Weg naar minder sociale dumping wordt labyrint

Philippe Van Dooren

De invallen van het federaal parket en het arbeidsauditoraat bij verschillende transportbedrijven roepen veel vragen op. De wil om in te grijpen tegen sociale fraude en sociale dumping is terecht. Maar had men niet beter gewacht?

Philippe Van Dooren

Redacteur Flows.be

Eerst en vooral dit: ik voel me niet goed bij de talloze Oost-Europese dochterbedrijven van de Belgische transportondernemingen. Ze wakkeren de neerwaartse spiraal van transportprijzen en sociale omstandigheden van de chauffeurs alleen maar aan. Maar ik kan de transporteurs begrijpen: hoe kunnen ze anders opboksen tegen de grote transportgroepen uit Oost- én West-Europa die hun lagekostenfilialen inzetten om, tender na tender, de kaas van hun boterham eten. Dat begrip heeft wel een limiet: het spel moet eerlijk gespeeld worden. Als de Oost-Europese vestiging van een Belgisch bedrijf gewoon een postbusbedrijf is, dan kan dat niet door de beugel.

Toch kan men zich vragen stellen over de aanpak van de beteugeling. De invallen bij Rosantra, Transport Maes en  Van Dievel Transport – die na korte tijd niet in verdenking is gesteld – en nu ook bij Jost Group, waren het werk van het federaal parket. Die bij VR Cargo werd uitgevoerd door het arbeidsauditoraat Antwerpen, afdeling Mechelen, en die bij Plantefeve door het arbeidsauditoraat West-Vlaanderen. In beide laatste gevallen werd ons bevestigd dat de acties los staan van die van het federaal parket. De grootscheepse controles van de chauffeurs van Waberers in Opglabbeek en Battice werden dan weer door de sociale inspectie gehouden. Men kan zich dan ook afvragen of er sprake kan zijn van een globale, gecoördineerde aanpak.

Of de vermelde ondernemingen al dan niet nepbedrijven hebben opgezet in Slovakije, Polen, Roemenië enzovoort, weet ik niet. Maar uit verschillende bronnen verneem ik dat de inspecteurs niet wisten dat minstens twee van bedrijven in de betrokken landen een operationele zetel hebben. Ofwel wisten de inspecteurs dat niet, en dan mag men spreken van een slechte voorbereiding van het dossier; ofwel hebben ze twijfels bij het operationele aspect van de buitenlandse vestiging; ofwel hanteren ze een bijzonder strikte definitie van ‘effectieve zetel’.

Over de definitie van ‘sociale fraude’ en ‘sociale dumping’ heerst veel verwarring, niet alleen in België, maar ook in Europa.

Ook over de definitie van ‘sociale fraude’ en ‘sociale dumping’ heerst veel verwarring, niet alleen in België, maar ook in Europa. Voor de vakbonden maakt elk bedrijf met een zetel in een goedkoop land zich schuldig aan sociale fraude. Dat is zeer kort door de bocht. Ondernemingen die de regels respecteren, worden over dezelfde kam geschoren als de sjoemelaars met postbusbedrijven. Ook de lidstaten weten het niet meer, getuige de toenemende nationale interpretaties van de Europese regels.

En wat te denken van praktijken die in West-Europa als sociale dumping worden bestempeld? Veel hangt af vanuit welke zijde men ze beschouwt. Men mag niet uit het oog verliezen dat in de Oost-Europese landen die praktijken als een volkomen wettelijk en gerechtvaardigd competitief voordeel worden beschouwd. Die lidstaten oordelen dat hun bedrijven nog gemakkelijker toegang moeten krijgen tot onze markten. Die stelling wordt overigens gedeeld door veel chauffeurs uit die landen, omdat tegenover slechte leefomstandigheden, een veel hoger loon staat dan in het eigen land.

De Europese Commissie komt daarom op 31 mei met een verduidelijking van de regels. Laten we althans hopen dat de regels duidelijker worden. De voortekens zijn evenwel slecht. Uit gelekte werkdocumenten blijkt dat Brussel meer regels voorbereidt die niet noodzakelijk helderder zullen zijn. Dat heeft de Transportcommissie van het Europees Parlement ertoe gebracht om – op voorhand! – al meerdere puntjes op de i’s te zetten in een motie. Het belooft alvast een zéér pittig debat te worden, om niet te spreken van een gevecht met de Commissie.

Misschien had men in België eerst gewacht op de uitslag ervan om kordaat op te treden tegen de bedrijven die de regels niet respecteren. Want tot dan gelden alleen maar interpretaties van onduidelijke regels.

Philippe Van Dooren