OPINIE: "Waarom moeten jonge sectorambassadeurs zwijgen?"

Michiel Leen

Veel bedrijven willen niet dat hun stagiairs in onze rubriek People & Jobs hun werk komen toelichten. Redacteur Michiel Leen begrijpt die terughoudendheid niet. Waarom zouden uw aantrekkelijkste 'brand ambassadors' moeten zwijgen?

Michiel Leen

Een nieuw academiejaar, dat betekent ook: een nieuwe lichting afgestudeerden die in onze zondagse nieuwsbrief People & Jobs hun bachelor- of masterproef komen toelichten. Voor velen van hen niet alleen een academisch werkstuk, maar ook een eerste kennismaking met de realiteit op de werkvloer, én een belangrijk visitekaartje in hun zoektocht naar een eerste job. Bovendien worden de stukken regelmatig door professionals gelezen, gedeeld en becommentarieerd op social media en platformen als LinkedIn. Voor de student een extra bevestiging van zijn of haar kunnen.

Njet

Als redactie gaan we niet blindelings op zoek naar deze bachelors of masters. Aan het begin van elk academiejaar vragen we bij de verschillende logistiekopleidingen een overzicht van de opvallendste werkstukken. Bij het bijwerken van die lijst viel me onlangs op dat we van een van onze onderwijspartners een wel heel kort lijstje hadden ontvangen: één inzending. Niet dat er maar één eindwerk de moeite van het bespreken waard was, verzekerde de hoofddocente me, maar de andere potentiële kandidaten waren bij hun stagebedrijf op een njet gestuit: ze kregen geen toestemming om over hun eindwerk te praten met de pers.

Poker

We willen niet naïef zijn: in een zeer concurrentiële sector als de logistieke en maritieme industrie, zullen bedrijven liever pokeren met de kaarten dicht tegen de borst gedrukt. Maar dat nogal wat bedrijven het zelfs te riskant vinden dat hun stagiairs in een kort onlineartikel vertellen wat ze tijdens hun stage geleerd hebben, is toch al te draconisch. Wat voor staatsgeheimen bevatten die bachelorproeven misschien, dat zelfs een transport- en logistiekmedium als het onze er geen uitstaans mee heeft?  

Het is al bijna even absurd als de problemen waar we vaak op stuiten wanneer we bedrijven opbellen om verificatie te vragen voor een nieuwtje dat zijzelf of hun medewerkers via LinkedIn of Facebook de wereld insturen: it’s all over the internet, maar wij moeten soms dagen of weken wachten op een simpele bevestiging van info die de bedrijven dus zelf wereldkundig maken. Wij zijn chauvinistisch genoeg om te denken dat de concurrentie Flows leest, maar niet zo naïef om te denken dat ze geen andere internetkanalen bekijken.

War for talent

Concurrentie tussen bedrijven is één zaak, maar een andere vorm van concurrentie zal de sector toch ook niet ontgaan zijn: de strijd om het schaarse talent op de arbeidsmarkt, de zoektocht naar die witte raven die willen gaan voor een carrière in logistiek en/of de ‘maritime’. Imagocampagnes en jobevents om de sector als geheel of de bedrijven afzonderlijk in de kijker te zetten, mogen wat kosten. In Antwerpen zijn we inmiddels op het punt beland dat sollicitanten per helikopter kennismaken met hun toekomstige werkplek, of dat er een reuzenrad wordt gecharterd voor een rondje kennismakingsgesprekken. Imagostunts die nodig zijn om komaf te maken met het imagoprobleem dat de sector bij veel jongeren nog heeft. Wat die campagnes zoal kosten? Nog zo’n goedbewaard geheim.

Free publicity

Wanneer dan een student de kans krijgt om te vertellen wat hij in zijn stagebedrijf geleerd heeft, hoe hij of zij bij een bepaald bedrijf pas écht de kneepjes van het vak leerde kennen, zou je toch denken dat zo’n stagebedrijf blij is met de aandacht? Frisse, jonge gezichten die zich tot brand ambassadors ontpoppen, gewoon door te vertellen wat ze bij u op de werkvloer hebben geleerd. Goedkoper kunnen we de free publicity écht niet maken.  

Michiel Leen