Kapitein Dirk Pauwels (DEME): “De Apollo is een hotel met helikopter”

DEME’s gloednieuwe Apollo, het grootste hefvaartuig in zijn genre ter wereld, wordt bestuurd met Vlaamse zeemanskunst. Voor dit juweeltje werden kapitein Dirk Pauwels en zijn bemanning zorgvuldig geselecteerd en bijgeschoold.

Vorig weekend vertrok het nieuwe, spectaculaire hefvaartuig Apollo (foto 1) vanuit Zeebrugge naar Duinkerke, waar het gemobiliseerd wordt voor een opdracht voor de kust van Schotland. Het schip is even veelzijdig als zevenkampster Nafi Thiam, die in Zeebrugge doopmeter mocht zijn. “Dit is het schip met de grootste autonomie in zijn genre ter wereld. Daarom is de crew samengesteld uit mensen met jaren ervaring, en ze kregen ook nog intense opleidingen. Bijvoorbeeld voor de hoogtechnologische bediening van elk van de vier poten is een stuurman nodig”, vertelt kapitein Dirk Pauwels (49) uit Oostende (foto 2). Hij vaart al 27 jaar voor DEME waarvan de eerste 21 jaar op baggerschepen voor wereldwijde opdrachten. Daarna was hij zes jaar kapitein op hefvaartuig Neptune, tot dan het grootste in zijn soort.

De Apollo wordt ingezet om funderingen, palen, kabels en onderdelen van windturbineparken te installeren of voor het ontmantelen van oude boorplatformen. Een bijzonder kenmerk zijn de uitzonderlijk lange ‘vakwerkpoten’ van 106,8 meter, waarmee het schip zich kan vastzetten op bodems tot 65 meter diep. De Apollo heeft een vrije werkoppervlakte van 2.000 m² en een kraan die tot 800 ton kan tillen. Het vaartuig verplaatst zich op eigen kracht naar de opdrachten. Het heeft vier motoren, vier schroeven en geavanceerde gps-sturing. “Dit is precisiewerk. We moeten ons heel nauwkeurig kunnen positioneren voor offshore constructies. Zelfs mocht één motor uitvallen, dan kunnen we nog altijd tot op centimeters juist dezelfde positie aanhouden”, zegt Pauwels.

Hotel met helikopter

Omdat het schip permanent op zee blijft, wordt de volledige bemanning om de zes weken gewisseld. “Daarom hebben we een dubbele crew van telkens 35 mensen. De meeste dekofficieren en werktuigkundigen zijn Belgen, voornamelijk West-Vlamingen. De anderen komen uit Nederland, Duitsland, Bulgarije en de matrozen zijn Filipijnen. De voertaal aan boord is Engels.”

Gedurende de zes weken op zee werkt iedereen elke dag twaalf uren. “Om het onze mensen en de technici van de klanten naar de zin te houden, is de Apollo ingericht als een hotel voor 92 mensen. Dag en nacht staan de keuken en kamerdienst klaar. Het transport van personen gebeurt per helikopter”, zegt kapitein Pauwels.

Windenergie boomt

Eerste stuurman Youri Sioen (foto 3) uit Moorsele is sinds zijn kleutertijd door scheepvaart begeesterd. “Het is speciaal om op dit niet alledaags vaartuig te mogen werken. Alles is hier hightech en hyper gestabiliseerd. Je merkt het niet wanneer de poten op de bodem gelaten worden en het schip omhoog geschroefd wordt.” Hij heeft net een groep leerlingen van het Maritiem Instituut Mercator uit Oostende wegwijs gemaakt in de aandrijving. “Het is niet evident om de Apollo te besturen. Dit is een ‘vierkante bak’ en bovendien vangen de hoge poten en de kraan veel wind.”

Wind is ook een element waarom ingenieur Mathieu Holvoet (foto 4) uit Kortrijk geregeld op de Apollo te vinden zal zijn. Hij is projectmanager van DEME’s offshore afdeling en kwam net aan boord met zijn Deense collega Steen Drue, expert in windenergie. Het duo ziet grote mogelijkheden voor werken op zee: “De groei van de windenergie houdt niet op.”

Roel Jacobus