Onpopulair beroepsonderwijs moet haven en logistiek zorgen baren

Steeds minder leerlingen kiezen voor nijverheidstechnische beroepen. Een krapte die zich vandaag al laat voelen in logistiek en industrie, en die er enkel nijpender op zal worden. Zowel het beroepsonderwijs als het werkveld hebben werk aan hun imago.

Het jaar begon met verontrustend nieuws uit de onderwijswereld: het aantal inschrijvingen in nijverheidstechnische richtingen (mechanica, elektriciteit en koeling, autotechniek en bouw) in het secundair onderwijs was nog nooit zo laag, met 44.194 leerlingen in 2016. Dat zou ook de maritieme en logistieke sector zorgen moeten baren, want ondanks voortschrijdende automatisering hebben deze sectoren nog altijd nood aan goed geschoolde technici en monteurs. En als er minder jongeren in dergelijke richtingen starten, heeft dat onvermijdelijk gevolgen voor de arbeidsmarkt in de Antwerpse haven.

Portugese lassers

De schaarste aan kandidaat-werknemers met een technisch of beroepsprofiel is niet nieuw, wat ook betekent dat er een evolutie is op het vlak van echt nijpende tekorten. Anders gezegd: de acute knelpuntberoepen veranderen regelmatig van gezicht, en dat kan snel gaan. “Het grote tekort aan lassers dat we enkele jaren geleden optekenden, is ondertussen ingevuld door Portugese en Poolse lassers”, weet Evy Werkers van Voka. Toch kunnen bedrijven zich maar beter schrap zetten voor het moment dat ze uit dat steeds kleiner wordende contingent aan technisch- en beroepsgeschoolde jongeren moeten gaan rekruteren. “De automatisering lost een deel van het probleem op, maar je zal altijd technische profielen nodig hebben”, zegt Werkers. “De strijd om de beste werknemers gaat onverminderd voort. Binnen het havengebied wedijveren veel bedrijven met de als aantrekkelijk gepercipieerde chemische industrie, maar tegelijkertijd verliezen alle bedrijven in het havengebied aantrekkingskracht door de mobiliteitsproblemen. Daar doen bedrijven in bijvoorbeeld de Kempen hun voordeel mee.”

Algemene skills gevraagd

Ook Michiel Thiebaut, provinciaal opleidingsmanager Industrie, Transport en Logistiek bij VDAB, neemt de problematiek ter harte. “Door de invoering van STEM-richtingen in het secundair onderwijs, kiezen leerlingen vaker voor een ASO-richting met een wetenschappelijk-technisch profiel, waar ze vroeger sneller voor TSO of BSO zouden hebben gekozen.” Dergelijke richtingen bereiden de leerlingen meestal voor op hogere studies. Maar ook voor leerlingen met een TSO- of BSO-profiel veranderen de verwachtingen vanuit de industrie. “Veel meer dan vroeger worden algemene skills rond teamwerk, overleg, brede algemene kennis en probleemoplossend denken verwacht”, zegt Thiebaut.

Blue collar

Dat steeds minder jongeren voor een nijverheidstechnische opleiding kiezen, heeft volgens Thiebaut veel te maken met de emotionaliteit van de studiekeuze en het negatieve imago van ‘blue collar’ jobs. Het watervalsysteem zorgt voor verdere demotivatie. “Als we de keuze voor een technisch beroep opnieuw tot iets positiefs kunnen maken, staan we al heel ver”, zegt Thiebaut. “In dialoog met bedrijven zouden scholen bijvoorbeeld de technologieën en vaardigheden die op de werkvloer van hen worden verwacht, in het klaslokaal kunnen brengen. Metaalbewerkers in opleiding staan nu nog urenlang te vijlen, op de werkvloer zijn technologie en virtuele realiteit aan de orde van de dag.”

“Stages en werkplekleren kunnen die kloof overbruggen. Maar dan moeten de bedrijven mee willen”, meent Thiebaut. "Nu zijn scholen dikwijls al blij als ze überhaupt stageplaatsen vinden." 

Imagoprobleem

De spraakmakende studie van de Universiteit Antwerpen over de tewerkstelling in de Antwerpse haven bracht bovendien een andere ongemakkelijke waarheid aan het licht: erg populair is de haven niet bij jongeren. En de transport- en logistieksector legt een hoge vergrijzingsgraad voor, blijkt uit VDAB-studiewerk.

Werkgevers uit de brede havensector kunnen volgens Werkers maar beter werk maken van een goede employer branding. Zowel Werkers als Thiebaut wijzen op de sensibiliserende rol die het Havencentrum nu al speelt bij leerlingen van het secundair onderwijs. Specifiek voor de haven en de logistiek kondigde Voka onlangs een campagne van employer branding aan. Voor Thiebaut is duidelijk dat het niet bij eenmalige uitstappen kan blijven. “Als je jongeren echt geestdriftig wil maken voor de haven, moet je een heel traject ontwikkelen. Ook de ouders en de leerkrachten zouden daarin mee moeten stappen.”

Michiel Leen