OPINIE: Arrest luidt doodsklok businessmodel van veel transporteurs

Philippe Van Dooren

Twee windhozen deden gisteren massa’s stof opwaaien: het arrest van het Europees Hof en het feit dat Roland Jost opnieuw werd verhoord en kortstondig van zijn vrijheid beroofd. Beide dossiers zijn onrechtstreeks met elkaar verbonden. De wind zal niet snel gaan liggen. Integendeel. Voor veel bedrijven is een ware storm op komst.

Philippe Van Dooren

Redacteur Flows.be

In zijn arrest – dat eindelijk is uitgesproken – is het Europees Hof heel duidelijk: bestuurders mogen hun normale wekelijkse rusttijden niet in het voertuig doorbrengen. Dit betekent dat een aantal lidstaten die de Verordening 561/2006 reeds in die zin interpreteerden, zoals België, Frankrijk en Duitsland, gelijk krijgen. Enkele lidstaten die het ‘cabinekamperen’ nog niet verboden in afwachting van het arrest, zullen dat naar alle waarschijnlijk snel doen. Nederland zal vermoedelijk de eerste zijn: veel buitenlandse chauffeurs rijden er vanuit België en Duitsland speciaal naartoe om hun lange weekendrust in de cabine te nemen, wat voor overlast zorgt.

Maar ook de andere lidstaten zullen moeten volgen. Het is lang niet zeker of ze dat allemaal en altijd zullen doen – ik denk vooral aan de Oost-Europese landen – maar ze kunnen zich niet meer verschuilen achter de onduidelijkheid van de verordening.

De trend is nu heel duidelijk: postbusbedrijven worden harder aangepakt en het cabinekamperen wordt als onmenselijk en onveilig beschouwd. Het wordt zo gemakkelijker om te stellen dat de inhumane leefomstandigheden van – vooral – Oost-Europese chauffeurs een vorm van mensenhandel is.

Dat brengt ons bij de zaak Jost. De groep wordt beticht van sociale fraude en mensenhandel – lees: postbusbedrijven te hebben in Slovakije en Roemenië – en van uitbuiting van Oost-Europese chauffeurs, wat zij ten stelligste ontkent. Het is niet aan ons om hierover een oordeel te vellen. Zeker omdat iedereen wordt geacht onschuldig te zijn, tot bewijs van het tegendeel.

Het is wel een feit dat Jost chauffeurs uit lageloonlanden inzet en dat het cabinekamperen een normale praktijk is. Niet alleen Jost overigens zet die chauffeurs in. Veel Belgische bedrijven en talrijke andere bedrijven in West én Oost-Europa bezondigen zich eraan. Doen ze dat allemaal via postbusbedrijven? Het zou overdreven zijn om dat te stellen. Maar er zijn er wel veel die ‘op het randje’ werken. Ook wat het cabinekamperen betreft.

Men mag meer controles verwachten en de geviseerde bedrijven kunnen niet meer doen alsof hun neus bloedt.

Nu het Hof duidelijkheid heeft gebracht, kan men meer controles verwachten en de geviseerde bedrijven kunnen niet meer doen alsof hun neus bloedt. Dat kan voor velen betekenen dat hun businessmodel komt te vervallen of grondig gewijzigd wordt: ofwel zullen ze hun transporten drastisch moeten herschikken zodat de chauffeurs hun lange rust thuis kunnen nemen, ofwel zullen ze voor aangepaste ‘vaste inrichtingen’ met voldoende slaapgelegenheden, sanitair, enzovoort moeten zorgen. Of die 'vaste inrichtingen' bij derden gevonden worden of zelf voorzien: het heeft een kost.

Ook voor de Oost-Europese chauffeurs verandert het businessmodel: naast hun karig loon krijgen ze vergoedingen die maken dat ze op het einde van de maand veel meer verdienen dan hun modale landgenoot. Als ze een gedeelte van die vergoeding kwijtspelen omdat ze hun lange weekendrust niet meer in de cabine mogen nemen, verdienen ze minder. Voor hen kan het sop de kool dan niet meer waard zijn.

In het kader van het Mobility Package werkt Europa trouwens aan een aanscherping van de regels. Daarin wordt niet alleen gesteld dat de chauffeur tijdens de lange rust niet in zijn cabine mag slapen, maar dat de transportondernemingen verplicht zijn om het werk van de chauffeur zodanig te organiseren dat hij meer tijd thuis kan doorbrengen. De chauffeur moet in staat zijn om dat minstens om de drie weken te doen, zo wordt beoogd.

Veel transporteurs zagen de bui al hangen, maar omdat de Europese molen zo traag maalt, hoopten ze dat ze nog meerdere jaren hadden om een nieuw businessmodel voor te bereiden. Nu worden ze sneller dan verwacht met de harde realiteit geconfronteerd.

Philippe Van Dooren