“Carriers hebben in Afrika grotere problemen dan Ebola”

De uitbraak van het Ebola-virus heeft het lijnvaartverkeer naar West-Afrika nog niet al te veel verstoord. Dat meldt de Deense consultant SeaIntel in zijn wekelijkse nieuwsbrief.

De Ebola-epidemie is in de eerste plaats een menselijke catastrofe die tot 12 oktober al 4.493 levens heeft gekost, stelt SeaIntel vast. Het containerverkeer van en naar West-Afrika blijft echter doorgaan. Sommige carriers hebben wel wat vaarschema’s aangepast. Flows meldde begin september al dat Maersk Line de bediening van de ‘risicohavens’ Monrovia, Conakry en Freetown in één loop heeft geconcentreerd.

Het gevaar bestaat uiteraard dat het virus zich zou verspreiden naar de landen met de grootste havens, wat wel een catastrofe zou zijn voor de lijnvaart. Ivoorkust controleert echter de gezondheidstoestand van bemanningen van schepen die uit risicogebieden komen, vooraleer de toegang tot de haven van Abidjan (foto) verleend wordt. Ook in de andere grote havens wordt de situatie opgevolgd.

Congestie

De grootste problemen voor de lijnvaart op West-Afrika blijven havencongestie en gebrekkige hinterlandverbindingen. Douala is nog altijd een operationele nachtmerrie omdat schepen er dit jaar gemiddeld tot dusver bijna acht dagen moesten wachten tot er een ligplaats beschikbaar kwam.

Uit de gegevens van SeaIntel blijkt dat schepen in Tema dit jaar gemiddeld meer dan twee dagen moesten wachten tot ze konden afmeren. In Abidjan en Lomé komt de gemiddelde wachttijd eveneens in de buurt van de twee dagen.

Die congestie heeft een effect op de stiptheid van de lijndiensten, die in West-Afrika sowieso al onder het globale gemiddelde ligt. De voorbije maanden ging de score van tijdige aankomsten nog verder naar beneden, maar die trend stelt de Deense consultant ook op tal van andere vaargebieden vast.