Sectorbrede ongerustheid over impact Plan Juncker

In een open brief spreken dertien organisaties hun vrees uit voor de impact van het Plan Juncker op de budgetten die binnen de Connecting Europe Facility (CEF) beschikbaar zijn voor transportinfrastructuur. INE formuleert alvast een voorstel.

De dertien organisaties (CER, EBU, EFIP, EIM, ERFA, ESC, ESO, ESPO, FEPORT, INE, UIP, UIRR en UNIFE) vertegenwoordigen, naast de verladers en constructeurs voor spoormaterieel, zowat het hele veld van operatoren in spoor, binnenvaart en gecombineerd vervoer, zee- en binnenhavens, terminaluitbaters en infrastructuurbeheerders. Hun open brief is gericht aan de Commissie, het Parlement en de lidstaten van de Europese Unie.

In dat schrijven scharen ze zich in ruime mate achter het standpunt dat ESPO eerder al innam over de negatieve impact die het Plan Juncker (met zijn Europees Fonds voor Strategische Investeringen of EFSI) kan hebben op de financiering van transportinfrastructuur met een Europese toegevoegde waarde.

CEF

Zonder principieel tegen het plan gekant te zijn, is hun vrees groot dat geld uit de CEF-enveloppe zal wegvloeien naar niet-transportgebonden investeringen. Want om een EFSI-garantiefonds te spijzen haalt Juncker 2,7 miljard euro uit het budget dat onder CEF is weggelegd voor transportprojecten in landen die niet uit Cohesiefondsen kunnen putten.

Die enveloppe slinkt zo met 18%, van 14,945 naar 12,245 miljard euro, becijferen ze. Geen enkel ander CEF-deelbudget wordt zo hard getroffen. In totaal gaat de CEF-kas er met 9,9% op achteruit, van 33,242 naar 29,942 miljard euro.

Voor het toekennen van EFSI-kredieten zal bovendien afgeweken worden van de strenge principes die van kracht zijn voor TEN-T-financiering. Dat geld zal dan niet noodzakelijk gaan naar projecten met de hoogste toegevoegde waarde voor Europa.

EFSI zet ook geen geld opzij voor specifieke sectoren. Transport moet de concurrentie aangaan met energie, onderwijs, gezondheid en noem maar op.

“Wij vragen de leden van het Europees Parlement daarom om erover te waken dat het geld dat is weggelegd voor transportinfrastructuur in het financieel meerjarenraamwerk en de Connecting Europe Facility, blijft dienen voor de transportdoeleinden zoals die in de TEN-T-richtsnoeren zijn gedefinieerd”, besluiten de dertien.

INE

In naam van INE formuleert directeur Karin De Schepper alvast een voorstel. Volgens haar is het “politiek haalbaar” om de transfer naar EFSI binnen CEF op een andere manier op te lossen.

Zij pleit ervoor het EFSI-garantiefonds eerder dan met de niet-cohesiekredieten (grants) mee te stijven met de enveloppe van 10% die binnen CEF vastgelegd is voor het gebruik van financiële instrumenten. “Dat komt neer op zo’n 2 miljard euro voor transport”, zegt zij.

Want putten uit het hoofdbudget zal de financiering van projecten voor transportinfrastructuur in latere ‘calls’ nog moeilijker maken, stelt INE. “Door zoals nu voorgesteld, 18% uit de grant-enveloppe te halen, zal er in de volgende CEF-calls bijna geen geld meer zijn na de grote call van 2014. Als de 2 miljard voor transport worden overgeheveld uit de enveloppe van 10% voor financiële instrumenten, hoeft er minder uit de grants-enveloppe worden gehaald. Dat zal de kans op een succesvolle combinatie van grants en financiële instrumenten voor transportinfrastructuurinvesteringen alvast verhogen.”