“Opgepast met tarieven kilometerheffing!”

De tarieven van de kilometerheffing in België, die in de loop van 2016 wordt ingevoerd, mogen de concurrentie van de Belgische transportsector en van de zeehavens niet aantasten. En de opbrengsten moeten in eerste instantie naar de wegen gaan.

Dat stelden TLV en Febetra maandag naar aanleiding van hun zesde gemeenschappelijke Nieuwjaarsreceptie. Tijdens een panelgesprek dat de traditionele toespraken verving, werden een aantal transportthema’s aangekaart waarvoor de bevoegdheid nu na de zesde staatshervorming bij de gewesten ligt. Dat gebeurde om die reden niet in aanwezigheid van de federale minister voor Mobiliteit, Jacqueline Galant, maar van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts en van een vertegenwoordiger van de Waalse minister van Openbare werken, Maxime Prevot. Hun Brusselse tegenhanger, Pascal Smet, kon niet aanwezig zijn.

Kilometerheffing

Een eerste thema was de kilometerheffing, het belangrijkste dossier dat zich op korte termijn voor de sector van het goederenvervoer over de weg aandient.

Volgens Philippe Degraef, directeur van Febetra, zal deze kilometerheffing geen mobiliteitssturend effect hebben omdat ze zich beperkt tot de vrachtwagens. “De tarieven van deze heffing dienen nog bepaald te worden. Overleg met de sector is een must om een verdere afbrokkeling van de concurrentiepositie van onze transporteurs, logistieke dienstverleners en zeehavens te vermijden,” zei hij.

Lode Verkinderen, secretaris generaal van TLV, benadrukte dat de sector al acht tot tien jaar enorm onder druk staat. Veel transportopdrachten zijn naar het buitenland vertrokken, terwijl in het binnenland een krimp voelbaar was. “Onze loonkosten zijn al te hoog, de kilometerheffing mag geen extra handicap zijn. Er moet grondig overleg komen, want anders zal de heffing de Belgische economie schaden,” zei hij.

Beide transportorganisaties wezen er ook op dat deze kilometerheffing immers uiteindelijk door de eindconsument zal moeten betaald worden. “De vrachtwagen blijft immers de belangrijkste transportmodus,” zei Degraef.

Niet alleen de tarieven, ook de wegen waarop de kilometerheffing zal gelden, moeten nog gedefinieerd worden. TLV en Febetra benadrukten dat deze wegen beperkt moeten blijven tot het netwerk waarop nu het Eurovignet geheven wordt. Verder is het voor TLV en Febetra ook belangrijk dat de inkomsten van de kilometerheffing in eerste instantie worden gebruikt voor onze transportinfrastructuur, en bij voorkeur voor de wegen.

Compenserende maatregelen

Vlaams minister Ben Weyts onderschreef de stelling van TLV en Febetra over de tarieven: “Wij mogen niet in onze voet schieten”, zei hij in zijn repliek op de stellingen van Degraef en Verkinderen. Daarom zei hij het overleg over de tarieven binnenkort te willen starten. Daarbij zal ook gepraat worden over eventuele ‘compenserende maatregelen’.

Aan welke maatregelen hij denkt, verklapte hij niet. In een gesprek met Flows zei hij nadien dat hij wel bewust is dat Europa mee over de schouder zal kijken. Compensaties waarvan de buitenlandse vervoerders niet kunnen genieten, worden immers als discriminatie beschouwd en dus door de Europese Commissie verboden. Weyts zei te hopen dat met wat denkwerk en creativiteit, een oplossing kan worden gevonden.

Onderhoudsachterstand wegen

Tijdens het panelgesprek hebben Febetra en TLV tevens benadrukt dat de betrokken overheden moeten blijven werken aan het inhalen van de onderhoudsachterstand op onze wegen en het bouwen van de noodzakelijke missing links. “De jongste jaren is er wel wat verbeterd, maar wij zijn zeker niet euforisch. Waar blijft de Oosterweelverbinding? Waar blijft de verbreding van de Brusselse Ring? En vooral: waarom blijft het onderhoud van de secundaire wegen uit?” vroeg Verkinderen.

Minister Weyts benadrukte dat het onderhoudsprogramma van de snelwegen goed vordert, en dat het in 2016 afgewerkt zal zijn. Na 2016 gaan we de secundaire wegen aanpakken,” zei hij.

‘Meer beton’

Degraef wees er echter op dat niet alleen onderhoud nodig is. “Op termijn zal ook een uitbreiding van de capaciteit van ons wegennet aan de orde zijn. Nu is er geen groei, maar we moeten denken aan 2030. De prognoses geven immers aan dat transport zal blijven groeien. Indien we de congestie niet willen zien exploderen, is er ‘meer beton’ nodig,” zei hij.

Volgens de vertegenwoordiger van Waals minister Prevot moet men echter rekening met de budgettaire context. “Er zullen keuzes moeten worden gemaakt. Wij moeten investeren daar waar het het meest rendabel is”.

philippe.vandooren@flows.be