Interview minister Lydia Peeters: "Het moet vooruitgaan"

Voor het printmagazine van Flows hadden we een gesprek met Vlaams minister Lydia Peeters. We maken met haar een stand van zaken op van haar eerste maanden als minister in de Vlaamse regering Jambon.

De Limburgse Open Vld-politica Lydia Peeters werd op 2 oktober aangesteld als Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Na vijf maanden intensief inwerken, kwam er ook nog een coronacrisis op het ministeriële bord. Hoog tijd voor een stand van zaken. Rode draad in het gesprek: het moet vooruitgaan. 

Nogal wat mensen waren verbaasd toen uw naam viel als minister met deze bevoegdheden. Was het effectief van nul beginnen? 

Lydia Peeters: “Natuurlijk moest ik veel leren. Maar ik kwam ook niet zonder voorkennis. Als burgemeester van Dilsen-Stokkem, een gemeente die koploper was inzake dodelijke ongevallen, was verkeer meteen een prioriteit. In 2006 stapte ik in de raad van bestuur van wat toen nog ‘De Scheepvaart’ was. Dat deed ik drie jaar en ik heb daardoor ook vandaag nog wel een bijzondere band met de binnenvaart. In het parlement was ik intensief bezig met alles wat met omgevingsvergunningen te maken had. Ik was vanaf 2019 ook minister van Energie. In die functie was er contact met de havens van Antwerpen en Zeebrugge. Ik was dus niet zó onbekend met de sector. Maar het was vanaf dag één veel leren en ontdekken. Spannend, maar boeiend.” 

Is er in die beginmaanden iets wat eruit springt? 

“Dat is moeilijk om zeggen. Het was vooral hard werken om alles gedaan te krijgen. Er waren veel boeiende momenten. Denk maar aan het project met het eerste autonoom schip voor de binnenvaart in Nieuwpoort. Daar zie je toch een stuk van de toekomst. Ook het zeven dagen per week openen van de sluizen was een belangrijk moment. En recent nog de operatie rond de zeesluis in Zeebrugge. Dat zijn heel concrete dingen waar je van het werkveld hoort wat de impact zal zijn. Ook de snelheid waarmee we na de uitbraak van corona dankzij overleg veel werven weer konden opstarten en voor Oosterweel zelfs grote tijdswinst boekten, blijft zeker hangen.” 

Het cliché wil dat de minister met uw bevoegdheden uitvoert wat een ander besliste… 

“Je begint inderdaad niet met een wit blad. Je hebt engagementen die lopen. En maar goed ook. Denk maar aan het Schelde-Seineverhaal en Oosterweel. Maar je moet toch nog altijd de zaken opvolgen en de budgettaire keuzes maken. Het is dus iets genuanceerder. Deze regering zal 635 miljoen extra investeren. Daar moeten nu keuzes voor gemaakt worden. Ik vind het heel belangrijk om de verzuring bij veel mensen weg te nemen. Je staat uren in de file. Dat zal door de coronacrisis mogelijk wat beter zijn, maar dat probleem structureel oplossen, is belangrijk. Dan is er ook de verkeersveiligheid. Die zaken aanpakken, wordt een kwestie van investeren in digitalisering en automatisering.” 

En dan is er nog de grote achterstand in onderhoud van veel cruciale infrastructuur? 

“Daar wordt inderdaad ook hard aan gewerkt. We maken een prioriteitenlijst. Ook dat is wel degelijk meer dan uitvoeren wat de voorganger besliste. Ik wil vooral dat er snel en accuraat wordt gewerkt. Kijk maar naar de werken op de E17 voor Oosterweel. Heel vaak blijft het bij altijd weer nieuwe studieprocessen. Denk maar aan de Noord-Zuid in Limburg waar we al 40 jaar palaveren. Of de missing link tussen Ieper en Veurne. Daar wil ik snel op weg naar uitvoering.” 

