'Oude' droogdokken in actie voor inspectie Westhinder

Ligt het lichtschip Westhinder meestal in het Bonapartedok, dan gaat het nu tot september het droogdok in voor inspecties en reparatie. Voor de havenbedrijfanciens van de oude Droogdokkensite een terugkeer naar hun oude werkplek.

De Westhinder III, in wezen een drijvende vuurtoren die tot begin jaren '90 de zandbanken Westhinder en Wandelaar aanduidde, ruilde donderdag zijn vaste stek aan het Bonapartedok voor een droogdok op de Droogdokkensite aan het Kattendijkdok. De romp van het schip wordt onderzocht op onregelmatigheden. Verwacht wordt dat het schip tot september in het dok zal blijven. 

Met behulp van sleepboten werd het schip woensdag naar het droogdok gevaren. Donderdagochtend begon het echte werk: het schip werd met behulp van houten balken vastgelegd, waarna het dok werd leeggepompt en de Westhinder kwam te rusten op een reeks houten schotten op de bodem van het dok. 

De hele operatie dient om na te gaan of de romp nergens beschadigd is of dreigt door te roesten. Het schip is al meer dan 60 jaar oud. Het fixeren en droogleggen van het schip wordt uitzonderlijk verzorgd door een ploeg van het Havenbedrijf Antwerpen. De oude droogdokken werden immers overgedragen aan de Stad Antwerpen, terwijl het Havenbedrijf zijn droogdokactiviteiten verhuisde naar nieuwe drijvende droogdokken ten noorden van de stad, aan kaai 602-612. Op de oude Droogdokkensite, die zal worden omgevormd tot maritiem park, blijven wel enkele dokken in gebruik voor de inspectie en reparatie van erfgoedschepen. 

Originele dokplannen 

Werkleider scheepsbouw Louis Vervloet en dokmeester Jef Verhaegen van het Havenbedrijf leiden de operatie in goede banen. "Technisch gezien is dit geen heel moeilijke klus", meent Vervloet, die meer dan dertig jaar ervaring op de teller heeft. "In een privéarchief hebben we immers nog de originele dokplannen gevonden, waardoor we weten hoe we het schip moeten stutten in het droogdok. Door het winderige weer zie je het schip wel nog stevig heen en weer gaan, maar eenmaal het op de houten balken onderin het dok rust, blijft het stil."

Handenarbeid

Een schip op deze wijze droogleggen is handenarbeid: nadat sleepboten het schip voor de ingang van het droogdok manoeuvreren, is het binnenhalen ervan zo goed als handenarbeid. De stutbalken moeten met de hand worden aangebracht en vastgeklopt met houten spieën. 

De operatie staat in het teken van kennisoverdracht: een ploeg van de stad Antwerpen volgt de operatie op de voet. Ook een equipe van het sociaal tewerkstellingsproject Werkvormm, dat mensen begeleidt naar de arbeidsmarkt, volgt de werkzaamheden. Zij restaureren verderop op de Droogdokkensite de oude viskotter François Musin. 

Proper

Eenmaal het waterpeil tot onder de kiel is gezakt, blijkt de Westhinder er opvallend proper bij te liggen. Ondanks meer dan twaalf jaar in het water, is er amper roest of aanwas van wieren te zien. Uit een eerdere visuele inspectie en diktemeting van het staal door een duiker, kwamen evenmin problemen aan het licht. Maar om het echt zeker te weten, moet het schip helemaal droog komen te liggen en gereinigd worden. De onderhoudswerken, met een nieuw laagje verf onder de waterlijn, kunnen nog tot september duren. 

Klinknagels

Aan boord van het schip treffen we Dirk Demeulemeester, die zich om de toekomst van de Westhinder bekommert. Het is immers niet helemaal zeker wie het lichtschip onder de vleugels neemt. "Vroegere eigenaar DAB Vloot moest ervan af, net als het MAS", taxeert Demeulemeester. Hij zet zijn schouders onder een 'stichting in oprichting' om het lichtschip een tweede leven te geven. Over de inspectie maakt hij zich geen zorgen. Demeulemeester kent het schip als zijn broekzak. Het ligt er nog altijd bij zoals tijdens de laatste vaart in de jaren '90. Maar de inspectie van de romp is wel noodzakelijk om vervolgens verder werk te maken van de restauratie. En daar merk je dat het al lang geen 1950 meer is. "De romp van het schip is niet gelast maar geklonken. Wie kan dat vandaag nog?" vraagt Demeulemeester zich af. 

Michiel Leen