“Een strijd tussen twee soorten carriers”

Alle carriers willen zo groot mogelijke containerschepen inzetten om hun slotkosten te drukken, maar dat is voorlopig niet haalbaar.

Met de beslissing om elf eenheden van 18.000 teu te charteren, kan Evergreen vanaf 2018 op een gelijke manier concurreren met de leden van 2M en Ocean Three, die al schepen van dat formaat in de vaart hebben (Maersk, MSC en China Shipping) of binnenkort in de vaart zullen nemen (UASC en CMA CGM).

Volgens de Britse consultant Drewry is het voorlopig niet haalbaar dat elke grote carrier een eigen Verre Oostendienst met dergelijke schepen exploiteert. Er zullen dus rederijen overblijven die kleinere schepen (en dus hogere slotkosten) hebben, al verkleint het verschil in slotkost tussen schepen van 10.000 en 18.000 teu wel naarmate de bunkerprijs daalt.

“We gaan een strijd krijgen tussen twee soorten spelers: de eerste met en de tweede zonder schepen van 18.000 tot 20.000 teu”, aldus Drewry Container Insight. De consultant voorspelt dat verdere orders voor megaschepen geplaatst zullen worden na onderling overleg in de allianties.

G6 Alliance

Het is geweten dat de leden van de G6 Alliance onderling afstemmen wie als eerste grotere schepen tot 20.000 teu zal bestellen. In principe zullen MOL en OOCL elk zes schepen laten bouwen en de vraag rijst dan of de schaalvoordelen netjes over de zes alliantieleden verdeeld zullen worden.

Drewry verwacht niet dat andere G6-leden dat voorbeeld op korte termijn zullen volgen. Omdat Cosco, “K” Line en Yang Ming de komende jaren samen 35 nieuwe schepen van 14.000 teu in dienst zullen nemen, zal er ook binnen de CKYHE Alliance volgens de consultant weinig ruimte zijn voor andere megaschepen dan die van Evergreen.

De conclusie luidt dan ook er op korte termijn alleen maar nog bestellingen verwacht mogen worden van Maersk (en wellicht ook MSC), MOL en OOCL Indien die voorspelling uitkomt, zitten de leden van 2M en Ocean Three nog een tijdje in het kamp van de carriers met de laagste slotkosten.