Gosselin Group ontloopt monsterboete in VS

Een Amerikaanse Districtsrechtbank heeft Gosselin Group vrijgepleit van vorderingen van het Amerikaanse ministerie van Justitie ten bedrage van ruim 33 miljoen dollar. Er hangt de groep echter nog een boete van 24 miljoen dollar boven het hoofd.

De zogenaamde ITGBL-vorderingen gaan bijna dertien jaar terug, namelijk tot 2002. Gosselin zou in die periode de ‘False Claims Act’ of Wet inzake Valse Vorderingen geschonden hebben bij het verstrekken van verpakkings- en vervoerdiensten aan in de VS gevestigde bedrijven die zelf een overeenkomst hadden met de Amerikaanse overheid om huishoudgoederen te vervoeren van Amerikaanse militairen en hun gezinnen.

Begin augustus van dit jaar had een jury voor het Hof van Beroep beslist dat Gosselin aansprakelijk was voor alle van de vermeende ‘valse vorderingen’ en werd de schadevergoeding bepaald op 33,6 miljoen dollar.

Bewijs

Op 24 december oordeelde de rechtbank echter dat alle vorderingen en aantijgingen wegens gebrek aan voldoende bewijs afgewezen worden. Het enige bewijs dat werd voorgelegd in verband met de gevorderde schadevergoeding was het rapport van de expert van de overheid, waarin gesteld werd dat Gosselin’s vermeende gedrag alle ITGBL-tarieven had ‘geïnflateerd’ voor wat betreft alle verschepingen tussen Europa en de VS in 2001-2002. Volgens de rechtbank was dat rapport echter niet betrouwbaar.

Marc Smet (foto), ceo van Gosselin Group, zegt dat hiermee een zware last van zijn schouders valt. Er wacht de groep echter nog een uitspraak in een andere zaak. “Beide zaken staan los van elkaar”, aldus Smet.

In dit geval legde het Hof van Beroep in het Amerikaanse Richmond Gosselin op 19 december van vorig jaar een boete op van 24 miljoen dollar. Het Hof wijzigde een eerdere beslissing van het District Court van februari 2012 die de meeste claims tegen de groep had verworpen en enkel een boete van 5.500 dollar had opgelegd. Die was gebaseerd op een enkelvoudige valse certificatie bij het inschrijven op een contract in 2001.

Gosselin is tegen die beslissing in hoger beroep gegaan en wacht nog op een uitspraak. Smet hoopt dat deze zaak haar beslag kan krijgen voor een Belgische rechtbank en zegt dat er ook hier geen enkel bewijs is. “Alle aantijgingen zijn sterk gebaseerd op verklaringen van zogenaamde ‘klokkenluiders’ die commissie krijgen op de boetes”, aldus Smet. Door de ITGBL-zaak nu in Amerika te winnen is er hij er sterk van overtuigd dat ook deze zaak in het voordeel van Gosselin zal beslecht worden.