Concreet: de binnenvaart. Een sector die zich stiefmoederlijk behandeld voelt… 

“We hebben daar om te beginnen het verhaal van ‘smart shipping’ waar we mee de kar trekken. Ook de verhoging van de laatste acht bruggen over het Albertkanaal, een grote investering, wordt afgewerkt. Dat zal toch een grote boost geven aan de binnenvaart. Er is al geïnvesteerd in walstroom of in de 24 uur op 24 bediening van de sluizen. Dat toont toch wel een groot geloof in de binnenvaart. Ook de vergroening van schepen is aan de orde. Daar is het niet aan de overheid om dwingend op te treden. Maar die evolutie is er gewoon.” 

Volgende sector aan de klaagmuur: het wegtransport. Die waren niet blij met een hogere tolheffing… 

“Daar is sprake van een verhoging, maar ook van een verschuiving. Want er zijn ook tarieven verlaagd. Die tolheffing mikt vooral op de grote internationale doorgaande transporten. Als logistieke draaischijf is het niet fout dat iedereen meebetaalt. We willen ook dat er gekeken wordt om bepaalde transporten van de weg naar andere modi te halen. Ik begrijp dat wegtransporteurs zich geviseerd voelen, maar als de wegen dichtslibben dan is dat ook door een teveel aan vracht over de weg. Het is niet onze bedoeling om transportbedrijven te doen verdwijnen. Wel om hen aan te moedigen om na te denken over verandering en verduurzaming.” 

Over duurzaamheid gesproken. Sommigen kijken naar u om iets te doen aan de ‘camionettisering’. 

“Bij de regeringsvorming is daar over gedebatteerd. De conclusie is dat je niet één sector kunt viseren. Met een verbod op bestelwagens maak je het ook voor de aannemers onmogelijk om met hun bestelwagen de stad in te komen. Dit is nu al een effect van lage-emissiezones. Sommige dienstverleners komen niet meer in de stad omdat hun voertuig beboet wordt. Dat kan niet de bedoeling zijn. We zien ook daar gelukkig veel verduurzaming van onderuit, met bedrijven als Colruyt die zoeken om in de steden met bakfietsen thuis te gaan leveren.” 

Van onderuit: is dat ook uw visie op de fusie van de havens van Antwerpen en Zeebrugge? 

“Fusiegesprekken moeten altijd van onderuit komen. Zoiets van bovenaf opleggen is geen goed idee. Zij weten zelf wel wanneer de tijd rijp is voor samenwerking. Als overheid moeten we geen richting wijzen. We zijn beschikbaar om te faciliteren waar mogelijk. Mijn zorg is efficiëntie en meerwaarde. Dat geldt altijd: waar samenwerking efficiënter is, moet je dat ook doen. Daar zijn genoeg goede voorbeelden van.” 

We blijven in de havens. Daar veronderstellen velen dat een liberale minister grote fan is van privatisering, dus ook voor de loodsen. Is dat zo? 

“Ik ga hier zeker geen onrust creëren. Het regeerakkoord is hier duidelijk over. Wat mij betreft geldt hier hetzelfde principe als bij de fusiegesprekken tussen de havens. Het gaat om efficiëntie. Als iets vandaag goed werkt, is het niet aan mij om daar iets aan te veranderen. Als het beter kan, moeten we schakelen, ook weer met alle betrokkenen. De realiteit inzake loodsen is dat er veel meningen, organisaties en strekkingen zijn. Dat maakt het moeilijker. Ik ontving al stakingsaanzeggingen, maar gelukkig was iedereen zo wijs om de haven niet lam te leggen. Samenwerking wordt het codewoord. Kijk maar naar de uitstekende manier waarop is gewerkt om in volle coronacrisis de verschillen in de aanpak tussen Nederlandse en Vlaamse loodsen op te lossen. Dat bewijst dat het kan. We moeten dus rustig kijken hoe we efficiëntie kunnen winnen. Als dat kan zonder verzelfstandiging, dan is dat zo. Ik hanteer geen dogma’s.” 

Het dossier Extra Containercapaciteit Antwerpen stoot dan op dogma’s van anderen? 

