Conjunctuur in Belgisch wegvervoer blijft barslecht

De conjunctuur blijft negatief evolueren voor de Belgische wegvervoerders. Dat blijkt uit de conjunctuurenquête van het ITLB voor het derde trimester. Vooral in het nationaal vervoer blijft de situatie verslechteren.

Zowel in de eurozone als in België is de economische activiteit met +0,2 % gegroeid. De EU28 deed het een tikje beter met een bbp-groei van +0,3 %. Desondanks blijft de economische motor haperen, stelt het Instituut voor Transport en Logistiek België (ITLB, het vroegere IWT) vast. Vele vervoerders maken dan ook gewag van een afnemend aantal beschikbare vervoeropdrachten. De nationale vervoeractiviteit is met -8,3 % vertraagd en op internationaal vlak is een daling van -8,4 % opgetekend. In het tweede kwartaal was dat resp. -5,6% en -14,9%.

Let wel: deze percentages zijn niet letterlijk te nemen. De resultaten zijn voorgesteld in de vorm van een ‘gewogen saldo’ van de antwoorden van de deelnemers, d.w.z. het gewogen verschil tussen het gemiddelde percentage van de ondernemingen die een stijging (+) signaleren en het gemiddelde percentage van de ondernemingen die een daling (-) signaleren in vergelijking met het vorige kwartaal. De percentages geven dus een richting aan.

Deuk in vertrouwen

Het vertrouwen in de toekomst is bij een flink aantal Belgische vervoerders flink gedeukt, stelt het ITLB opnieuw vast. Vooral de hoge Belgische loonkosten worden in dit verband vaak geviseerd. Velen hebben immers het gevoel de internationale concurrentiestrijd aan te moeten gaan met een aanzienlijke loonhandicap.

“De vraag naar doeltreffende Europese maatregelen tegen sociale dumping weerklinkt meermaals. Daarnaast dringt een aantal vervoerders aan op een doortastende aanpak van de congestieproblematiek. Hierbij wordt vaak gewezen naar het aanslepende dossier rond de Antwerpse mobiliteit,” zo kreeg het ITLB van de deelnemers aan de kwartaalenquête te horen..

Kostprijs en vrachtprijs ongewijzigd

Ook de uitbesteding van opdrachten naar derden toe is afgenomen. De gewogen saldi van de antwoorden bedragen -7,2 % in het nationaal vervoer en -5,6 % in het internationaal vervoer.

Veruit de meeste ondernemingen geven aan dat zowel de kostprijs als de vrachtprijs ongewijzigd bleef ten opzichte van voorgaand kwartaal. Het merendeel van de overige bedrijven signaleert een verhoging van de kostprijs en een verlaging van de vrachtprijs, zowel in het nationaal als in het internationaal vervoer.

“De kostprijsstijging is niet zo fel als in voorgaande kwartalen, vooral omdat de brandstofprijs een dalende tendens volgt. Dit zorgt weliswaar voor enige ademruimte bij de vervoerders, maar dit dient genuanceerd te worden omdat het tanende aantal beschikbare vervoeropdrachten de vrachtprijs andermaal onder druk zet,” aldus het ITLB.

Tekort aan chauffeurs

Uit de enquête is tevens gebleken dat de personeelsbestanden van de chauffeurs en de bedienden lichtjes gestegen zijn, terwijl dat van de ‘niet rijdende’ arbeiders nipt gedaald is ten opzichte van het tweede kwartaal.

Het aantal openstaande betrekkingen voor chauffeurs is verminderd in vergelijking met het kwartaal ervoor: 11,5% van de vervoerders verklaart op zoek te zijn naar een chauffeur in vergelijking met 16,9 % in het kwartaal ervoor en 9,9% een jaar eerder.

Liquiditeitskorten stijgen opnieuw

Meer dan één op de vijf wegvervoerders (20,9 %) laat weten liquiditeitstekorten te hebben. In het tweede kwartaal lag dit aandeel op 18,9%. Tijdens het derde kwartaal van vorig jaar bedroeg het 26,8%.

De door de bedrijven aan hun opdrachtgevers toegestane uitstel van betaling bedraagt gemiddeld 43 dagen, maar in praktijk duurt het gemiddeld 11 dagen langer, noteert het ITLB verder.

Toch investeren

Opvallend is dat nochtans 23,5% van de vervoerders meedeelt dat hun bedrijf in de loop van het kwartaal een investering doorgevoerd heeft, in vergelijking met 30,1 % in het kwartaal ervoor en 22,5% een jaar terug. Het gaat wel nog steeds merendeels om vervangingsinvesteringen, vooral in motorvoertuigen.