Emissiehandel wordt niet naar transport uitgebreid

De Europese Raad heeft deze nacht een akkoord bereikt over de energie- en klimaatdoelstellingen voor de periode 2020-2030. Tegen 2030 moet de EU haar CO2-uitstoot met 40% verminderen. Het ETS wordt niet naar transport uitgebreid.

De Europese staatshoofden en regeringsleiders spreken van “een ambitieus akkoord dat de EU in staat stelt een voortrekkersrol te blijven spelen bij de internationale klimaatonderhandelingen”.

De CO2-reductie met 40% tegenover het referentiejaar 1990 zal bindend zijn. Dit streefcijfer moet “collectief door de EU op de meest kosteneffectieve wijze worden gehaald”. Daartoe zal de ETS-sector in 2030 een emissiereductie met 43% ten opzichte van 2005 moeten realiseren en de niet-ETS-sector (transport, bouw, landbouw, e.d.m.) een reductie met 30%

Alle lidstaten zullen aan deze inspanning moeten deelnemen “waarbij overwegingen van billijkheid en solidariteit op een evenwichtige manier in aanmerking zullen worden genomen”.

Hiervoor zal de Europese Commissie een concreet voorstel moeten uitwerken, met een streefdoel per lidstaat. De Commissie zal hierbij wel rekening zal moeten houden met o.a. het bbp per capita van de verschillende lidstaten.

Vervoer

Het ETS-systeem (Emission Trading System) blijft een zeer belangrijk instrument om de doelstelling te halen. Het wordt aangepast en aangescherpt. Het Deense voorstel om naast de energiesector en de industrie ook het vervoer op te nemen in het ETS heeft het niet gehaald.

Wel is benadrukt dat de emissies van broeikasgassen en de risico's van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in de vervoersector moeten worden verlaagd. Daarom zal de Commissie moeten blijven zoeken “naar instrumenten en maatregelen ten behoeve van een brede, technologieneutrale aanpak ter bevordering van emissiereductie en energie-efficiëntie in de vervoersector, van elektrisch vervoer en van hernieuwbare energiebronnen in de vervoersector”.

De Raad heeft dan ook aan de Commissie de opdracht gegeven om snel een richtlijn te laten aannemen waarin de berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen voor de kwaliteit van benzine en van diesel worden vastgelegd.

Vervoer wordt dus niet opgenomen in het ETS, maar de Raad “brengt in herinnering dat lidstaten er op grond van de vigerende wetgeving voor kunnen kiezen de vervoersector onder het ETS te laten vallen”. Ter herinnering: transport is nog steeds de belangrijkste  bron van CO2-emissie van de EU, met een aandeel van 32% (in 2012).

“Ambitieus plan”

Na afloop van de Raad reageerde Klimaatcommissaris Connie Hedegaard zeer tevreden, “omdat een bindende vermindering van de CO2 uitstoot tegen 2030 een zeer ambitieuze doelstelling is. Zeker in de moeilijke economische context.”

Het doel zal enkel bereikt kunnen worden “dankzij een grondige verandering in alle delen van onze maatschappij”, zei ze. Hoewel de Commissie op sommige punten meer ambitie had verwacht, is het akkoord volgens Hedegaard een mijlpaal, “want nu weten alle staten, regio’s, gemeenten, bedrijven, investeerders en burgers in welke richting we gaan”.

“Niet ambitieus genoeg”

De groene drukkingsgroep Transport & Environment reageerde daarentegen eerder sceptisch. De doelstellingen zijn te weinig ambitieus om de afspraken voor 2050 te kunnen halen en er wordt te weinig gedaan om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, klinkt het. “Maar nu de streefdoelen zijn gekend, moeten de ogen gericht worden op de middelen die de politiek zal aanwenden om ze te bereiken. Die kunnen een enorm verschil maken”, zegt Nusa Urbancic, clean energy manager van T&E.

De groep betreurt dat er geen concretere objectieven worden gesteld, o.a. op gebied van elektrische mobiliteit, en meer nog dat de lidstaten de mogelijkheid hebben om eenzijdig transport op te nemen in het ETS. “Dat helpt niet bij het terugdringen van de CO2-emissies en vertraagt alleen maar de transformatie van de sector,” aldus Urbancic.

Ook spreekt ze de hoop uit dat de Commissie Juncker maatregelen zal nemen om de elektrificering van het vervoer zal ondersteunen en het gebruik van ‘slechte’ biobrandstoffen zal tegengaan.