Annuleren van afvaarten verstoort de supply chain

Stefan Verberckmoes - Flows

Stefan Verberckmoes - Flows

Editor-in-chief

Wanneer containerrederijen besluiten om afvaarten over te slaan op het moment dat ze hun tarieven willen verhogen, stijgen de slaagkansen van hun ‘general rate increase’. Onderzoek van de Deense consultant SeaIntel heeft uitgewezen dat wanneer alle carriers hun capaciteit collectief met minstens 10% beperken op het moment van de aankondiging of implementatie van een correctie van de vrachtprijzen, er minstens 60% kans is dat de zeevrachten effectief de hoogte ingaan.

Het annuleren van afvaarten gebeurde aanvankelijk alleen maar in periodes van zwak ladingaanbod of omdat schepen een verplichte droogdokbeurt moesten ondergaan. Steeds meer rederijen beseffen nu echter dat het ook een goede truc is om de marktprijzen te beïnvloeden. Door tijdelijk de capaciteit te beperken, haasten verladers zich om nog scheepsruimte te vinden en zijn ze (misschien) geneigd om daar meer voor te betalen. Toch kan men zich vragen stellen bij deze praktijk. Om een tariefverhoging te verantwoorden, argumenteren de rederijen vaak dat de aanpassing nodig is om het niveau van de dienstverlening op peil te houden. Het kunstmatig beperken van het aantal beschikbare slots waarbij de supply chain van verladers in het gedrang kan komen, is net het tegenovergestelde.

Volle schepen zijn overigens nog steeds geen garantie voor hogere zeevrachten, zo bleek vorige week. In de trade tussen de Far East en Noord-Europa werd van de geplande tariefverhoging van 450 tot 1.000 dollar per teu op 1 augustus op de spotmarkt uiteindelijk 252 dollar gerealiseerd, terwijl de vullingsgraad van de schepen op deze route nu ongeveer 95% bedraagt.