Vlaanderen is nog lang geen hub voor e-commercelogistiek

In Laakdal werd gisteren de studie over de achterstand die Vlaanderen heeft op het vlak van distributiecentra voor e-commercelogistiek tegen het licht gehouden.

De studie werd in opdracht van het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) uitgevoerd door PWC. In totaal werden 44 Europese regio’s bestudeerd als locatie voor de veeleisende logistiek die het internetwinkelen kan maken of breken. Met een 6de plaats op de ranglijst doet Vlaanderen het ogenschijnlijk niet slecht, maar het feit dat de top-5 wordt gevormd door aangrenzende regio’s, met Wallonië op 3, vraagt om relativering.

Uit de toelichting van Kristof De Coster, Senior Manager PWC, bleek dat België ook wat e-commerce tout court betreft, nog achterop hinkt. In België is de e-commerce goed voor 5% van de totale omzet van de detailhandel. E-commerce heeft een aandeel van 1,3% van het Belgische GDP, tegenover 3,1% van het Europese. Aan de hand van de studie hoopt het VIL vernieuwende modellen op te zetten om Vlaanderen mee een rol te laten spelen op het vlak van e-distributiecentra. Want op het eerste gezicht is het toch eigenaardig te noemen dat Vlaanderen in dit segment niet mee in de kopgroep zit. “Vlaanderen scoort goed op het vlak van logistiek en beschikt over een uitgebreid pick up-point netwerk. Per jaar wordt gemiddeld een half miljoen m² vastgoed gecontracteerd in Vlaanderen”, aldus De Coster.

Dat wij op het vlak van elektronische handel niet mee in de race zijn, heeft ook oorzaken buiten de logistieke sfeer. De Coster noemde onder meer het gebrek aan informatici en – in vergelijking met bv. Nederland - een gebrek aan kennis op het vlak van e-commerceplatforms, vooral wat betreft de maturiteit op het vlak van de ondersteunende diensten. “Nochtans heeft 83% van de Belgen positieve ervaringen met e-commerce”, zei De Coster.

Locatiefactoren

PWC identificeerde 21 zogenaamde ‘locatiefactoren’ die, werden ondergebracht in 7 clusters. In geen enkele van deze factoren gooit Vlaanderen echt de hoogste ogen. De top-10 die uit de studie naar voren kwam bestaat uit: Rheinland-Pfalz, Saarland, Wallonië, Zuid-Nederland, West-Nederland, Vlaanderen, Oost-Engeland, Luxemburg, Brussel en Oost-Frankrijk. Het moet worden gezegd dat Vlaanderen op een aantal punten wel goed scoort, vooral qua nabijheid tot de zeehavens, de dichtheid van ons wegennet, de huurprijs van de magazijnen en de flexibiliteit van de arbeid. Vlaanderen beschikt ook over een aantal aantrekkelijke opties op het vlak van belastingen en fiscaliteit.

Een dicht wegennet is één ding, de benutting daarvan is iets anders. Qua wegencongestie scoort Vlaanderen veel slechter dan Nederland, dat op dat vlak een inhaalbeweging heeft gemaakt, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg. Wat de arbeidsmarkt betreft, is de beschikbaarheid van mankracht beter dan in heel wat andere regio’s, hoewel West-Nederland en de Franse regio Nord-Pas-de-Calais ons op dat vlak voorgaan. Ook goed is onze flexibiliteit, maar op Frankrijk na, is de relatie tussen werknemer en werkgever bij ons een pak slechter dan in de concurrerende regio’s. Onze arbeidskost is ook de hoogste.

Vlaanderen heeft nog weinig magazijncapaciteit ter beschikking, hoewel we goed scoren op het gebied van logistieke competentie. De (mede)werking van de Belgische douane is beter dan die van de Franse en de Duitse, maar blijft steken in een wat bureaucratische aanpak. Nederland en Luxemburg doen het op dat vlak beter. Een beslissende factor in het hele e-commercegebeuren is de koopkracht, die in ons land nog altijd veel minder richting e-commerce gaat dan in de buurlanden.

