Met Janos Wylin verwerkt leerling zijn plastic afval tot object

Plasticsoep in zee, zwerfafval in bermen: het doet het imago van kunststoffen geen goed. Het mobiele labo van sectororganisatie PlastiQ leert jongeren dat het anders kan. Onder leiding van Janos Wylin maken scholieren zelf iets nieuws uit afval.

Plastic en de uitdagingen die het schept, staan dezer dagen centraal in het Havencentrum. Vormingsorganisatie PlastiQ wil jongeren uit het zesde leerjaar en eerste middelbaar warm maken voor de circulaire benadering van de plastics die vandaag al te vaak bij het afval belanden. Janos Wylin is hun enthousiaste gids.

Voor wie de actualiteit een beetje volgt, bekoelt de liefde voor plastic misschien wat. Door beelden van zwerfvuil in bermen en plasticsoep in de zeeën stelt de consument zich vragen bij de alomtegenwoordigheid van kunststof. PlastiQ wil daar een nuance in aanbrengen. Het organiseert opleidingen en trajecten die de competenties van werknemers in de kunststofsector moet verstevigen en de instroom van geschoolde medewerkers moet verzekeren. De organisatie is nu gast in het Havencentrum met een mobiel laboratorium waar leerlingen en leerkrachten wegwijs worden gemaakt in de recyclagemethodes van het meest courante verpakkingsafval.

Janos Wylin: “We willen recyclage in de kijker zetten vanuit het idee dat het gebruik van kunststoffen niet verkeerd is, maar dat de verwerking zorgvuldig moet gebeuren. Het zomaar verbranden of weggooien is uit den boze. Wij tonen de leerlingen dat het anders kan.”

De leerlingen wordt in de aanloop naar hun deelname aan de Plasticweken gevraagd om zoveel mogelijk plastic verpakkingsafval bij te houden. De focus ligt op polystyreen, het wegwerpplastic bij uitstek. “Het verzamelde afval wordt versnipperd, tot een nieuwe plasticplaat verwerkt en we maken er een nieuw object van: een autootje, een doosje of een frisbee. Zo zien de leerlingen dat plastic een tweede leven kan krijgen”, weet Wylin.

Dat hands-on aspect is volgens Wylin erg belangrijk om de misvattingen rond plastic de wereld uit te helpen. “Hier gaan ze zelf aan de slag en nemen ze een zelfgemaakt gerecycleerd object mee naar huis.”

Dat het project neerstrijkt in de Antwerpse haven is geen toeval. De petrochemische cluster is een gegeven, en verwacht wordt dat de circulaire economie daarbinnen in de komende jaren steeds belangrijker wordt. “Je kunt niet verwachten dat al die leerlingen zullen warmlopen voor een carrière in de kunststofnijverheid”, zegt Wylin. “Maar als hier hun interesse wordt gewekt, kan dat hoegenaamd geen kwaad.”

Michiel Leen