“VIM stopt niet en projecten lopen door”

“Het klopt dat wij vanaf 2016 geen subsidies meer zullen ontvangen van de Vlaamse overheid voor onze basiswerking. Maar dat wil niet zeggen dat we stoppen. Integendeel.” Dat zegt VIM-directeur Koen Valgaeren in een reactie op ons artikel van gisteren

Daarin werd gesteld dat het Vlaams Instituut voor de Mobiliteit niet bij de drie competentiepolen (‘lichte structuren’) behoort die een overbruggingssteun van een jaar krijgen om mogelijk bij de toekomstige  clusters te kunnen behoren. “De Vlaamse Regering laat het uitdoven,” luidde dan ook onze conclusie.

Volgens Valgaeren is deze conclusie voorbarig. “Hoe zouden wij aan de zijlijn kunnen gaan staan, terwijl de mobiliteitsproblemen in Vlaanderen blijven toenemen en dagelijks de Vlaamse economische bedrijvigheid, veiligheid en leefbaarheid aantasten? Dat ligt niet in onze aard”, zegt hij in een reactie.

“Het klopt dat wij vanaf 2016 geen subsidies meer zullen ontvangen van de Vlaamse overheid voor onze basiswerking. Maar dat wil niet zeggen dat we stoppen. Zo vervult het VIM onder andere een belangrijke rol in het Europese project Watertruck+ (foto) en aligneert het zich verder met het beleid van de Vlaamse regering in het kader van Innovatie en Mobiliteit”, gaat Valgaeren verder.

Projecten lopen gewoon door

Dat de projecten geval per geval door de Vlaamse overheid zullen worden herzien, laat hij voor rekening van de woordvoerder van minister van Innovatie Muyters. “Onze Europese, federale en contractuele projectwerking blijft onveranderd. Ook wat de lopende Vlaamse projecten betreft kunnen we iedereen geruststellen: de subsidies hiervoor werden reeds toegekend door de Vlaamse regering blijven ongewijzigd. Deze projecten lopen gewoon door zoals gepland.”

“Daarnaast grijpen we deze gelegenheid aan om, samen met private partners, onze werking te innoveren”, aldus Valgaeren nog. Tegenover Flows verduidelijkte hij dat hij door de raad van bestuur is belast met het zoeken naar private partners om de basiswerking te bestendigen. “Er zijn al interessante gesprekken aan de gang en wij hebben goede hoop om ze op vrij korte termijn te kunnen afronden.”

Het is met andere woorden de bedoeling om nieuwe aandeelhouders aan te trekken.

Economische toegevoegde waarde

In het nieuwe clusterbeleid van minister Muyters wordt vooral de klemtoon gelegd op projecten die door bedrijven worden gedragen en die een economische meerwaarde hebben. Daarbij wordt gesteld dat de projecten rond mobiliteit van het VIM meer een maatschappelijke dan wel een economische toegevoegde waarde hebben.

Deze argumenten worden door Valgaeren stellig tegengesproken. “Bedrijven moeten de economische kost dragen van het gebrek aan mobiliteit. Het aantal verloren uren in België is minstens 32 miljoen per jaar. En de kost per fileverliesuur is 8,25 euro voor het personenvervoer en 50 à 80 euro voor goederenvervoer. Projecten rond het verbeteren van de mobiliteit hebben dus wel een economische toegevoegde waarde”, stelt hij.

Tevens herinnert hij dat de totale omzet van de mobiliteitssector (producten- en dienstenontwikkeling, aanbieders mobiliteitsdiensten, producenten van (duurzame) voer- en vaartuigen, hestelling en onderhoud, vervoersmaatschappijen, multimodale transportbedrijven, infrastructuurbouwers, ICT bedrijven,…) een aandeel heeft van 16,6% in het BNP van België.

Tot slot wijst hij erop dat uit VIM-projecten al meerdere concrete initiatieven zijn voortgevloeid, zoals CityDepot, Build over Water of Distribouw. En er zitten nog drie of vier spin-offs in de pijplijn”, besluit Valgaeren, die er nog aan herinnert dat 75% van de leden kmo's zijn.