Volgens Marc Van Gastel, Head of Department Invest, Flanders Investment & Trade (FIT), is de kwestie van de hoge loonlasten in België ook een vorm van perceptie. Hij gaf toe dat kandidaat-investeerders in ons land nog altijd worden afgeschrikt door de bureaucratische procedures. Wat ons ook parten speelt, is de onderlinge concurrentie tussen regio’s, steden en provincies, binnen een sfeer van toenemende concurrentie vanuit de buurlanden en daarbuiten.

Retourlogistiek

Een getuigenis vanuit de logistieke sector werd gegeven door Johan Milliau, CEO van Bleckmann. Dit bedrijf ontstond uit de overname van TNT Fashion door een consortium van het Belgische Belspeed – volgens Milliau de oudste fashion & lifestylelogistieker ter wereld - en de Turkse Netlog-groep. Het bedrijf biedt binnen zijn niche het volledige gamma van logistieke diensten aan en zag zich verplicht om mee op de e-commercetrein te springen.

Ook Milliau stelt vast dat ons land achterop hinkt op het vlak van e-commerce, hoewel de inhaalbeweging zich volgens hem heeft ingezet. E-Commerce heeft alles te maken met snelheid, flexibiliteit – vooral in een seizoensgevoelige niche als mode - en prijs. “Nederland en Duitsland promoten actief hun sterke punten zoals arbeidskosten en centrale locatie”, zei hij. “De nabijheid van hubs is ontzettend belangrijk in e-commerce, net zoals de ‘speed-to-market’. Begin daar maar eens aan in een wegennet vol congestie.”

Retourzendingen zijn voor de grote merken een commerciële troef geworden, maar de daaraan verbonden logistiek is zeer arbeidsintensief. Milliau: “Ik vermoed dat de retourcentra meer en meer buiten Vlaanderen zullen komen te liggen.” Het feit dat de e-commerce sneller groeit in Nederland, heeft te maken met het feit dat Nederlanders betere marketeers zijn, met een guerrilla-aanpak op het vlak van marktbenadering, denkt hij. “Ze hebben zeer interessante belastingregels, een zeer ondernemende en flexibele regering, de rechtstreekse arbeidskost is lager en de thuismarkt is groter. De lokale merken als G Star Raw, Mexx en Scotch & Soda sturen de e-commercemarkt. Dat zie ik bij ons nog niet gebeuren.”

Nike

Het VIL-event vond plaats in het Logistiek Innovatie- en Training Centrum (LITC), dat gevestigd is op de Nike-site en de ‘gastheer’ mocht een presentatie geven vanuit het standpunt van de verlader. Kurt Van Donink, General Manager Nike ELC, zei dat Nike tot de e-comercemarkt was veroordeeld door te focussen op de jeugd, die on-life leeft. Toen Nike 20 jaar geleden in Laakdal neerstreek, zag de markt er totaal anders uit. “Nu zijn er meer spelersop de markt. We hebben nu ook eigen winkels, waar wij het magazijn voor zijn en ook de digitale kanalen hebben hun intrede gedaan.”

Nike was niet klaar voor e-commerce, gaf Van Donink toe, en zag zich verplicht om er een derde partner bij te halen. Ondertussen wordt er koortsachtig gebouwd aan een nieuw dc speciaal voor de e-distributie. Van Donink waarschuwde ervoor dat e-commerce de bestaande heilige huisjes op de arbeidsmarkt onderuit zal halen. “In België blijkt op zaterdag leveren onmogelijk te zijn, maar wij hebben onze werkorganisatie totaal overhoop gegooid. Wij hebben ploegen op zon- en feestdagen. Je moet je realiseren dat 50% van de e-aankopen tijdens het weekend worden gedaan en de klant wil geen drie dagen wachten op zijn bestelling. Bovendien zijn de feestdagen in Europa niet overal dezelfde. Maar het zal broodnodig zijn op de transportnoden daaraan aan te passen.”

marcel.schoeters@flows.be