Antwerpse havenaalmoezenier staat crew gezonken Grimaldi bij

De Antwerpse zeemansmissie leeft mee met de crew van de gezonken 'Grande America'. Vanuit Antwerpen staat aalmoezenier Marc Schippers de crew bij. Een week voor de ramp was die crew in Antwerpen te gast. "Ik verwacht hen over enkele maanden terug."

Toen eerder deze maand de Italiaanse conro ‘Grande America’ verging voor de Franse kust, was er veel aandacht voor het verloren schip, de gezonken lading en de milieu-impact achteraf. Over de bemanning hoorde je veel minder. De grotendeels Filipijnse crew werd opgevangen door de Seamen’s Club in Brest, maar kreeg ook hulp van dominee Marc Schippers, die in Antwerpen als havenaalmoezenier werkt op linkeroever en de Grimaldicrew persoonlijk kent.

Week tevoren in Antwerpen 

“Die bemanning was een week tevoren nog te gast bij ons”, vertelt Schippers. “Via Facebook vernam ik van hen al snel dat de ‘Grande America’ in brand stond en dat ze in Brest werden opgevangen. De rederij heeft ervoor gezorgd dat ze een onderdak kregen op hotel, wie dat wilde kon ’s zondags naar de kerk – vooral de Filipino’s zijn erg gelovig – en ook de Filipijnse gemeenschap in Brest heeft voor hen gezorgd.”

Vanuit Antwerpen, toch 800 kilometer verderop, kon Marc het wedervaren van de crew goed volgen. “De internationale contacten in het aalmoezenierschap zijn erg nauw”, klinkt het. “Via de sociale media is contact houden gemakkelijker dan ooit.”

Praktische én spirituele zaken 

Het pastoraat voor de zeelui heeft altijd een praktische, maar ook een spirituele kant. “We proberen de zeelui niet alleen te helpen met praktische zaken – zoals transport en telecommunicatie – maar ook de geestelijke zorg is belangrijk. Als je zo’n ramp hebt meegemaakt, is het enorm belangrijk te weten dat er iemand zich om jou bekommert.”

De crew is inmiddels gerepatrieerd. “Maar ik verwacht hen over enkele maanden in Antwerpen terug”, weet Marc. “Intussen vragen hun collega’s op de andere Grimaldischepen, die ik regelmatig bezoek, hoe het met hen is. Er is een enorme collegialiteit onder de zeelui.”

Michiel Leen