Beste thesis UGent: "Kennis toepassen voor schonere oceaan"

De Nederlandse Bernike Van Werven kaapt de prijs voor beste masterthesis weg aan de Universiteit Gent. Ze onderzocht de effectiviteit van de Europese richtlijnen rond scheepsrecyclage. De bezorgdheid om de oceaan zette Van Werven op weg.

Met haar masterproef 'European Ship Recycling Regulation: can we make a difference towards safe and environmentally sound practices?' kaapt de Nederlandse Bernike Van Werven de prijs weg voor beste masterproef aan de Universiteit Gent (UGent). Een bezorgdheid om de leefbaarheid van de oceanen én de werkomstandigheden van scheepsslopers bracht haar ertoe de effectiviteit van de Europese regelgeving rond scheepsrecyclage te onderzoeken. En daar is toch nog wat ruimte voor verbetering, zo blijkt. ​

Wetenschap en milieu

Bernike Van Werven studeerde onlangs af in de masteropleiding Marine and Lacustrine Science and management, een gezamenlijke opleiding van UGent, VUB en Universiteit Antwerpen. De combinatie van wetenschappelijke en managementvakken sprak Van Werven erg aan, nadat ze in Utrecht al Milieumanagement had gestudeerd. ​

Voor haar masterproef onderzocht ze de effectiviteit van de wetgeving op scheepsrecyclage. Dat is een vrij recent ingevoerde wetgeving, waarvan Van Werven wel eens wilde weten hoe de stakeholders erover denken. ​

Grosso modo kent de wetgeving twee krachtlijnen: schepen onder EU-vlag moeten worden gerecycleerd op werven die een Europese goedkeuring hebben. Schepen met én zonder EU-vlag die Europa aandoen, moeten bovendien een inventaris van gevaarlijke goederen aan boord hebben. ​

Imago

De effectiviteit van beide maatregelen is verschillend. "Een schip kan aan het eind van zijn leven vrij eenvoudig onder een niet-Europese vlag gaan varen en zo de regelgeving ontwijken", zegt Van Werven. "De verplichte inventaris is een effectievere maatregel omdat het voor de arbeiders die de schepen afbreken, duidelijker is met welke gevaarlijke stoffen ze te maken kunnen krijgen, ongeacht onder welke vlag het schip vaart. Scheepseigenaars die wat met hun publieke imago begaan zijn, weten dat ze zich maar best aan die regels houden."​

De handhaving van de wetgeving is een ander paar mouwen. Van Werven stelt vast dat niet elke lidstaat een prioriteit maakt van de handhaving. ​

'Integraal' onderwerp

Maar hoe komt ze zelf bij dit onderwerp uit? "Het fascineert me omdat het een integraal onderwerp is: het gaat enerzijds om de bescherming van de oceanen en het leefmilieu, maar ook om de werkomstandigheden van de scheepsslopers. Daar komt dan nog een financieel plaatje bij: scheepseigenaars willen nog wat verdienen aan een schip dat naar de sloop gaat. Als je het in India laat afbreken, waar de standaarden lager liggen, lukt dat nog wel. Dichter bij huis kost het net geld."​

Momenteel volgt Bernike een traineeship bij de Europese Commissie in Brussel, meer bepaald op het DG Mare, de afdeling die waakt over de maritieme en nautische kwesties. Daar werkt ze vooral rond afval op zee, met focus op plasticvervuiling. En daarna? "Daarna heb ik wel lang genoeg gestudeerd. Tijd om de opgedane kennis toe te passen voor een schonere oceaan!"

Michiel Leen