UPTR gaat naar de Raad van State over KB van 24 april

UPTR heeft een beroep tot vernietiging geïntroduceerd bij de Raad van State m.b.t. het KB van 24 april 2014 betreffende de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de loonschulden. Dat meldt de organisatie maandag.

Het KB heeft betrekking tot de bescherming van het loon der werknemers. Het voorziet  de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van het loon in het kader van welbepaalde transportactiviteiten.

Volgens UPTR heeft deze tijdens de onderhandelingen die voorafgingen aan de publicatie van het KB, haar bezorgdheid uitgedrukt “over de kwalijke gevolgen van wat zo’n maatregel kan hebben in een KMO-omgeving zoals de transport - en logistieke sector”.

UPTR “verwijt aan dit mechanisme van ketenaansprakelijkheid dat het zich enkel toespitst op Belgische bedrijven, waardoor opdrachtgevers gaan gestimuleerd worden om voor een buitenlandse dienstverlener te kiezen en zo te ontsnappen aan al deze problemen.”

UPTR betwist overigens de stelling van staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez volgens dewelke de sociale partners unaniem akkoord gaan met zijn visie. “Uit de processen-verbaal van de vergaderingen van het paritair comité blijkt duidelijk dat er nooit een ‘unaniem’ akkoord is gegeven door de werkgevers op de vraag m.b.t. de hoofdelijke aansprakelijkheid en dit omdat niet al de transporteurs op voet van gelijkheid worden geplaatst. De werkgevers die onder een ander paritair comité vallen, ontsnappen immers aan dit mechanisme,” aldus de organisatie.

Daarom heeft ze nu een beroep tot vernietiging bij de Raad van State geïntroduceerd.