zijn herenwoning in de Antwerpse Emiel Banningstraat vlakbij de Lambermontplaats. Lambermont was de topdiplomaat die in 1863 de vrijmaking van de Schelde realiseerde, Banning was zijn discrete assistent. Op dezelfde wijze is Eric als advocaat en wetenschapper de man die 'in de luwte', als vertrouwenspersoon van overheden en bedrijven, mee de basis legde voor tal van cruciale verworvenheden van de Antwerpse haven. Bijvoorbeeld de Scheldeverdieping en het nieuwe Scheepvaartwetboek. Met trots toont professor Van Hooydonk ons zijn nieuwste geesteskind: ‘The EU Seaports Regulation, a Commentary on … (enzovoort)’. Een turf van maar liefst 1.300 pagina’s. 

Antwerpenaar

“Ik ben een echte Antwerpenaar”, maakt Eric duidelijk. “Maar ik heb Grieks-Latijn gevolgd aan het Gentse Sint-Barbaracollege”. Bij die herinnering bloeit hij op want “ik had het geluk nog les te krijgen van 'de laatste generatie van paters jezuïeten: supergecultiveerde, intellectuele figuren. Pas later ga je écht beseffen wat zij je bijgebracht hebben. Zelfs dat oud-Grieks! Toen ik later adviseur werd voor het Cypriotische havenbestuur, kwamen de archeologische restanten van mijn kennis van het Grieks goed van pas, tot jolijt van de Cyprioten.”

“Als Antwerpenaar was ik gefascineerd door de haven. Zowel in de paasvakanties als in de grote vakanties deed ik studentenjobs als markeur. Ik was markeur bij André Bollen, bij Mabesoone, Venkeleer en Maritime Terminals aan het 5e Havendok, het Leopolddok en aan de Rijnkaai. Ik was ‘pasman’.”

“Als markeur volgde ik met de ‘permis’, de laadbrief, de lading die een ploeg onder leiding van een foreman uit een hangar of uit het ruim haalde. Ik heb daar ongelooflijk veel van opgestoken en heb het dokwerkersleven van binnenuit meegemaakt. Maar het was niet bepaald spannend om een hele shift of zelfs twee shiften na elkaar zakken vis- en beendermeel te tellen. Het betaalde wel uitstekend.”

Toeval

Ook in het leven van Eric Van Hooydonk speelde het toeval een rol. “Ik had eigenlijk Zeevaartschool willen volgen maar maakte wegens mijn ogen geen kans. Rechten was mijn tweede keuze. In mijn laatste jaar deed ik twee academiejaren in één, door er nog een specialisatie ‘Maritieme Wetenschappen’ bij te doen. Daar had ik les van Leo Delwaide.”

“Ik wou geen advocaat worden. Veeleer adviseur bij een overheid of een bedrijf. Maar in dat laatste jaar had professor Delwaide – hij was nog geen politicus – het eens over ‘de breedte van de territoriale wateren’. ‘Drie zeemijl’, zei hij. Ik las het Staatsblad omdat ik materiaal aan het verzamelen was voor een mogelijk doctoraat. Daarin had ik gelezen dat België in de nasleep van de scheepsramp met de Mont Louis die zone op twaalf mijl had gebracht. Ik waagde het hem te corrigeren. Hij nam het me niet kwalijk, integendeel. Enkele weken later vroeg hij mij tijdens de koffiepauze stagiair te worden in zijn advocatenkantoor. Als iemand met zo’n naam je dat vraagt, kan je niet neen zeggen.”

“Ik was bij hem stagedoend advocaat en tegelijk halftijds assistent aan de universiteit, en ik schreef aan een doctoraat met Leo Delwaide als copromotor.”

Havenstatuut

“Mijn doctoraat ging over het juridisch statuut van de havens. Daar bestond toen niets over. De wetgeving was een rommeltje. Net toen begon de private havengemeenschap aan te sturen op een autonoom statuut omdat ze de voortdurende stakingen in Antwerpen beu was. Dat statuut kwam dan op de politieke agenda. De allereerste versie van een Havendecreet maakte ik in 1990 voor Robert Restiau van AGHA, het huidige Alfaport. Daarom werd ik in 1991 ook even halftijds niet-partijgebonden medewerker op het kabinet van Vlaams minister Johan Sauwens. Praktisch leidde het debat in Antwerpen in 1995 tot de wet Erdman waardoor de autonomie van de haven een feit werd. Het eigenlijke Havendecreet volgde in 1999.”

