Bunkersector stelt zich nog vragen bij invoering nieuwe zwavelnorm

Op enkele maanden voor de invoering van de nieuwe zwavelnorm voor de scheepvaart blijkt uit een rondvraag dat het voor de bunkersector op sommige vlakken nog koffiedik kijken blijft.

Volgens de nieuwe regels mag vanaf 2015 het zwavelgehalte in scheepsbrandstof in Emission Control Areas (ECA's) niet meer dan 0,1% bedragen en vanaf 2020 in alle andere vaargebieden niet meer dan 0,5%.

Bunkermaatschappij Aegean verwacht dat de door sommige raffinaderijen aangekondigde speciale producten niet of niet in voldoende mate beschikbaar zullen zijn bij het invoege treden van de nieuwe zwavelrichtlijn op 1 januari 2015.

Verwacht wordt dat de meeste rederijen zullen overschakelen op duurdere zwavelarme gasolie of gebruik zullen maken van scrubbers. Zwavelarme gasolie zou in de ARA-regio voldoende beschikbaar zijn. Aegean verwacht ook een geleidelijke overgang, aangezien schepen die in de komende weken een rondtrip beginnen, nu al de nodige gasolie inslaan om in regel te zijn wanneer ze in januari hier terugkeren.

Impact

Ronald Verheyen van Wiljo moet op onze vraag of hij problemen verwacht met de invoering van de nieuwe zwavelrichtlijn, het antwoord schuldig blijven. De overgang van 1,0 zwavelgehalte naar 0,1 zal volgens hem wel een enorme impact hebben. Ook hij stelt zich vragen bij de beschikbaarheid van zwavelarme stookolie. Sommige testen verliepen goed, maar bij andere liep het mis en viel het product uit elkaar in de tank zodat het weer uit de markt moest genomen worden. “De industrie is niet klaar”, zegt hij. “Zwavelarme gasolie zal de rol van de zwavelarme stookolie overnemen”.

De laagzwavelige gasolie kost 900 dollar per ton of 250 tot 300 dollar per ton meer dan stookolie. De hogere bunkerkosten in combinatie met de lage vrachtprijzen zullen de rederijen in de problemen brengen. “Wij zien dit niet graag gebeuren, want de  betalingen zullen op zich laten wachten”, zegt hij.

Onduidelijkheid

Christian Kint, ceo van Oilchart, wil nog niet spreken van echte problemen, maar ziet toch nog onduidelijkheid omtrent het reinigen van tanks, de overgangsperiode en de tolerantie t.o.v. laagzwavelige brandstoffen.

Ook wat de nieuwe producten betreft is er nog onduidelijkheid over de prijs en de beschikbare volumes. “Voor de ARA-regio is per maand een volume van 800.000 tot 600.000 ton gasolie nodig, terwijl er van de nieuwe producten bij sommige oliemaatschappijen maar 15.000 ton per maand beschikbaar zou zijn”. Voor de ferryschepen van onder meer P&O en Transfennica in Zeebrugge verwacht hij voornamelijk een logistiek probleem met de beschikbaarheid van lichters en opslag.

Scrubbers

Ook scrubbers installeren brengt blijkbaar geen oplossing. Volgens Kint heeft rederij Cobelfret het plaatsen van scrubbers op zijn schepen afgeblazen omdat de techniek niet op punt staat. “En LNG zal pas vanaf 2025-2030 een gedeelte van de markt veroveren”, zo verwacht hij.

Oilchart maakt ondertussen zelf gebruik van een hybride lichter die naast een klassieke motor is uitgerust met een elektromotor die wordt aangedreven door een energiezuinige generator. “Dit systeem zorgt voor een brandstofbesparing van 30% en zou in de toekomst ook op zeeschepen toegepast kunnen worden”, reikt Kint nog een alternatief aan.