OPINIE Vicky Rymen: "Race-to-the-bottom nooit sectoraal onderhandeld"

Vicky Rymen, secretaris vervoer over de weg ACV-Limburg

Vicky Rymen, secretaris vervoer over de weg ACV-Limburg

Marc Geert, CEO van Transport Geerts, had eerder deze week in een opiniestuk gereageerd op de individuele actie van transportbedrijf TDL met de betrekking tot de verloning van zijn chauffeurs. Volgens Geerts zorgt die actie voor irritatie bij de collega's in de sector. Hij pleitte daarbij voor een sectorale oplossing. Volgens de vakbond ACV slepen de sectorale onderhandelingen over de chauffeurslonen echter al jaren aan.

Marc Geerts, CEO van transportbedrijf Geerts is 200% voorstander om chauffeurs een hoger loon te geven. Dat is alvast goed om weten. Maar tegelijkertijd is hij wel ontevreden omdat een collega van hem dit in zijn bedrijf recent werkelijk heeft gerealiseerd. Logistieke dienstverlener TDL Group sloot namelijk als eerste Belgische bedrijf met de vakbonden een cao af die een koppeling maakt tussen het bestaande functieclassificatiesysteem en de verloning van zijn chauffeurs. Dankzij dat akkoord stijgt het loon voor chauffeurs, voor sommigen zelfs met twee euro bruto per uur en hebben ze uitzicht op een beter pensioen. “Maar op die manier gaan we wel elkaars chauffeurs inpikken”, reageerde Geerts in een opiniestuk op Flows.

Om onze concurrentiekracht te behouden, moesten de voorbije 15 jaar de lonen steeds lager, de werkuren langer, de leveringen sneller, althans dat is jarenlang het mantra geweest bij de werkgevers. Tegelijkertijd kwamen Poolse, Roemeense, Slovaakse chauffeurs hier aan lonen ver onder onze wettelijke minima rijden, terwijl de bedrijven geen belastingen of sociale zekerheidsbijdragen hoefden te betalen. Op die manier pikten bedrijven jarenlang elkaars werk in, want wie goedkoper kon, haalde de opdrachten binnen. En kon met wat geluk ook wat meer winst maken.

Maar het gevolg was wel dat de werkdruk, zowel bij chauffeurs als bij planners, enorm is toegenomen, dat Belgische chauffeurs enkel nog de korte binnenlandse ritten kregen toebedeeld, en dat de sociale dumping een plaag is die alle chauffeurs frustreert. Neem daar nog de absolute stilstand op onze wegen bij, en het hoeft niet te verbazen dat het beroep uiteindelijk zijn charme en aantrekkingskracht verloor. En zijn steeds minder jonge mensen geïnteresseerd in een leven als vrachtwagenchauffeur. Dat is niet nieuw, dat is niet onverwacht, maar het wordt wel steeds acuter. Want nu de economie sinds een tijdje weer aantrekt en bedrijven op zoek zijn naar personeel, klagen ze steen en been dat ze geen geschikte chauffeurs vinden. De vakbonden – ACV-Transcom op kop – klopt al jaren aan de deuren van werkgeversfederaties om maatregelen te nemen die het beroep weer aantrekkelijker zouden kunnen maken. We zijn dan ook blij te lezen dat mijnheer Geerts ook pleit voor oplossingen op sectoraal niveau.

Alleen, die onderhandelingen slepen intussen al meer dan tien jaar aan. De vakbonden zijn al jarenlang vragende partij om de chauffeurs te verlonen op basis van hun professionaliteit, in plaats van op basis van het gewicht van hun voertuig. We hebben hiertoe zelfs een nieuwe functieclassificatie uitgewerkt, volgens een wetenschappelijk onderbouwd systeem van Hay, dat ook in andere sectoren wordt gehanteerd en rekening houdt met allerhande factoren, zoals de zwaarte van de job, de vereisten en het opleidingsniveau van de chauffeur. Zo zouden we de minimumlonen kunnen optrekken tot een correct niveau. Maar helaas steken deze plannen al een hele tijd in de ijskast omdat de werkgevers deze functieclassificatie liever willen gebruiken om de lonen te verlagen, het omgekeerde van wat wij beoogden.

Daarnaast vragen wij een ruimer aanbod van scholen die de opleiding tot vrachtwagenchauffeur aanbieden en een aanbod van duaal leren, dat opleiding en werken combineert. In de cao-onderhandelingen vorig jaar hebben wij gepleit voor een verbreding van de bestaande peterschappen: van een opleiding van nieuwe chauffeurs in een bedrijf naar een systeem van mentoren, die zich ontfermen over het levenslang en op maat leren van chauffeurs.

Omdat het allemaal zo lang duurt, had het bedrijf TDL er dus genoeg van, en besliste, samen met de vakbonden, om alvast zelf de eerste stap te zetten. Het koos voor een verbetering van de werkomstandigheden, en wil mensen aantrekken door een aantrekkelijke werkgever te zijn (of beter: door mensen eerlijk te verlonen voor hun prestaties). 

Wij juichen dit toe. Want laat ons wel wezen, de race-to-the-bottom werd ook nooit sectoraal onderhandeld. Zodra het ene bedrijf zijn arbeidsvoorwaarden en lonen had verlaagd, moest het andere wel volgen. Misschien is het wel eindelijk tijd geworden voor een beweging in omgekeerde richting, een ‘race-to-the-top’?

Vicky Rymen