1994

“1994 was een speciaal jaar. Ik haalde toen mijn doctoraat. Vervolgens stapte Leo Delwaide in de politiek en werd hij havenschepen. Hij doekte zijn kantoor op. Ik begon een eigen nichekantoor, klein in omvang, maar het was wel bezig met grote zaken, dikwijls voor buitenlandse opdrachtgevers of ik werkte samen met grotere entiteiten.”

“Datzelfde jaar 1994 leerde ik mijn lieve Mia kennen. We waren nog maar een week samen of Leo, toen ook voorzitter van het in België gevestigde Comité Maritime International, stuurde me in zijn plaats naar het CMI-congres in Australië. Amper terug liet ik Mia terug in de kou staan, want ik moest drie weken naar Brits Guyana, mijn eerste buitenlandse havenconsultancy-opdracht.”

“Leo Delwaide was als havenschepen een atypische politicus. Maar hij zat met passie achter dossiers zoals het Deurganckdok en de Scheldeverdieping en heeft heel veel voor de haven gerealiseerd.” 

In de luwte

“Op vraag van de haven was ik lid van de Vlaamse delegatie voor de onderhandelingen over de Scheldeverdieping. De echte onderhandelingen gebeurden echter bijna allemaal in werkgroepen. Ik denk dat ik daar mijn bijdrage heb kunnen leveren zoals garanties in de timing en de niet-koppeling van uitdieping en ontpoldering. Het was een zeer intensieve periode en ik ben wel trots op het resultaat.”

“Vanaf 1997 begon ook het verhaal van de Port Package. Dat heeft twintig jaar geduurd, tot de EU-havenverordening van 2017. De havenarbeid wordt daar nauwelijks in vermeld. In 2013 voerde ik wel een studie naar de havenarbeid uit voor de Europese Commissie. Ik stak er zelf veel van op en ik denk dat de studie enkele taboes doorbrak.” 

Schijnhervorming

Eric was vaak, zeker bij de havenbonden, kop van jut. “De realiteit is dubbel”, stipt hij aan. “Iedereen is het er over eens dat de Antwerpse havenarbeiders bij de beste en meest productieve ter wereld behoren. Maar dat voordeel wordt teniet gedaan door de antieke werkorganisatie, vastgelegd in de Antwerpse codex. Door die absurde regelgeving prijst Antwerpen zich al te vaak uit de markt.”

Kris Peeters zorgde toch voor een reorganisatie? “Men vergeet dat er tegen de schijnhervorming van Kris Peeters nog twee rechtszaken hangende zijn bij het Hof van Luxemburg én een soortgelijke zaak tegen de Spaanse hervorming. De politiek heeft de oplossing overgelaten aan Justitie. We zullen zien hoe dat zal aflopen. Weet wel dat een zeer groot aantal bedrijven met de huidige toestand absoluut niet akkoord gaat.”

Zeerecht

Eric Van Hooydonk is naast advocaat academisch actief. Dat wetenschappelijke onderzoek plus de dagdagelijkse juridische praktijk vormen een voortdurende kruisbestuiving. Zo is het herschrijven van het Belgisch zeerecht van zijn naam. “Voor Marc Nuytemans van de Redersvereniging schreef ik een studie over de sterktes en zwaktes van onze maritieme wetgeving: een allegaartje met nog teksten van Lodewijk XIV uit 1681 en van Napoleon. In 2006 konden Marc en ik minister Landuyt overtuigen van de noodzaak van een hervorming. Het volgende jaar werd ik voorzitter van de Commissie Maritiem Recht. Vorig jaar dan is het nieuwe Belgisch Scheepvaartwetboek op 1 augustus in het Staatsblad verschenen.” 

