Het gelijk en ongelijk van Fernand Huts

Jean-Louis Vandevoorde

Jean-Louis Vandevoorde

Redacteur Flows.be

Fernand Huts heeft een nieuwe steen in de kikkerpoel van de havenarbeid gegooid, ditmaal met de boodschap dat hij bereid is 500 vluchtelingen een job te geven in zeehavengebieden. Hij koppelt daar wel een voorwaarde aan: het toepassingsgebied van die vermaledijde wet-Major moet dan eindelijk duidelijk herleid worden tot waar ze echt moet voor dienen: het laden en lossen van (zee)schepen.

Er bestaan tal van zeer gegronde argumenten om te pleiten voor een verduidelijking van de wet-Major. Fernand Huts heeft ongetwijfeld gelijk als hij wijst op het feit dat de huidige situatie investeerders en trafieken wegjaagt uit havens die daar het best zouden passen en voordeel zouden halen uit de multimodale mogelijkheden die havens nu eenmaal per definitie bieden. Kijk maar naar de Maritieme Logistieke Zone in de achterhaven van Zeebrugge, die tot op vandaag zo goed als leeg staat.

Vaak verschuiven dergelijke activiteiten en trafieken dan naar locaties in het hinterland die niet kunnen bogen op een aansluiting op het water of het spoor. Het zet een rem op de groei van logistiek en e-commerce in onze havens en het beperkt de rol die alternatieve modi in die goederenstromen kunnen spelen. Onze samenleving betaalt daar een prijs voor.

Dat voor dezelfde activiteiten gewoon op basis van hun locatie andere regels gelden is in deze ook moeilijk uit te leggen. Het stelsel van de havenarbeid, ontstaan in 1972, toen logistiek nog in de kinderschoenen stond, heeft intussen teveel uitwassen gekregen die haaks staan op het streven naar efficiëntie van bedrijven en op de normale economische gang van zaken. Het komt de positie van de Vlaamse zeehavens als internationale draaischijven niet ten goede.

Fernand Huts, een ondernemer om u tegen te zeggen, steekt in dit dossier zijn nek uit, maar staat zeker niet alleen met zijn wens naar een klare omlijning van wat als havenarbeid onder de wet-Major beschouwd moet worden. Momenteel is de onduidelijkheid daarover groot en de rechtsonzekerheid nog groter. In de havens loopt de scheidingslijn tussen kaaiwerk en magazijnarbeid niet overal en voor iedereen gelijk, zeggen andere havenondernemers Katoen Natie is niet de laatste om de “rek” in die lijn telkens het kon zoveel mogelijk in zijn voordeel te laten spelen, beweren sommigen.

De vakbonden hebben overigens ook schuld aan het veelvoud aan statuten die nu kunnen gelden voor gelijksoortige activiteiten in zeehavengebied: zolang het algemeen principe van de wet-Major niet openlijk in vraag wordt gesteld, zijn aparte regelingen en afspraken ‘op maat’ vaak wel mogelijk, klinkt het.

Met zijn communicatie over dat onderwerp haalt Huts vaak de krantenkoppen. In het bespelen van de pers is de topman van Katoen Natie een bedreven man. Maar precies aan die communicatie mangelt het wel vaker. In zijn streven om de belangen van zijn groep te verdedigen – iets wat niemand hem kwalijk kan nemen - maakt hij van net iets teveel hout pijlen en schiet ze soms te pas en te onpas af.

Alles wat een draai richting hervorming van de havenarbeid kan krijgen, smeedt Fernand Huts om tot een wapen in zijn gevecht. Zijn jongste voorstel rond de tewerkstelling van migranten is daar een voorbeeld van, maar er zijn er andere. Dreigen met een verhuis naar Marseille kost niets, maar hij zegt er doorgaans niet bij hoeveel van zijn klanten Antwerpen zouden willen inruilen voor de Zuid-Franse haven. Beweren dat “havenarbeiders geen enkele interesse hebben om enveloppen te vullen met soutiennekes”, is het soort sappige uitspraken die journalisten graag optekenen om als citaat te gebruiken. Huts voegt er zelden aan toe dat het niet om dezelfde havenarbeiders gaat die de zeeschepen laden en lossen of op de kaai actief zijn.

De hele patstelling rond havenarbeid heeft lang genoeg geduurd

Fernand Huts doet dat al langer. Toen hij een tweetal decennia geleden het startsein gaf voor de uitbouw van het grote logistiek platform dat Katoen Natie in Gent heeft staan, luidde het al dat hij uit Antwerpen weggejaagd was omdat de vakbonden daar te weinig flexibel waren. Hij vergat erbij te zeggen dat zijn magazijnen in Gent net buiten het gebied zouden staan die onder de wet-Major vallen.

Het gevolg is dat hij het debat bij momenten veeleer vertroebelt dan verheldert en dat hij de nodige rust om in dit complex dossier tot de onvermijdelijke compromissen te komen ondermijnt. Al moet dan weer gezegd dat die “rust” nog niet veel resultaat heeft opgeleverd.

Over één punt heeft Huts hoe dan ook overvloed van gelijk: de hele patstelling rond havenarbeid heeft lang genoeg geduurd. Het is hoog tijd voor een herijking die de voordelen van het systeem (inzonderheid voor de stouwers) behoudt, maar de scheeftrekkingen rechttrekt en de rol van de havens als economische trekpaarden van de Vlaamse economie veilig stelt.