OPINIE: transmigranten op parkings inzet politiek spel

Philippe Van Dooren

Op de parking in Kruibeke langs de E17 zoekt de politie niet meer naar transmigranten, meldde De Standaard zaterdag. Alleen wanneer burgers incidenten melden, wordt er nog uitgerukt. De politie is het beu om met de kraan open te dweilen. Naar verluidt is dat ook het geval in andere politiezones, vooral in Oost- en West-Vlaanderen. Frustratie speelt daarbij een grote rol. Maar mogelijk ook politieke spelletjes, waar niemand beter van wordt.

Philippe Van Dooren

Redacteur Flows.be

Maanden geleden werden grove middelen ingezet om tegen de transmigranten op te treden. Er kwamen extra politiecontroles en er was privé-bewaking op de snelwegparkings richting Kanaalhavens. Sinds kort waren er ook meer controles op de treinen. Ondanks deze inspanningen is het probleem verre van opgelost. Door een 'waterbedeffect' verplaatsten de mensensmokkelaars hun actieterrein. Daarenboven blijven de transmigranten in ons land ronddolen: wanneer ze gevat worden, is de kans klein dat ze worden uitgewezen. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) laat ze bijna allemaal onmiddellijk vrij. Dat werkt demotiverend voor de politiekorpsen, die tot over hun oren in het werk zitten.

Volgens De Standaard pakten alle politiediensten samen van januari tot en met juli, al 6.431 keer een migrant op die aangaf naar Engeland te willen. De DVZ gaf 3.262 keer een bevel om het grondgebied te verlaten, 1.154 keer een nieuw bevel om het grondgebied te verlaten. Slechts 490 migranten werden naar een gesloten centrum gestuurd. Nog minder werden uitgewezen. Naar schatting waren het er slechts een kleine 400.

In ons land zijn er dus meerdere honderden transmigranten die elke nacht – zo goed als altijd tevergeefs – proberen om in een vrachtwagen te klimmen om in het Verenigd Koninkrijk hun geluk te zoeken. Belgische vervoerders zijn daar weinig het slachtoffer van, zegt Lode Verkinderen van TLV. “Zij kunnen zich vrij gemakkelijk zodanig organiseren dat hun vrachtwagens in één ruk tot in Calais of Zeebrugge rijden. Ruim negen op de tien vrachtwagens op de getroffen snelwegparkings zijn buitenlanders, die moeten stoppen om hun rusttijd te nemen. De Belgische chauffeurs rijden door als zij het kunnen, maar het kan gebeuren dat ook zij moeten stoppen. En dan lopen ze dezelfde risico’s als hun buitenlandse collega’s”.

Die laatsten zijn de grootste slachtoffers van de 'inklimpogingen' van de transmigranten. Zij ervaren dan ook als eerste de nare gevolgen van het feit dat de politie de actieve zoektocht naar transmigranten stopzet.

Stellen dat zij in de steek gelaten worden omdat ze buitenlanders zijn, gaat evenwel te sterk door de bocht. De politiekorpsen zijn het beu om te dweilen met de kraan open. Hun frustratie is begrijpelijk. Burgemeesters van de getroffen gemeenten willen hun manschappen voor andere taken inzetten dan voor een sisyfusarbeid. Er zijn immers binnenkort gemeenteraadsverkiezingen.

Het is echter evengoed een politiek signaal naar de hogere overheid toe, of zelfs een politiek spelletje. Vlaams minister Ben Weyts is verantwoordelijk voor de veiligheid op de parkings; minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon voor de ordehandhaving, het bestrijden van de smokkelnetwerken en de DVZ; en staatssecretaris Theo Francken voor asiel en migratie. Alle drie zijn toplui van de N-VA, die van de migratie een centraal politiek thema heeft gemaakt. Burgemeesters – meestal van andere partijen – zeggen dus niet alleen dat zij het beu zijn om voor hen de kastanjes uit het vuur te halen, maar willen er ook op wijzen dat die partij het migratie- en transmigratieprobleem niet onder controle krijgt.

Niemand wordt beter van dergelijke politieke spelletjes. De vervoerders niet, de gemeenten niet, de ministers niet en ook de transmigranten niet. Want zij blijven maar uitzichtloos ronddolen en proberen in vrachtwagens te klimmen. Het is en blijft een menselijk drama, waarvoor er – letterlijk – geen uitweg bestaat.