Jef Cuyt: "Ik zou vandaag geen zeeman meer willen zijn"

U kon hier vorige week lezen dat onze oud-collega Marcel Schoeters het KBZ-ledenblad Nautilus gaat samenstellen. Afscheidnemend hoofdredacteur Jef Cuyt heeft veel sterke verhalen. Niet verwonderlijk als je al op je 17e naar Congo vaart.

Zevenentwintig jaar lang stelde kapitein Jef Cuyt het ledenblad 'Nautilus' van het Koninklijk Belgisch Zeemanscollege (KBZ) samen, voordat hij de fakkel overdroeg aan onze oud-Flowscollega Marcel Schoeters. Dat maakt van Cuyt een van de langst zittende hoofdredacteurs in onze vaderlandse media, grappen we. “Ach, het hoofdredacteurschap kreeg ik destijds gratis bij mijn voorzitterschap van de vereniging”, lacht Cuyt. “In die tijd kon je dat nog combineren. De opkomst van het internet was a blessing and a curse: je vindt meer informatie, maar je wordt ook met e-mails gebombardeerd.” 297 edities van het blad stelde Cuyt samen. “We wilden altijd een verzorgd blad maken dat de bekommernissen van de Belgische koopvaardijmedewerkers opvolgt. Door een degelijke selectie helpen we onze lezers door de bomen het bos te zien.”

Twintig jaar op zee

Het is met een zekere opluchting dat Cuyt, net tachtig geworden, de fakkel doorgeeft aan een nieuwe lichting. Met de verhalen uit zijn lange carrière zou je een fraai themanummer kunnen vullen. Tussen 1955 en 1975 voer Cuyt voor verschillende Belgische rederijen. Zijn eerste reis maakte hij al voor hij goed en wel zijn humaniora had voltooid, op zijn 17e. Meteen naar Congo. En dat terwijl hij eigenlijk, in de voetsporen van zijn vader, organist had willen worden.

“Tot de fascinatie voor de scheepvaart toesloeg. Ik woonde niet ver van de Schelde, en in die periode meerden de schepen nog aan in het centrum van de stad. In de zomer tussen mijn poesis- en retoricajaar kreeg ik het in mijn hoofd om te gaan varen. Mijn vader ging met me mee naar de kantoren van CMB, en niet veel later maakte ik mijn eerste reis", blikt Cuyt terug.

Congo, of all places. “Zo’n reis was buitenaards. De oorlog was nog niet zo lang afgelopen en reizen was niet zo ingeburgerd als nu. Het is een ervaring die me gevormd en verrijkt heeft."

Jongste kapitein 

Volgden: een jaar als kadet van de Hogere Zeevaartschool op het opleidingsschip Mercator, en periodes waarin varen werd afgewisseld met studies voor verschillende maritieme diploma’s. In 1965 haalde Cuyt zijn kapiteinsdiploma. “Als 28-jarige kwam ik aan het hoofd te staan van een schip bij de Beltran Line. Ik moet een van de jongste kapiteins in de koopvaardij geweest zijn. Te jong misschien.”

Cuyt kijkt met een zekere nostalgie terug op zijn dagen op zee, maar hij steekt ook de moeilijke momenten niet weg. “Een keer heb ik echt gevreesd voor mijn leven: toen we met het vrachtschip 'Pontos' in een storm terechtkwamen in de Noordelijke Atlantische Oceaan. Als er daar iets was misgegaan, had niemand iets voor ons kunnen doen. De lading raakte zwaar beschadigd, wij hadden goddank niets.”

Vrouw en kinderen op bezoek 

"Ook de impact op je gezinsleven moet je niet onderschatten. Verjaardagen, de kerstperiode, dat zijn toch dagen die je liever met de familie doorbrengt. Wij waren soms vijf maanden van huis. Mijn record is zeventien maanden. Wanneer we dan in Rotterdam of Bremerhaven lagen, kon mijn vrouw af en toe eens langskomen met de kinderen. Dat is nu wel anders. Maar je ziet dat scheepvaart vandaag een overgangscarrière geworden is op weg naar een andere maritieme discipline. De meeste jongeren varen maar enkele jaren voordat ze een andere job zoeken.”

Belgen in de minderheid 

De omstandigheden aan boord zijn niet meer te vergelijken met die van toen, toch zou Cuyt vandaag geen zeeman meer willen zijn, ondanks zijn grote liefde voor het vak. “Het verlof is beter, de vaartijden zijn korter, maar vandaag ben je als Belg aan boord van zo’n schip in een absolute minderheid. Dat maakt de zaken er niet eenvoudiger op. Maar bij de huidige generatie zie ik veel enthousiasme. Dat merk je aan de instroom in de Hogere Zeevaartschool. De Belgische koopvaardij wordt wereldwijd gerespecteerd. Om dat zo te houden, heb je opvolgers nodig.”

Michiel Leen