Marco Koning (foreman ICO): “Niet één dag tegen mijn zin op de kade”

Foreman Marco Koning kreeg bij zijn pensioen een toeterende erehaag van de collega’s bij International Car Operators in Zeebrugge. Hij heeft er nooit aan gedacht om voor zijn 65e te stoppen want: “Met jonge mensen werken, houdt je jong van geest.”

Wanneer je als interviewer meteen een kom verse soep wordt aangeboden, dan weet je dat je bij een warme mens bent terechtgekomen. “Ik was soms geen gemakkelijke en het moest vooruitgaan, maar ik denk dat ik altijd rechtuit en eerlijk ben”, zegt Marco Koning. Zopas ging hij op zijn 65e met pensioen als foreman van de havenarbeiders bij International Car Operators (ICO). Het was de eerste keer dat bij ICO voor een pensionering een erehaag werd gevormd. “De collega’s hadden zich in twee rijen en met toeterende voertuigen opgesteld. Op het einde stond de directie klaar om me te feliciteren. Van zulke waardering kreeg ik kippenvel.”

Marco Koning woont in Zeebrugge en heeft een tongval van de kust. Maar hij verrast met zijn afkomst. “Ik heb de Nederlandse nationaliteit. Ik werd geboren in Oostende, kort nadat mijn ouders naar België verhuisden. Mijn twee jaar oudere broer Bob werd in Hilversum geboren. Van mijn 14 tot 19 jaar, toen mijn moeder ziek was, verhuisden we naar een tante in Den Haag. Terug in België werkte ik een half jaar in de bouw en vervolgens elf jaar bij Sidmar, het huidige ArcelorMittal langs het kanaal Gent-Terneuzen.”

Sleuren met zakken aardappelen

Ondertussen was zijn broer Bob Koning ceelbaas van de havenarbeiders bij Combined Terminal Operators (CTO) in Zeebrugge. “Ik was het na elf jaar beu om vanuit mijn toenmalige woonplaats Bredene dagelijks drie uur te pendelen naar Sidmar waar het bovendien ongezond werken was. In 1985 kreeg ik de kans om bij CTO als manusje-van-alles in loondienst te beginnen. In 1986 werd ik havenarbeider en ging ik aan de slag bij Belgian New Fruit Wharf (BNFW). Het lossen van fruit was heel afwisselend werk en ik deed er veel ervaring op. We gingen toen nog in de ruimen om bijvoorbeeld alle trossen bananen op een lopende band te leggen, tot het schip leeg was. Het was ook nog de gewoonte om trailers met een kraan op een schip te zetten. Daar leerde ik alles goed vast te leggen.”

Toen broer Bob een jaar later een plek vrij had voor een extra havenarbeider, twijfelde Marco geen moment. “Bij CTO behandelden we de meest uiteenlopende ladingen: van metalen buizen, stukken staal en boomstammen tot bloem en heel veel aardappelen. Vooral de aardappelen waren hard labeur: in het begin droegen we zelf de zakken van 50 kg. Pas later kwamen er palletten. Dat was er pompen, werken en doorgaan. Desnoods draaiden we dubbele shifts om het werk gedaan te krijgen. Maar het was een mooie tijd. In dat toen nog kleine bedrijf waren we allemaal maten onder elkaar. We hadden een sportieve rivaliteit, maakten veel plezier en gingen na het werk samen een pint drinken. Later groeide het bedrijf van 40, 50 man geleidelijk naar 400 à 500 man. Daardoor viel het directe contact in een kleine, vaste bende weg. Zeker met de ploegenschema's, waardoor sommige collega’s nooit met elkaar werken.”

Ongeval in het ruim

Gaandeweg veranderde CTO niet alleen van naam in ICO (2007) en van schaalgrootte. Ook de activiteiten vernauwden. “We evolueerden naar bijna uitsluitende auto’s. Met uitzondering van vier jaar geleden het Yamalproject, waarbij we twee jaar lang de modules voor een Siberische aardgasfabriek behandelden. Ook de oppervlakte werd immens. Straks komt er nog eens 54 hectare bij tot 300 hectare in totaal. Het werk op de kade veranderde met een sterke nadruk op kwaliteit. Bijvoorbeeld de mensen die aan de wagens komen, moeten zeer voorzichtig zijn om krassen te vermijden.”

Ook de aandacht voor veiligheid ging met grote sprongen vooruit. “Vroeger namen we veel meer risico’s en stonden we minder stil bij de gevolgen. Twintig jaar geleden had ik door een misverstand een zwaar ongeval in het ruim van een houtboot. Mijn hoofd raakte geklemd tussen het kader van mijn vorkheftruck en een ketting, waarbij een kaak en een pols brak. Gelukkig besteden we nu veel meer aandacht aan veiligheid. In 34 jaar carrière hadden we twee keer een dode op de kade, dat maak je liever niet meer mee. Ik was er bijvoorbeeld streng op dat de shunters – chauffeurs die de wagens verplaatsen – niet op hun smartphone tokkelden of telefoneerden.”

Jong van geest

Welk soort foreman was Marco Koning? “Voor mezelf moest het altijd vooruitgaan. Toen ik foreman werd, heb ik het moeten afleren om dat ook altijd van de anderen te eisen. Ik was misschien geen gemakkelijke maar wel altijd rechtuit en met het hart op de tong. Ik mag echt zeggen dat ik geen dag tegen mijn zin ben gaan werken. Met jonge gasten werken, houdt je jong van geest. Ik heb er geen moment aan gedacht om voor mijn 65e te stoppen. Toch bleef het contact met de collega’s mijn grootste plezier.”

Het contact met ICO en de collega’s valt nog helemaal niet weg. “Mijn vrouw Sandra Wimme is een aantal jaren jonger en zij werkt bij ICO als pleinplanner.”

Roel Jacobus