“Daar volgen we de procedure die al jaren duurt. Het is spijtig dat na een uitgebreide procedure waar inspraak, participatie en samenwerking centraal staan er nadien toch juridische stappen volgen. Eerder waren er ook al verzoekschriften tot nietigverklaring van het voorkeurbesluit voor de nieuwe sluis in Zeebrugge. Op termijn moeten we die aanpak best evalueren. Die kwam er net om infrastructuurwerken te versnellen. Gelukkig verhinderen deze procedures bij de Raad van State niet dat er rond de projecten verder studiewerk en onderzoek wordt verricht. We gaan dus verder met dit traject.” 

Het verzet situeert zich vooral in het Waasland. De toekomst van Doel wordt cruciaal. Hoe ziet u dat? 

“Doel werd in 1978 ingekleurd als woongebied. De voorbije decennia was het een open vraag of Doel moet verdwijnen dan wel verzoenbaar is met de uitbreiding van de haven. Het voorkeursbesluit van  CP ECA, tot standgekomen na veel overleg met alle stakeholders bepaalt dat de uitbreiding voor de Haven  voorzien wordt ten zuiden van Doel. DMOW kreeg de opdracht om een Toekomstperspectief voor Doel uit te werken in samenspraak met de burgerbewegingen en stakeholders. Recent bleek dat er door een aantal burgerbewegingen verzoekschriften tot vernietiging zijn ingediend bij de Raad van State tegen het voorkeursbesluit ECA. Men kan niet gelijktijdig én participeren rond een toekomstvisie rond Doel én procederen tegen het voorkeursbesluit ECA. Ik denk dat eenieder zich daar eens grondig over moet bezinnen."

Het spoor, cruciaal voor de modal shift, is een federale bevoegdheid. Kan u daar dan niets doen?   

“Toch wel. We hebben 100 miljoen euro vrijgemaakt voor elf prioritaire spoortrajecten, ook al is dit geen Vlaamse materie. We moeten doen wat we kunnen om vracht van de weg te halen. Ik zie dat we daar ook de bedrijven mee hebben. Ik zie dat bijvoorbeeld H.Essers nadrukkelijk kiest om te schakelen van de weg naar het spoor. Dat verdient alle lof.” 

Zal de coronacrisis de logistiek effectief grondig veranderen? 

“Het is nog heel vroeg om grote uitspraken te doen. Uit een crisis moet je altijd leren. Dat doen we elke dag. Ik zie in de eerste plaats dat onze havens altijd zijn blijven draaien. Dat is op zich toch al een heel sterk verhaal. Dat moet ik onderstrepen. Voor de toekomst zal nog veel gestudeerd moeten worden. Maar ik zag dat onze havens zich voor de crisis al ontwikkelden als knooppunten voor energie en technologische vooruitgang. Dat ging al snel, het zal vermoedelijk alleen nog versnellen.” 

U heeft nog een paar jaar voor de boeg in deze legislatuur. Wanneer zal u, als het zo ver is, uzelf een goed rapport geven? 

“Ik heb twee grote prioriteiten. Enerzijds onze investeringsplannen goed uitvoeren. Anderzijds de verkeersveiligheid. De jongste jaren zien we helaas een status quo in dodelijke ongevallen per jaar. Het streven is om in 2050 op nul verkeersdoden uit te komen. Dus moeten we beter doen, onder meer door ingrepen aan infrastructuur. Maar ook door op de mentaliteit van de mensen in te zetten. We gaan zoeken waar technologie kan helpen. Wat de investeringen betreft, denk ik aan Oosterweel, de Noord-Zuid verbinding in Limburg, de verhoging van de bruggen voor het Economisch Netwerk Albertkanaal, enzovoort. Ik hoop dat de tijdswinst die we voor Oosterweel boekten tijdens de coronacrisis het goede voorbeeld is. Het moet vooruitgaan.” 

Interesse om dit interview ook in de printversie te lezen? U krijgt ons magazine 'Het jaar nul na corona' gratis toegestuurd op eenvoudig verzoek. Mail naar marketing@flows.be en we doen het nodige.