Vlaamse regering laat Vlaams Instituut voor de Mobiliteit uitdoven

De Vlaamse regering heeft de ondersteuning van drie competentiepolen - VIL, SIM en FISCH - met een jaar verlengd. Dat betekent dat de steun aan drie andere 'lichte structuren', waaronder het VIM, niet verlengd is en dat ze de facto opgedoekt worden.

Deze beslissing afgelopen vrijdag van de Vlaamse regering is het gevolg van een radicale beleidsverandering inzake kennisgedreven economie. Het beleid van de voorgangers van Vlaams minister voor Innovatie Philippe Muyters (N-VA), met name Patricia Ceysens (Open VLD) en Ingrid Lieten (sp.a) steunde op competentiepolen (ook ‘lichte structuren’ genoemd). Muyters, daarentegen, zweert voor zijn innovatiebeleid bij ‘clusters’ (zie onderaan dit artikel).

Om de impact van de beslissing van vrijdag beter te begrijpen, moeten we even terug in de tijd. Op 17 juli 2015 keurde de Vlaamse regering de conceptnota van Muyters over het clusterbeleid goed. “De doelstellingen van het programma voor de ondersteuning van clusters is het ontsluiten van onbenut economisch potentieel en de realisatie van competitiviteitsverhoging bij Vlaamse ondernemingen via een actieve en duurzame samenwerking tussen actoren”, aldus een bericht van de Vlaamse regering toen.

Die regering heeft echter nog steeds niet beslist welke de ‘speerpuntclusters’ zullen zijn. Die zullen “de grote innovatieve domeinen omvatten, die in de toekomst economisch het verschil kunnen en zullen maken, zowel naar werkgelegenheid als naar toegevoegde waarde.” Volgens onze informatie zouden er vijf of zes van die ‘speerpuntclusters’ komen en vermoedelijk zullen de sectoren logistiek, duurzame materialen en chemie er bij zijn.

Begin volgend jaar moeten clustervoorstellen bij de Vlaamse regering ingediend worden, die dan medio 2016 zal beslissen welke initiatieven als cluster geselecteerd worden.

Overbruggen

Er is wel een probleem: de financiële ondersteuning door Vlaanderen van zes bestaande ‘licht structuren’ loopt op 31 december 2015 ten einde. De competentiepolen die een kans maken om één van de speerpuntclusters te worden, dreigden dus geen financiële middelen te krijgen voor hun basiswerking en dus de periode tussen 1 januari 2016 en het van start gaan van de clusters niet te kunnen overbruggen.

Vrijdag had de Vlaamse Regering dus beslist tot verlenging van de ondersteuning van het Vlaams Instituut voor de logistiek (VIL), het Strategisch Initiatief Materialen (SIM) en de Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry (FISCH). In het communiqué wordt echter duidelijk gesteld dat “het gaat om een verlenging van de lopende steunovereenkomsten, zonder dat er een garantie wordt gegeven op de goedkeuring als cluster in 2016.”

“Ten laatste medio 2016 moet duidelijk worden of de clustervoorstellen die vanuit deze initiatieven worden voorbereid, geselecteerd worden als cluster. Als dat niet het geval is, blijft er nog een redelijke periode voor het afwikkelen van de steunovereenkomsten waarbij de overdracht en de valorisatie van de opgedane expertise op voldoende wijze kan gewaarborgd worden”, zegt de Vlaamse regering verder.

Met andere woorden: het VIL, het SIM en de FISCH krijgen de nodige zuurstof om hun clusterdossier in te dienen en te verdedigen, weliswaar zonder de waarborg te hebben dat zij gekozen zullen worden.

Exit VIM

Dat betekent echter ook dat de drie andere ‘lichte structuren’ waarvan de steunovereenkomst op 31 december afloopt, na 1 januari geen financiële steun van de Vlaamse regering meer krijgen.

Die drie competentiepolen zijn: het Vlaams Instituut voor de Mobiliteit, MiX (media-innovatie, die weliswaar nu al een onderdeel van iMinds is) en Flanders’ InShape (industrieel design). Deze laatste heeft overigens proactief het initiatief genomen om volledig op te gaan in Antwerp Management School (AMS). De kennisinstelling wordt daardoor omgeturnd in een departement van AMS in West-Vlaanderen.

Volgens de woordvoerder van minister Muyters is het echter ‘geen nieuws’ dat de Vlaamse regering het VIM laat uitdoven. “Een jaar geleden was al beslist dat het VIM geen financiële steun meer zou krijgen en dat het zou worden stopgezet”, zo zegt hij aan Flows. Bij ons weten is een jaar geleden inderdaad beslist dat voor 2015 door de minister geen budget voor projecten werd gereserveerd bij het IWT, maar werd er niet met zoveel woorden gezegd dat men het VIM zou laten uitdoven.

“Toch wel”, aldus de woordvoerder. “De argumentatie was dat er grotendeels een overlapping is met het VIL en dat de transportleden van het VIM beter gebaat zouden zijn indien de ‘kennisbestuiving’ van de bedrijfsleiders bij het VIL zou zitten. Ook qua projectwerking is men tot het besluit gekomen dat de meeste effecten – naar clustervorming toe – zouden worden bekomen via het VIL… voor zover het dossier dat het volgend jaar zou indienen, positief wordt geëvalueerd, natuurlijk.”

Lopende projecten

Voor wat de lopende projecten van het VIM betreft, zegt de woordvoerder van minister Muyters dat er samen met minister Ben Weyts van Mobiliteit en Openbare Werken ‘ad hoc’ gezocht zal worden naar de beste oplossingen.

“Men zou ze kunnen voortzetten met andere partners of binnen een andere financiering, of mogelijk ook laten uitdoven. Dat zal, project per project, samen met minister Weyts onderzocht worden”, zegt hij.

Flows heeft ook contact opgenomen met Koen Valgaeren, de directeur van het VIM, maar die zei "dat het niet wenselijk was om over de telefoon te reageren."

Clusterbeleid

Even ter verduidelijking: in grote lijnen – zo leert ons de beleidsnota van Vlaams minister van Innovatie Muyters – zullen er twee soorten clusters ontstaan: de speerpuntclusters en de innovatieve bedrijfsnetwerken.

“De speerpuntclusters omvatten de grote innovatieve domeinen, die in de toekomst economisch het verschil kunnen en zullen maken, zowel naar werkgelegenheid als naar toegevoegde waarde. (…) De speerpuntclusters zullen vanuit de overheid ondersteund worden voor een periode van 10 jaar. Een vast aantal is er niet, maar het spreekt voor zich dat de selectie voor de speerpunten streng moet zijn."

"Daarnaast zullen een aantal (kleinere) innovatieve bedrijfsnetwerken ontstaan. De filosofie is dezelfde als bij de speerpunten, alleen gaat het in deze gevallen over toekomstig potentieel, opkomende markten of bijvoorbeeld een aantal kleinere initiatieven die zich bundelen. Zij kunnen voor een periode van 3 jaar rekenen op 50% financiering vanuit de overheid.”

“Beide soorten clusterorganisaties zullen op zich vrij klein zijn. Hun rol is het samenbrengen van spelers en op zoek gaan naar interessante samenwerkingsopportuniteiten, ontwikkelingen en internationale linken. De clusterorganisaties kunnen projecten indienen en activiteiten organiseren, die dan op hun beurt kunnen rekenen op steun vanuit de Vlaamse overheid”, aldus de beleidsnota nog.

Die steun zal zich echter beperken tot 50% (dat was tot nu toe 80%) en de resterende 50% zal van de bedrijven moeten komen. (PHVD)