Portius 

Als academicus is Eric vandaag aan de universiteit van Gent bezig met onderzoek voor het Maritiem Instituut en het havenrechtcentrum Portius. De publicatie van de turf 'het Belgisch Scheepvaartwetboek' is daar een van de resultaten van. “Portius is vooral een internationaal netwerk van havenjuristen. Op 11 en 12 september organiseren we een groot havenrechtcongres.”

“Tegelijk ben ik voorzitter van een werkgroep van het Comité Maritime International, dat in 1897 in ons land werd opgericht. Mijn idee is om te komen tot een Lex Maritima, een ABC van de grote beginselen van het zeerecht. We maken een inventaris op van welke regels nu al wereldwijd aanvaard zijn. Hopelijk is dat werk af tegen het CMI-wereldcongres dat als jubileumzitting in 2022 naar Antwerpen zal komen.”

Mekong

Eric reist ontzettend veel. “Zo ben ik al een veertigtal keer naar Zuidoost-Azië geweest. De eerste keer in 1999 toen ik vanuit de Vlaamse overheid aanbevolen werd bij de Mekong River Commission. Men had daar ontdekt dat hun problemen gelijkaardig waren als die met onze Schelde. Phnom Penh-aan-de-Mekong is de tweede zeehaven van Cambodja maar Vietnam controleert de benedenloop. Ik ben zo gepassioneerd door die stroom dat ik al tienduizenden foto’s heb en stukken van de Mekong heb bevaren waar nooit een toerist komt.”

“Zo heb ik op de Chinese Mekong eens 50 km heen en terug gevaren op een opblaasbare banaan met buitenboordmotor, de voeten in het water en met één hand foto’s makend. De politie van de haven van Guanlei op de grens met Birma zag een fotograaf niet zitten, en Mia en ik werden net niet in de boeien geslagen. We kwamen vrij, mét foto’s, omdat ik dreigde met een klacht bij de Belgische ambassade in Peking, ook al nam daar geen hond de telefoon op.”

Erfgoed

Bij het groot publiek liep Eric vooral in de kijker door zijn passie voor het watererfgoed. “In 2009 werd ik gevraagd voorzitter te worden van de koepel Watererfgoed Vlaanderen. We verenigden uiteindelijk wel honderd organisaties. Dan kun je gehoord worden. Maar het viel op de duur niet meer te combineren met mijn werk. Ik heb bijvoorbeeld veel tijd gestoken in reddingspogingen voor de Congoboot Charlesville maar er was noch politiek noch vanuit de privé belangstelling voor.” 

“Ik heb me ook ingespannen voor nieuwe maritieme musea. In het Vlaams regeerakkoord van 2014 werd ingeschreven dat die er zouden komen in Antwerpen en aan de kust. Dat is een stille dood gestorven. Antwerpen zou nu een belevingscentrum krijgen en zou daar 7 miljoen euro voor veil hebben.” 

“Mijn ideeën zijn wél elders opgepikt. De Duitse regering geeft nu 178 miljoen euro subsidie voor een Internationaal Havenmuseum in Hamburg. Dat is exact wat ik jaren geleden voorstelde aan Antwerpen in een studie voor het havenbestuur. Ik had Antwerpen ook een Wrakkenmuseum voorgesteld. Geen reactie, maar Stockholm is nu zo’n wrakkenmuseum aan het bouwen naast zijn beroemde Vasa.”

“Ik ben hoegenaamd niet ontgoocheld. Overigens was het plan voor een statisch maritiem museum ook niet wat ik zelf dacht. Zo’n museum mag geen overkapping zijn voor oude boten. Je moet eerst een visie hebben en een museaal verhaal met marktpotentieel. Onze Doelse Kogge – een echt topstuk en ouder dan de Bremer Kogge – zou hier een echt kernstuk kunnen zijn. Enfin, ik ben er in elk geval trots op dat we destijds met onze actie de conservering van de Doelse Kogge mee in gang hebben gezet. Ik hoop dat dit erfstuk uiteindelijk een gepaste plaats zal krijgen, in Antwerpen of elders.”

Paul Verbraeken